nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

25.01.2016 "Zuivelcrisis is uitputtingsslag die we verliezen"

De vrije val die de olieprijs de afgelopen maanden heeft gemaakt, vertoont heel veel parallellen met wat er zich op de zuivelmarkt afspeelt. Dat schrijft Ruben Mooijman, chef Economie bij De Standaard. “De prijsval op de oliemarkt is het gevolg van hardnekkige overproductie, en in de landbouw ziet het economische plaatje er precies hetzelfde uit”, zo schrijft hij. Het grote verschil zit volgens Mooijman in de perceptie: een dalende olieprijs vinden we prettig, terwijl we een dalende melkprijs als onrechtvaardig ervaren. “In een uitputtingsslag waarbij de sterksten hun marktaandeel verdedigen tot de zwaksten omvallen, is het voor België moeilijk om te zegevieren”, zo luidt zijn analyse van de lage melkprijs.

De olieprijs is in twee jaar driekwart van zijn waarde kwijtgeraakt door hardnekkige overproductie. Olieproducerende landen blijven olie oppompen, of daar nu vraag naar is of niet. “De verklaring is simpel: ze gunnen elkaar het licht in de ogen niet”, analyseert Ruben Mooijman van De Standaard. “Land A wil niet minder produceren, want dan pikt land B het marktaandeel in. Blijven pompen dus maar. Tot de zwaksten omvallen en de sterksten overblijven.”

Dat verhaal doet Mooijman aan de zuivelsector denken. “In beide gevallen hielden landen via samenwerking, of kartelvorming zo u wilt, de productie jarenlang in bedwang”, aldus Mooijman. “De Opec deed dat op de oliemarkt, op de zuivelmarkt gebeurde het via de quota die de Europese Commissie oplegde. De Opec is door interne meningsverschillen een tandenloze club geworden die geen antwoord vond op de explosie van schalieproductie; de Europese Commissie heeft de quota opgeheven omdat marktbescherming niet meer van deze tijd zou zijn.”

Dat heeft als gevolg dat de melkproductie daardoor sterk is gestegen, terwijl de vraag geen gelijke tred houdt. “Het gevolg is voorspelbaar: instortende prijzen”, stelt Mooijman vast. “Ook in de zuivelwereld lijkt het erop dat de sterksten zullen overleven en de zwaksten ertussenuit vallen.” Waar de twee cases wel van elkaar verschillen: de perceptie. “Een dalende olieprijs vinden we prettig: we betalen minder voor een volle tank. Een dalende melkprijs ervaren we daarentegen als onrechtvaardig.”

“De melkveeboeren die het moeilijk krijgen, worden gezien als slachtoffers van een meedogenloos kapitalisme”, aldus Mooijman. “Niet als onverantwoordelijke marktspelers die tegen beter weten in hun productie opvoeren, ongeacht de vraagontwikkeling. We vinden dat ze meer geld moeten krijgen voor hun product en zijn bereid dat te betalen. Als we dat even vertalen naar de olie-case: het zou zijn alsof de VS aan de pomp een extra heffing zouden invoeren om wankelende schalieproducenten te ondersteunen.”

“Het punt is dat België op de internationale landbouwmarkt tot de duurste producenten behoort”, legt Mooijman de vinger op de wonde. “Arbeid is kostbaar, grond is schaars en de regels zijn streng. Dat hoeft geen probleem te zijn voor productie die lokaal wordt afgezet. Maar export is een ander verhaal. Als er wereldwijd op prijs geconcurreerd wordt, staat ons land zwak. In een uitputtingsslag waarbij de sterksten hun marktaandeel verdedigen tot de zwaksten omvallen, is het voor België moeilijk om te zegevieren. Wat schalieproductie is in de oliewereld, zijn Belgische melkveehouders in de zuivelsector."

Bron: De Standaard

Volg VILT ook via