nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Leeft het thema bodem bij de Vlaamse boer?
12.10.2015  2015 is 'Internationaal Jaar van de Bodem'

In het Internationaal Jaar van de Bodem ontbreekt het niet aan sensibilisering van hogerhand rond bodemvruchtbaarheid. Laten zich niet onbetuigd: de Wereldvoedselorganisatie, de Europese Commissie en de Vlaamse overheid. Maar leeft het thema ook bij de boeren? Bij een akkerbouwer wellicht meer dan bij een veehouder die grond tekort heeft om ‘zijn mest kwijt te kunnen’ maar zo fanatiek als onze Noorderburen lijken Vlamingen niet met bodemzorg bezig. In Nederland genoot het thema dit voorjaar alle aandacht door een wetenschappelijk rapport dat blootlegde dat de bodemkwaliteit van de vruchtbare Flevopolder structureel afneemt. Oorzaak? Steeds zwaardere machines, oogsten bij nat weer en een heel intensieve teeltrotatie die de bodem geen rust gunt omdat er geld verdiend moet worden wanneer de grondprijs hoog is en de pachtperiodes steeds korter. Gaat het in Vlaanderen dezelfde toer op of is het hier beter gesteld met ‘de grond van de zaak’?

Flevoland wordt de groentetuin van Europa genoemd vanwege zijn vruchtbare bodem. Dit voorjaar kwam vanuit Nederland het alarmsignaal dat de bodemkwaliteit er structureel afneemt. Het liberaliseren van de pacht leidt in Nederland tot steeds kortere pachtperiodes, met hogere pacht- en grondprijzen. Dat verplicht landbouwers tot het telen van de financieel meest aantrekkelijke gewassen. Voor granen die de bodem ‘rust gunnen’, is geen plek meer in de teeltrotatie. Intensieve teelten als wortelen, aardappelen en bloembollen volgen elkaar kort op en dat laat (letterlijk en figuurlijk) sporen na. Zware oogstmachines en de afvoer van rooivruchten met aanhangwagens verhakkelen vooral in natte seizoenen de bodemstructuur.

Op de bloembollen na lijkt de Nederlandse situatie niet verschillend van die in Vlaanderen. De landbouwbodem heeft het ook bij ons zwaar te verduren en dat heeft vele redenen. Tractoren en machines worden almaar zwaarder. Groter schoeisel (banden, nvdr.) kan in veel gevallen niet vermijden dat landbouwmachines de bodem zwaarder belasten. Bovendien gaat het werk altijd door, in goede en slechte weersomstandigheden. In het voorjaar zijn boer en loonwerker gehaast om drijfmest uit te rijden. Wachten met ploegen tot na de Paasvakantie is lastig want dan zit zoonlief weer op school terwijl je daar zo’n goede hulp aan hebt. En in het najaar is de oogstplanning van de suikerfabriek en de verwerkers van diepvriesgroenten zo strak dat de loonwerker zich geen dag weerverlet meer kan permitteren. De zorg voor de bodem moet dan wijken voor dat ene doel, het gewas van het veld halen.

aardappelveld.bodemstructuur_LoonwerkDefour.geVILT.jpg

Aardappeltelers hebben het oogstproces vaak wel in eigen handen maar schaalvergroting vloekt in deze sector met bodemzorg. Wie zelf rooit, heeft meestal geen tijd op overschot en slaat niet graag een week over vanwege de nattigheid. En wie eerlijk is met zichzelf zal toegeven dat de bodemstructuur niet de eerste zorg is bij een seizoenpacht. Van een actieve landbouwer die zelf grond in seizoenpacht voor aardappelen geeft, herinneren we ons volgende uitspraak: “Aardappeltelers betalen zo’n hoge som aan seizoenpacht omdat de vergoeding voor het naar de vaantjes rijden van de grond inbegrepen is.” Na maïs is het met de bodem vaak niet veel beter gesteld, onder meer omdat de teelt relatief laat in het seizoen geoogst wordt en opduikt op nattere percelen waar problemen bij de oogst zich laten voorspellen.

Bodemverdichting krijgt aandacht op Werktuigendagen
Of zijn we nu te negatief op basis van eigen waarnemingen? We vroegen het Davy Vandervelpen van de Bodemkundige Dienst van België en trokken het voorbije weekend naar de Werktuigendagen met bijzondere aandacht voor bodemzorg. In Oudenaarde werden we aangenaam verrast door de vele oogstmachines (maïshakselaars, bietenrooiers) die uitgerust waren met een bandendrukwisselsysteem. De eigenaars van deze machines, loonwerkers die oogsten in opdracht van landbouwers, zijn dus bereid om te investeren in de bodem. Ze doen dat op vraag van hun klanten die bezorgd zijn om de bodemstructuur. Op de stand van de Vlaamse overheid in Oudenaarde had een ILVO-onderzoeker het over “een toekomstgerichte investering om het opbrengstpotentieel van een landbouwperceel veilig te stellen”.

bandendruk.bodem_geVILT.jpg

Aan de belangstelling voor de demonstratieopstelling van ILVO zal het niet gelegen hebben. Heel wat bezoekers van de Werktuigendagen namen met veel interesse kennis van het effect van het verlagen van de bandendruk. De druk verlagen van 1,9 naar 0,5 bar vertaalde zich voor de zaaicombinatie met een tractor op 90 centimeter brede banden in 37 procent minder bodemdruk per cm² en 27 procent minder insporing. Omdat tractorbanden oppompen of aflaten een tijdrovend werkje is, beschikt de ILVO-tractor over een bandendrukwisselsysteem. Daarmee kan je de bandendruk eenvoudig laten variëren naargelang je het veld of de openbare weg op moet. Praktisch zijn er geen bezwaren, financieel wel want de investering van 7.500 euro laat zich maar op langere termijn terugverdienen. Bij het effect van een gezondere bodem die hogere opbrengsten genereert, mag je weliswaar nog een lager brandstofverbruik tellen bij een optimale bandenspanning.

Is de toegenomen aandacht op de Werktuigendagen voor de bodemkwaliteit een goede afspiegeling van de praktijk? De Bodemkundige Dienst van België (BDB) lijkt het best geplaatst om op die vraag te antwoorden. Davy Vandervelpen, actief als adviseur bij BDB, staat met twee benen in de praktijk. Hij deelt zijn ervaringen ten velde: “Als je me vraagt of het thema bodem leeft bij de landbouwers, dan moet ik toegeven dat het aantal vragen dat we krijgen in verband met de gewijzigde mestwetgeving veel groter is. Dat neemt niet weg dat we regelmatig de vraag krijgen hoe het organische stofgehalte van een perceel verhoogd kan worden. Landbouwers willen de bodemvruchtbaarheid opkrikken. Die boodschap krijgen ze ook via het landbouwbeleid, maar ze voelen zich soms gedwarsboomd in hun goede intenties door het mestbeleid.”

stalmest_geVILT.jpg

Het organische stofgehalte van de bodem is één van de belangrijkste kwaliteitskenmerken van landbouwgronden. Organische stof is zo belangrijk omdat het invloed heeft op zowel de fysische als chemische eigenschappen van de bodem evenals op het microbiële leven van de microflora en -fauna. Organisch materiaal is bepalend voor de bodemstructuur en daarmee samenhangend de drainage en doorlaatbaarheid. Voldoende organisch materiaal gaat verslemping van de bovenlaag tegen, zorgt voor een betere zuurstoftoestand in de bodem en is een wapen tegen erosie. Verder zorgt een hoog organische stofgehalte ervoor dat het waterbergend vermogen verhoogd wordt, wat voornamelijk in lichtere gronden van belang is. Het sorptiecomplex van organisch materiaal zorgt ervoor dat meer nutriënten vastgehouden worden en nadien ook weer geleidelijk beschikbaar gesteld aan de teelt.

Koolstofgehalte als waardemeter voor bodemvruchtbaarheid
Door de Bodemkundige Dienst wordt niet het gehalte aan organisch materiaal maar wel het percentage koolstof bepaald op de bodemstalen. Daarbij wordt aangenomen dat het organisch materiaal in de bodem gemiddeld 58 procent koolstof bevat. Davy Vandervelpen vat de meetresultaten samen: “Tot het eind van de jaren ’90 had de helft van de stalen een gunstig koolstofgehalte maar het aandeel bodemstalen met een te laag koolstofgehalte groeide. Na de eeuwwisseling zet de verdere koolstofafname zich door. In 2004-2007 heeft meer dan de helft van de bemonsterde percelen al een te laag koolstofgehalte en worden humusrijke percelen stilaan een zeldzaamheid. Tussen 2008 en 2011 is er opnieuw een verbetering merkbaar. De helft van de percelen zat opnieuw in de streefzone. Het percentage akkers met een koolstofgehalte beneden de streefzone daalde van 52 naar 35 procent. Begin 2016 wordt er een nieuw bodemvruchtbaarheidsoverzicht gepubliceerd over de periode 2012-2015.”

groenbedekking_geVILT.jpg

De positieve evolutie wordt door de experten van de Bodemkundige Dienst toegeschreven aan de responsabilisering van de Vlaamse land- en tuinbouwers en het ingeburgerd geraken van maatregelen zoals groenbedekking, het inwerken van teeltresten en niet-kerende grondbewerking. Vandervelpen ervaart dat er in de praktijk een verschil is tussen akkerbouwers en tuinders enerzijds en veehouders anderzijds. “Waar de eerste partij oog heeft voor de bodem en bijvoorbeeld geïnteresseerd is in compost, is een veehouder vooral bezig met de plaatsingsruimte van de dierlijke mest op eigen grond. Bodemzorg durft dan van ondergeschikt belang zijn. Al heb je natuurlijk bij beide partijen boeren die begaan zijn met hun grond en anderen die van de bodemkwaliteit niet wakker liggen.”

Toch ervaart de BDB-adviseur dat de zorg voor de bodem niet alleen de Vlaamse praktijkcentra tot projecten inspireert maar landbouwers, en dan vooral akkerbouwers, ook tot actie aanzet. De Bodemkundige Dienst wil hen daar graag met raad en daad in bijstaan. Binnenkort verschijnt een brochure over bodemverdichting van de Vlaamse overheid en wie het internet afschuimt, komt al gauw interessante projectverslagen uit Vlaanderen en Nederland op het spoor.

compost_geVILT.jpg

Of hij tot slot de landbouwers nog wat goede raad kan geven? Vandervelpen: “Dieper ploegen heeft het koolstofgehalte doen dalen. De laatste jaren wordt de bodem weer wat vaker oppervlakkig bewerkt door de opkomst van niet-kerende grondbewerking. Maar maak niet de fout om bodemzorg te verengen tot niet-ploegen want het is veel meer dan dat. Zorg dragen voor de bodem wil zeggen groenbedekkers telen – wat ondertussen op grote schaal gebeurt onder invloed van het Europees landbouwbeleid en het Vlaams mestbeleid –, de grond pas bewerken als de omstandigheden goed zijn, insporing proberen te beperken bij oogstwerkzaamheden in het najaar, de loonwerker aanmoedigen om niet alleen in machines met een hoge capaciteit te investeren maar ook in een bandendrukwisselsysteem zodat de bandenspanning verlaagd kan worden op het veld, enz.”

Al die maatregelen hebben met elkaar gemeen dat het even duurt voor je resultaat ziet. Terwijl de ene landbouwer er uit persoonlijke overtuiging werk van maakt, schuift zijn collega een aanpassing van de bedrijfsvoering nog even voor zich uit. Het is de overtuiging van de Bodemkundige Dienst van België dat élke landbouwer baat heeft bij een vruchtbare bodem met een gezonde structuur.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VILT / Loonwerk Defour

Volg VILT ook via