nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

30.04.2020 3 op 4 boeren gebruikte al biologische gewasbescherming

Ongeveer 75 procent van de landbouwers heeft al eens biologische gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, al geeft 40 procent onder hen aan dat ze dit maar zelden doen. Jonge landbouwers zijn meer geneigd dan ouderen om naar deze middelen te grijpen. De kleinere impact op het milieu is de belangrijkste motivatie om voor biologische gewasbescherming te kiezen. De hoge prijs, de onvoldoende werking en de gebrekkige informatie over deze producten zijn de voornaamste knelpunten voor het gebruik van deze middelen.

De enquête naar het gebruik van biologische gewasbeschermingsmiddelen maakt onderdeel uit het Interreg-project ‘BIOPROTECT’ dat de inzet van biologische gewasbeschermingsmiddelen in de grensoverschrijdende regio Frankrijk-Wallonië-Vlaanderen wil verhogen. Naast de enquête om het gebruik ervan in kaart te brengen, vormen ook verschillende veldproeven een onderdeel van dit project.

Via de vragenlijst willen de onderzoekers onder meer een zicht krijgen op het aandeel telers dat biologische gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, wie de gebruikers zijn en in welke teelten ze de middelen toepassen. In totaal vulden 313 personen de vragenlijst in: 276 landbouwers en 37 teeltbegeleiders en producenten van gewasbeschermingsmiddelen. De helft van de ondervraagde personen is afkomstig uit Vlaanderen, 30 procent uit Wallonië en 20 procent uit Noord-Frankrijk. Het merendeel onder hen is gangbare landbouwer, ongeveer 20 procent heeft zowel gangbare als biologische percelen en 11 procent teelt uitsluitend biologisch.

Op basis van de ingevulde vragenlijsten blijkt dat ongeveer 75 procent van de landbouwers ooit al biologische gewasbeschermingsmiddelen heeft gebruikt, al gaf 40 procent aan dit slechts zeer zelden te doen. Opvallend is dat jongere boeren significant meer biologische middelen gebruiken dan oudere collega’s. Ook worden ze beduidend meer ingezet op kleine percelen (0-5 ha) dan op grotere percelen (>10 ha).

Ook in teelten is er een duidelijk verschil: fruittelers (appels, peren, aardbeien) zijn sneller geneigd naar biologische gewasbescherming te grijpen, dan akkerbouwers of groentetelers. Dat kan volgens de onderzoekers vooral te maken hebben met het feit dat in de fruitteelt het aanbod aan biopesticiden veel groter is dan in andere sectoren en het gebruik ervan al veel langer is ingeburgerd.

Aan iedereen werd gevraagd wat hen tegenhoudt of beperkt in het gebruik van biologische gewasbeschermingsmiddelen. Wie deze middelen al gebruikt heeft, geeft aan dat de hoge prijs en de onvoldoende werking de belangrijkste knelpunten zijn. Ook het gebrek aan informatie over de optimale toepassingsmethode en de werking ervan speelt een belangrijke rol. Een bijkomende hinderpaal is dat deze biologische middelen niet overal verkrijgbaar zijn.

De kleinere milieu-impact en het verminderd risico op residu zijn de belangrijkste drijfveren om biologische bestrijdingsmiddelen in te zetten, zowel voor gebruikers als niet-gebruikers van deze middelen. Minder gezondheidsrisico’s staat op de derde plaats van motivaties, gevolgd door het gebruik van biologische middelen als goede strategie om pesticideresistentie te verminderen. Een vijfde motivatie om biomiddelen in te zetten, is omdat er geen andere alternatieven beschikbaar zijn waardoor ze naar biologische gewasbeschermingsmiddelen gebruiken. 

Bron: Proeftuinnieuws

Volg VILT ook via