nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

09.10.2013 Biodiamelk doet dromen van fair trade in heel de keten

Kunnen we naar het voorbeeld van fair trade met het Zuiden de principes van eerlijke handel ook bij ons toepassen? Daarover werd door vertegenwoordigers van ngo's en de verschillende schakels van de (bio-)voedingsketen vrank en vrij nagedacht op het melkveebedrijf van Johan Broekx. De inspiratie haalden ze bij de eerlijke biomelk Biodia, die de landbouwer dankzij een unieke prijsberekening een fair inkomen garandeert.

Naar aanleiding van de Week van de Fair Trade nodigden Max Havelaar, Vredeseilanden, Biosano en Biomelk Vlaanderen vooruitstrevende denkers en doeners uit om ideeën uit te wisselen rond een lokale toepassing van fair trade. Gastheer van dienst was Johan Broekx, bioboer in Bocholt en voorzitter van de coöperatie Biomelk Vlaanderen die nagenoeg alle biologische melkveehouders in onze regio verenigt. Vandaag wordt een kleine fractie van de zeven miljoen liter melk die zij produceren door Biosano, een groothandelaar in biovoeding, in de markt gezet als Biodia-melk. Met deze 'eerlijke lokale biomelk' werken Biosano en Biomelk Vlaanderen aan betere toekomstperspectieven voor de Vlaamse boeren.

"De laatste jaren schommelt de totale productiewaarde van de melkveehouderij sterker door een grotere prijsvolatiliteit bij de melk en de grondstoffen die de boer aankoopt", vertelt Dirk Van Gijseghem van het Departement Landbouw en Visserij. Vandaag zijn onze landbouwers voor hun inkomen (deels) afhankelijk van subsidies, wat volgens Gert Engelen van Vredeseilanden "geen gezonde situatie is". Het strookt ook helemaal niet met de principes van eerlijke handel. "Fair trade staat voor handel en geen hulp", onderschrijft Lily Deforce van Max Havelaar, het keurmerk voor fair-trade-producten. "In het Zuiden helpen wij boeren om zelf uit de armoede te geraken in plaats van ze afhankelijk te maken van hulp."

Voor de cacao met het label van Max Havelaar houdt dat concreet in dat de fair-trade-prijs de marktprijs volgt maar niet onder een vooraf bepaalde minimumprijs daalt die de boeren nog een inkomen garandeert. Cacao, bananen en andere fair-trade-producten worden vandaag in 70 landen in het Zuiden geproduceerd en zijn in elk westers land verkrijgbaar. Ook in eigen land snakken de primaire producenten (en de andere schakels in de voedingsketen) naar een eerlijke vergoeding voor hun werk. In de gangbare keten loopt het op dat vlak dikwijls mis, zeker bij de eerste schakel. Boeren voelen zich de speelbal van de distributie en een aantal van hen put daarom een inkomen uit de korte keten.

Stijn Smet van het Innovatiesteunpunt vond nog meer handelsvormen die economische duurzaamheid hoog in het vaandel dragen. De supermarkten Ferme du Sart in het noorden van Frankrijk en d'ici in Namen zetten sterk in op het lokaal aankopen van hun voedingswaren en een duurzame relatie met hun leveranciers. DistriKempen is een logistieke samenwerking tussen vijf boeren die door gezamenlijk transport hun hoeveproducten in meer hoevewinkels en bij Delhaize krijgen. Mede dankzij de ondersteuning van het Innovatiesteunpunt tijdens de onderhandelingen ging de warenhuisketen akkoord met een minimum marge voor de landbouwers. Van de rundvleesprijsindex moet een hele subsector profijt ondervinden aangezien de keten onderhandelingen start als de verhouding tussen vleesvee- en voederprijzen mank loopt.

Wat zeker in dat economisch duurzaamheidsverhaal past, is Biodia-melk. "Door in dit project te stappen, investeren de bioboeren van Biomelk Vlaanderen in een leefbare toekomst voor hun bedrijf want de biomelkprijs ervaren wij als te krap. Wij streven naar een basisprijs voor biomelk van 45 cent of meer", zegt coöperatievoorzitter en melkveehouder Johan Broekx. Volgens Broekx zijn boeren op hun bedrijf voortdurend in de weer om een 'verkoopbaar product' af te leveren maar zijn ze te weinig met het verkopen zelf bezig. Hij neemt zich voor om vaker het been stijf te houden zodat producten aan hun werkelijke waarde het bedrijf verlaten, "al is dat niet makkelijk omdat landbouwproducten bederfbaar zijn".

"Met Biodia vertrekken we van de kostprijs van de boer en tellen we daar een faire winstmarge bij", vertelt Lode Speleers van Biosano. Die marge bestaat uit een vergoeding voor arbeid en extra financiële ademruimte die investeren in het bedrijf toelaat. Het lastenboek voor deze eerlijke melk werd door Vredeseilanden ontwikkeld, en kan je beschouwen als een add-on bij het lastenboek voor bio. Vredeseilanden noemt het zelf een "verdienstelijke poging om de principes van eerlijke handel hier toe te passen".

Voor het bepalen van een eerlijke prijs voor deze eerlijke melk werkte adviseur Wim Govaerts een modelbedrijf uit dat een gemiddelde is van de bedrijfssituaties van de leden van de biomelkveehouderscoöperatie. Tot twee keer per jaar kan de Biodia-prijs aangepast worden aan de kostprijs voor melkproductie op het modelbedrijf. Govaerts houdt ook in de gaten of het modelbedrijf niet gaat afwijken van de reële situatie bij de melkveehouders van Biomelk Vlaanderen. Bij de start in 2011 werd met Biodia een producentenprijs van 44,5 euro per 100 kilo melk gerealiseerd. Ondertussen is dat naar 45,1 euro gestegen. Daarmee doet deze melk ongeveer vijf euro beter dan andere biomelk.

Tijdens de discussie die volgde op het bedrijfsbezoek werd geopperd dat Biodia model kan staan voor de hele agrovoedingsketen. Biosano geeft zelf aan dat het eigengereide product vandaag nog botst op de beperkingen van zijn kleine volume. "Daardoor is de verwerking in de melkerij duur", legt Speleers uit. Dat een te klein volume de consumentenprijs onwenselijk hoog doet uitvallen door inefficiënte verwerking en logistiek, ervaart men niet alleen bij Biodia maar bij biovoeding en fair-trade-producten in het algemeen.

Johan Broekx (Biomelk Vlaanderen), Lily Deforce (Max Havelaar) en Lieve Vercauteren (BioForum) getuigen dat de procentuele marge van de handel in het nadeel van hun (duurdere dan gangbare) producten speelt. Zij breken daarom een lans voor margebepaling in absolute cijfers. Aan het schaalprobleem bij bioproducten heeft de Colruyt groep een mouw gepast door bepaalde bioproducten niet alleen in de Bioplanetwinkels maar ook bij Colruyt zelf te verkopen. "Dat maakt bio toegankelijk en helpt ons om het volume op te trekken", klinkt het.

De stelling dat er meer nood is aan transparantie omtrent de verdeling van de marges in de agrovoedingsketen, genoot veel bijval. "We moeten af van het beeld dat de warenhuizen op bio- en fair-trade-producten de grote winsten maken. Dat is slecht voor ons imago terwijl we de groothandel nodig hebben want als je de wereld meer duurzaam wil maken, moet je mainstream worden. Met Wereldwinkels alleen zal dat niet lukken", aldus Deforce. Indien haar verzuchtingen over transparantie gehoor vinden, wil zij de warenhuizen mee helpen uitleggen dat kleinere volumes hogere kosten en dus ook hogere consumentenprijzen betekenen.

Over de verhoudingen in de keten zei Wim Govaerts het volgende: "Landbouwers zullen maar als een volwaardige handelspartner aanzien worden als de primaire sector niet zwak en versnipperd is en de boeren zicht hebben op de eigen kostprijs en competitief bezig zijn. Nu wordt de boer in de positie van prijsnemer gedwongen. Hij zal moeten leren om zich harder op te stellen tijdens onderhandelingen met afnemers. Landbouwbedrijven teren in op het eigen vermogen maar niemand - ook een familiaal bedrijf niet - kan een decennium lang onder zijn kostprijs produceren. De rek gaat eruit, bedrijven zullen stoppen, productie zal verdwijnen en de prijs zal vervolgens vanzelf omhoog gaan."

In de biologische melkgeitenhouderij heeft men de implosie van de sector niet lijdzaam afgewacht. Een coöperatie verenigt vandaag alle Belgische en Nederlandse geitenhouders. Door gezamenlijk te onderhandelen over het ganse volume aan geitenmelk realiseren zij een aanzienlijk betere prijs dan in het verleden. In plaats van op de goodwill van de consument te rekenen om meer te betalen voor voeding, doet Govaerts een oproep aan afnemers om hun landbouwers-leveranciers beter te vergoeden. De afnemers moeten zich ervan bewust zijn dat hun bevoorradingszekerheid anders in het gedrang komt. "En reken niet op het buitenland want als er hier geen lokale productie meer is, zullen buitenlandse leveranciers daarvan profiteren in hun prijs."

Ook bij Max Havelaar leeft de overtuiging dat de sector zich niet mag blindstaren op de consument . "Hoewel de helft van onze middelen naar consumentenacties gaat, geloof ik niet in de consument om de markt te verduurzamen", zegt Lily Deforce. "We zullen daar aan de aanbodzijde moeten aan werken, met de steun van de overheid maar vooral via initiatieven van alle actoren in de keten." Lieve Vercauteren van biolandbouworganisatie BioForum kondigde aan dat nog voor het jaareinde intensief ketenoverleg op de agenda staat in de biologische voedingsketen.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via