nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

08.07.2012 Consumeren van dierlijke producten blijkt erg efficiënt

Wie spaarzaam wil omspringen met natuurlijke hulpbronnen, drinkt maar beter melk. Dat blijkt uit de masterproef van Kathleen Snels (K.U.Leuven). “Melkveehouderij is enorm efficiënt ”, verklaart Snels. Zij vergeleek de energie- en eiwitefficiëntie van melk-, vlees- en eierproductie met de theoretische beschouwing dat mensen zelf veevoedergrondstoffen zouden consumeren.

De masterproef van bio-ingenieur Kathleen Snels draait rond de vraag of de mens er beter aan doet om zelf de grondstoffen van veevoeders te consumeren, dan wel deze eerst langs het dier te laten passeren. Snels grijpt terug naar het model dat wijlen professor Aren van Es (Wageningen Universiteit) in 1975 opstelde om de energie- en eiwitefficiëntie te berekenen van leghennen, vleeskippen, vleesvarkens, vleeskalveren, vleesvee en melkvee. De efficiëntiegetallen die hij vond, lagen bijna allemaal beneden de 30 procent, uitgezonderd voor melkvee dat toen al wel een efficiëntie hoger dan één haalde.

“De conclusie van dit onderzoek houdt vandaag grotendeels stand wat de energetische efficiëntie betreft”, zegt Kathleen Snels op basis van de herwerkte efficiëntiegetallen. “Melkveehouderij is enorm efficiënt door de hoge melkgift van koeien en het grote aandeel nevenstromen in hun rantsoen.” Het is met andere woorden efficiënter om melk te drinken dan rechtstreeks de grondstoffen te consumeren die het rantsoen van een melkkoe uitmaken. Vandaag de dag scoren melkkoeien nog steeds als enige diersoort een energetische efficiëntie hoger dan één, met name 601 procent.

Bij de andere diersoorten weegt de opbrengst aan energie in de dierlijke producten niet op tegen het energieverbruik onder de vorm van warmteverliezen en gelijkaardige 'onderhoudskosten' bij de moederdieren. Daardoor liggen de energetische efficiëntiegetallen voor deze diersoorten telkens lager dan 35 procent. Dat geeft aan dat de mens uit dierlijke producten als vlees en eieren maar maximum één derde van de energie kan halen in vergelijking met de energie die de mens zou kunnen halen uit de rechtstreekse consumptie van de veevoedergrondstoffen.

De vertering van mensen ligt heel dicht bij de vertering van varkens. De enige manier waarop varkensproductie toch efficiënter kan zijn dan het consumeren van de grondstoffen in het varkensvoeder, is door het gebruik van nevenstromen. “De maïs, gerst of tarwe in het varkensvoeder zouden dus grotendeels vervangen moeten worden door nevenstromen met weinig voedingswaarde voor mensen”, verduidelijkt Snels.

In voeders voor pluimvee zitten procentueel niet meer nevenstromen dan in rantsoenen voor varkens, toch scoren zij dubbel zo goed op energie-efficiëntie (varken 10,9%, vleeskip 26,8% en leghen 33,2%). Het verschil zit grotendeels in de minder gunstige voederconversie van 2,95 voor varkens tegenover 1,75 voor vleeskippen.

“Toch benutten dieren hun voeders beter dan de mens dat zou kunnen”, nuanceert Snels. De mens kan doorgaans maar 70 à 80 procent nuttig bruikbare energie (metaboliseerbare energie, ME) halen uit de mengeling van granen en schroten in het voeder van varkens en kippen. Gras en kuilmaïs hebben voor de mens veel minder voedingswaarde zodat we amper 1,8 procent ME kunnen halen uit het rantsoen van herkauwers. “Dat compenseert dus ruimschoots de lage energie-efficiëntie van vleesvee en is nog een extra pluspunt voor melkvee”, aldus Snels.

Voor eiwitefficiëntie liggen de zaken heel anders. Daar is wel heel wat progressie geboekt ten opzichte van 1975. Zowel voor vleeskippen (107%), leghennen (135%) als vleesvee (193%) blijkt het op vlak van proteïnen efficiënter om de dierlijke producten te consumeren dan de grondstoffen in de voeders van de dieren. Melkvee laat de andere diersoorten ver achter zich met een proteïne-efficiëntie van 1.282 procent.

Om de efficiëntiegetallen van dierlijke productie nog te verbeteren, ziet Snels een aantal mogelijkheden. Het is belangrijk om nevenstromen maximaal te benutten in veevoeders, enerzijds door toevoegen van reeds gekende nevenstromen, anderzijds door te zoeken naar nieuwe nevenstromen die de huidige componenten kunnen vervangen.

Zij raadt ook aan om verder onderzoek te doen naar hogere eiwitgehaltes in gewassen, deels door betere landbouwpraktijken en deels door middel van veredeling. Wat de dieren betreft, is het wenselijk om de voederconversie nog te verbeteren. “Zo kan de opbrengst verder geoptimaliseerd worden en kan dierlijke productie een belangrijke bijdrage blijven leveren aan de menselijke voeding”, besluit Snels.

Meer info: Efficiëntie als basis voor een duurzame dierlijke productie

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via