nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

20.05.2010 "Crisis in land- en tuinbouw over dieptepunt heen"

Hoewel nog steeds negatief, zet de conjunctuurindex in het voorjaar van 2010 de stijgende trend van het najaar 2009 verder. “Dit wijst erop dat de landbouwsector van mening is dat de crisis in de land- en tuinbouw over zijn dieptepunt heen is”, zei minister-president Kris Peeters bij de voorstelling van de resultaten van de zesmaandelijkse conjunctuurbarometer van de Vlaamse landbouwadministratie.

Die conjunctuurbarometer werd ontwikkeld om inzicht te krijgen in de economische schommelingen, het ondernemersvertrouwen en de geplande investeringen van de Vlaamse land- en tuinbouwsector. Zo’n 750 land- en tuinbouwbedrijven die deel uitmaken van het Vlaams Landbouwmonitoringsnetwerk worden daarbij bevraagd over de omzet, productie, personeel en prijzen. De index kan in theorie gaan van -100 (unaniem negatief) tot +100 (unaniem positief).

Tussen het najaar 2009 en het voorjaar 2010 steeg de index van -19 naar -9. “De situatie is nog niet positief, maar landbouwers schatten ze globaal gezien niet langer als dramatisch in”, legt Peeters uit. Het blijkt dat het vooral de toekomstverwachtingen zijn die de index positief beïnvloed hebben. De laatste jaren zijn de boeren positiever over hun toekomstverwachtingen dan over hun huidige situatie.

Er zijn opmerkelijke verschillen waar te nemen tussen de verschillende deelsectoren. De akkerbouwsector is de enige sector waar de index daalt in plaats van stijgt (van -21 naar -24). De akkerbouwers zien de toekomst zeer somber in. Heel wat minder pessimisme heerst er bij de melkveehouders. Daar stijgt de index van -19 naar -3. Een jaar eerder stond de index voor de melkveesector nog op -35. Toch zijn de melkveehouders niet zo positief over de toekomst van de melkprijs.

De index van de varkenssector stijgt licht van -15 tot -7. “De stijging is vooral te danken aan de hoopvolle vooruitzichten van de varkenshouders. De beoordeling van de economische situatie en de economische vooruitgang van het bedrijf evolueren beiden in negatieve zin”, verduidelijkt Peeters. Toch is 60 procent van de varkenshouders ontevreden over de prijs die zij krijgen voor hun producten.

De vleesveesector is het meest positief. Het is de enige sector waarvan de index in de positieve cijfers uitkomt: van -18 naar +4. Dat komt vooral omdat de prijzen voor vleesvee sinds begin 2010 in stijgende lijn gaan.

Bij de sector van de groenten in openlucht herstelt het vertrouwen zich. De index stijgt van -29 naar -9. Die stijging komt vooral doordat de telers de economische situatie van hun bedrijf veel positiever inschatten. De fruittelers in openlucht zijn heel wat minder positief dan hun collega-groentetelers. De index daalt van -17 tot -19. Wellicht komt dit vooral door de lage prijzen voor appelen en peren eind 2009, begin 2010.

De groente- en fruittelers onder glas zien de toekomst wel veel positiever in: de index stijgt van -22 naar -8. De telers verwachten er veel van de komende maanden, vooral door een hoge productie. Ook waren de brandstofprijzen de afgelopen winter lager dan de vorige winter waardoor de stookkosten meevielen. Bij de siertelers daalt het vertrouwen (van -10 naar -14). Door de economische crisis kocht de consument minder luxegoederen zoals snijbloemen en sierplanten. Daarnaast was er een strenge en lange winter waardoor consumenten pas laat planten begonnen aan te kopen voor in de tuin.

Als er naar bedrijfsgrootte gekeken wordt, dan valt het op dat grote bedrijven negatiever zijn over hun huidige situatie dan kleine bedrijven. Hun toekomstverwachtingen zijn dan weer wel positiever. “Maar deze verschillen zijn heel klein”, nuanceert de minister-president de cijfers. “In het dieptepunt van de crisis was het verschil groter”. Ook treedt er een verschil op in de leeftijd van bedrijfsleiders. Zo staat de index voor de jongste bedrijfsleiders (-2) veel hoger dan voor de oudste (-15). “Dat is bijna volledig te danken aan een groter vertrouwen in de toekomst”, klinkt het.

Bij de land- en tuinbouwers werd ook gepolst naar mogelijke belemmeringen die ze ondervinden, naar de evolutie van de aankoopprijzen en naar geplande investeringen. Ongeveer een derde van de boeren zegt geen belemmeringen te ondervinden. De belangrijkste belemmeringen die worden opgesomd zijn financiële tekorten (38%) en beperkingen opgelegd door de overheid (25%). Het zijn vooral de varkenshouders die belemmeringen zien (55%), gevolgd door de akkerbouwers (38%) en fruittelers in openlucht (36%).

Alle landbouwers verwachten dat de aankoopprijzen in de toekomst verder zullen stijgen. De laatste zes maanden was dit al het geval voor meststoffen, veevoeders, machines, gronden, quota en rechten.

Ook plannen de landbouwers opnieuw investeringen. Waar er eind 2009 nog 71 procent negatief antwoordde op de vraag of er investeringen zaten aan te komen, is ondertussen 40 procent van plan om de komende zes maanden te investeren. Het zijn vooral de siertelers die hun investeringen uitstellen, terwijl de fruittelers in openlucht – de minst positieve groep - het meest willen investeren. Zij willen vooral aanplantingen vervangen. Bij de overige sectoren worden vooral stallen uitgebreid of zonnepanelen geplaatst.

“Het ergste is achter de rug, maar we zijn nog niet waar we moeten zijn: terug in de positieve cijfers”, concludeert Kris Peeters. Wel stemt het hem gunstig dat de jonge landbouwers het meest hoopvol zijn en dat er opnieuw meer geïnvesteerd wordt.

Meer informatie: De Vlaamse landbouwconjunctuurindex - resultaten voorjaar 2010.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via