nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

27.08.2013 "Er bestaat geen one fits all-weg naar duurzamere melk"

Duurzamer melken kan op verschillende manieren, die elk valabel en succesvol kunnen zijn. Zo luidt volgens ILVO de conclusie van een vierjarig Europees onderzoek rond verduurzaming in de melkveehouderij. "In het vervolgonderzoek, evenals in het Europese landbouwbeleid, moet daarom nog meer rekening worden gehouden met de eigenheid van de verschillende regio’s en bedrijven in Europa."

Het onderzoeksproject DAIRYMAN werd opgestart in 2009 bij 127 melkveebedrijven in 10 Europese regio’s, waaronder Vlaanderen. Twaalf Vlaamse melkveehouders namen deel, onder begeleiding van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en het Vlaams Kennis Transfer Centrum Hooibeekhoeve en met samenwerking van het West-Vlaamse adviescentrum Inagro en Boerenbond. Doel van het project: de benutting van grondstoffen in de melkveehouderij in Noordwest Europa verbeteren, en dat op een financieel aantrekkelijke manier. Eén van de pijlers was de uitbouw van een netwerk van commerciële voorbeeldbedrijven, waartoe ook de Vlaamse deelnemers behoren.

Voor elk bedrijf werd bij de start een bedrijfsontwikkelingsplan opgesteld, waarbij de melkveehouders zelf doelstellingen konden formuleren. Om de economische en milieutechnische prestaties van de 127 pilootbedrijven vervolgens te kunnen vergelijken, werden via een vergelijkbare methode in alle regio’s de nodige gegevens verzameld.

Daaruit blijkt dat de Vlaamse bedrijven een meer intensief karakter hebben: ze komen op de vierde plaats wat betreft gemiddelde melkproductie per bedrijf, maar beschikken hiervoor over de kleinste oppervlakte grond. Verder kennen ze samen met de deelnemers in Nederland en Bretagne het hoogste niveau van stikstofefficiëntie. Wat de economische prestaties betreft, scoren de Vlaamse bedrijven samen met de Ierse het best op vlak van variabele kosten. Ze slagen erin ze op een laag niveau te houden, maar in tegenstelling tot de Ierse collega’s niet om die lage variabele kosten om te zetten in een gemiddeld beter saldo, door relatief hoge afschrijfkosten voor gebouwen en machines.

Een belangrijke conclusie uit de evaluatie van de Vlaamse bedrijven, is de regionale en andere diversiteit in verduurzaming. De melkveehouders benadrukken dat het belangrijk is rekening te houden met geografische, cultuurhistorische, klimatologische en bedrijfsspecifieke verschillen. “Een ‘one fits all’-aanpak bestaat niet. Er zijn verschillende wegen naar verduurzaming, die elk apart valabel en succesvol kunnen zijn. De erkenning hiervan door het Europese beleid bij het opstellen van streefdoelen en richtlijnen, is een cruciaal aandachtspunt”, stelt ILVO.

Die conclusie wordt meteen meegenomen in het vervolgonderzoek, voorlopig EURO-DAIRY genaamd. Dat project heeft als doel de werkwijze en de doelstellingen van DAIRYMAN uit te breiden naar de rest van Europa. Kernpunten blijven het efficiënt gebruik van grondstoffen op een kosten- en arbeidsvriendelijke manier, het opzetten van een netwerk van pilootbedrijven met een voorbeeldfunctie, en intensieve kennisuitwisseling tussen onderzoek en praktijk. Dat maakte de project-coördinator van DAIRYMAN, Frans Aarts, bekend tijdens het internationaal DAIRYMAN symposium begin deze zomer in Nederland.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via