nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Is stabilisatie van markten niet meer belangrijk?"
01.06.2008  Eric Tollens - K.U.Leuven

Over de wereldwijde voedselcrisis heeft iedereen de voorbije weken zijn zegje gedaan. Wat moeten we tot hiertoe onthouden van alle reacties en intentieverklaringen? Wat moet veranderen, en hoe groot is de kans dat er effectief bijgestuurd wordt? We vroegen het aan professor Eric Tollens, landbouweconoom met een brede blik op de wereld en nooit te beroerd om de vinger op de wonde te leggen.

In een recent kranteninterview stelt u dat de komende maanden en jaren miljoenen mensen de hongerdood zullen sterven. Bovendien zou er op korte termijn weinig aan te doen zijn. Dat klinkt erg defaitistisch…
Eric Tollens: Ik ben betrokken bij een project in het noorden van Ethiopië. Dat is een dor land, dichtbevolkt en zonder natuurlijke hulpbronnen. Daar zie je pas goed wat het effect is van de gestegen voedselprijzen. Enerzijds zijn de ingevoerde landbouwgewassen duurder geworden, maar vergeet ook niet dat de kost voor de voedseltransporten naar het binnenland fors gestegen is als gevolg van de hoge olieprijzen. Die combinatie wreekt zich. Onze planeet telde vóór de crisis 850 miljoen chronisch ondervoede mensen, reken maar dat er honderd miljoen bijkomen. Natuurlijk zie je die hongerlijders niet bij bosjes neerstuiken. De hongerdood is een sluipend gif: door een gebrek aan proteïnen laat het immuunsysteem het steeds meer afweten, waardoor na verloop van tijd een banale verkoudheid fataal is.

Piet Vanthemsche wijst erop dat er geen tekort is aan voedsel. Wat zich vandaag voordoet, is een proces van diverse factoren in een onelastische markt, luidt het.
Die uitspraak maakt me een beetje kwaad. Het klopt dat er op mondiale schaal geen voedseltekort is. Maar de realiteit is ook dat slechts twaalf procent van het wereldwijd geproduceerde voedsel over grenzen verhandeld wordt. En dus komt het er vooral op aan om overal de lokale landbouwproductie te stimuleren, want het is een utopie om ervan uit te gaan dat het voedsel in de toekomst beter zal verdeeld raken over onze planeet. Daarvoor zou een belastingssysteem in de schoot van de Verenigde Naties moeten ontworpen worden, waarbij de industrielanden bereid zijn om alle rijkdom te herverdelen. Is dat een haalbare kaart? Twee derde van de Europese voedselproductie is bestemd als diervoeder. Gaan we minder vlees eten omdat iemand in Tsjaad aan het sterven is? Wie dergelijke scenario’s onrealistisch inschat, moet per definitie erkennen dat Ethiopië kampt met een voedseltekort van vijf miljoen ton graan om zijn bevolking te voeden. Elk jaar krijgt het land minstens één miljoen ton voedselhulp, vooral van de Verenigde Staten. Dat zijn 50.000 vrachtwagens van twintig ton, maar die volstaan dus niet om het hongerspook te verdrijven. Je hoort me niet beweren dat elk land volledig zelfvoorzienend moet zijn. Maar het is wel tekenend dat de veertig armste landen ter wereld allemaal netto-importeurs zijn van voedsel. Tot hiertoe heeft geen enkel land zich kunnen ontwikkelen zonder stevige landbouwsector. Landen zoals China en India hebben dat goed begrepen.

De VN hebben op initiatief van Ban ki-moon een crisiscel opgericht die de voedselcrisis gaat aanpakken. Wat mogen we daarvan verwachten?
Belangrijk is vooral dat er in de ontwikkelingslanden een mentaliteitsverandering komt, waardoor de landbouw opnieuw een centrale plaats verwerft in het maatschappelijk bestel. De vraag is hoe we regeringsleiders daarvan kunnen overtuigen. Misschien kunnen de Aziaten dat wel beter uitleggen aan de Afrikanen dan wijzelf. Maleisië teert echt op zijn landbouw. En Thailand is intussen de belangrijkste uitvoerder van orchideeën, rijst, rubber, huisdiervoeder en gekweekte vis. De regeringen in Afrika moeten beginnen met de door henzelf in 2003 ondertekende Verklaring van Maputo te respecteren. Daarin engageren ze zich om tien procent van de nationale begrotingsmiddelen te reserveren voor landbouw. Momenteel bedraagt dat aandeel amper vier procent. Congo heeft zijn agrarische sector de voorbije jaren schandelijk verwaarloosd: daar vloeit amper 1,7 procent van het staatsbudget naar de primaire productie, terwijl zeventig procent van de bevolking op het platteland leeft.

De Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds hebben er schromelijk toe bijgedragen dat veel arme landen het juiste spoor bijster geraakt zijn.
In de jaren zeventig en tachtig heeft de Wereldbank vijftien à twintig procent van zijn budget in de landbouw geïnvesteerd. We moeten durven toegeven dat veel projecten grandioos mislukt zijn. In de jaren negentig zijn vervolgens andere thema’s op de agenda beland: structurele aanpassingsprogramma’s, decentralisatie, emancipatie, aidsbestrijding, enzovoort. Daardoor daalde het landbouwbudget bij de Wereldbank tot onder de tien procent. Het protectionistische landbouwbeleid in de westerse landen maakte het perfect mogelijk om te desinvesteren in landbouwproductie en massaal goedkoop voedsel in te voeren.

Hoe bedoelt u?
Exportsubsidies maakten het voor de handelspartners mogelijk om bijvoorbeeld rijst te importeren aan minder dan 200 euro per ton. Vandaag zien we de weerslag van de afschaffing van die restituties. Eigenlijk is dat ironisch, hé. (stilte) Anderzijds zal achteraf misschien blijken dat deze crisissituatie nodig was om de landbouw wereldwijd weer op de kaart te zetten.

Enkele jaren geleden heeft u een externe audit uitgevoerd van de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Heeft u raar opgekeken toen de Senegalese president onlangs de afschaffing van deze instelling bepleitte?
Abdoulaye Wade heeft blijkbaar de moed niet om in de eerste plaats zijn Afrikaanse collega’s te wijzen op de eigen verantwoordelijkheid. Dat neemt niet weg dat de FAO dringend aan hervorming toe is. De instelling breidt voortdurend uit, maar daarvoor beschikt ze niet over voldoende middelen noch over een visie. De FAO werkt zonder prioriteiten en doet daardoor alles, maar tegelijkertijd niets. Toen de president van Egypte secretaris-generaal Jacques Diouf onlangs steun vroeg in de strijd tegen vogelgriep duurde het een maand vooraleer men ter plaatse was. Als je de Wereldgezondheidsorganisatie belt, staan ze daags nadien paraat, eender waar ter wereld. De FAO investeert 300 à 400 miljoen dollar in rampenbestrijding, maar zou die opdracht moeten kanaliseren naar andere organisaties. Anderzijds vind ik het onbegrijpelijk dat bijvoorbeeld de meststoffendivisie werd afgeschaft. Het wordt tijd dat men bij de FAO de oprichtingsakte weer ter hand neemt.

Het IMF en de Wereldbank vinden het belangrijk dat de voedselproductie verhoogt, en voegen er onmiddellijk aan toe dat daarom handelsbarrières moeten weggenomen worden. Zijn de Afrikaanse boeren gebaat bij vrijhandel?
Ik heb me doodgeërgerd aan de jongste prijsstijging voor rijst, die het gevolg was van de uitvoerbeperkingen die door het ene na het andere rijstexporterende land werden ingesteld. Zoiets druist regelrecht in tegen alle handelsregels, en dan moet de Wereldhandelsorganisatie ook strenge sancties durven treffen. Landen zoals Oekraïne, Kazachstan en Rusland hebben dezelfde strategie gehanteerd voor tarwe, maar op die manier schuif je natuurlijk de hete aardappel door naar andere landen. Veel landen hebben hun douanetarieven gesloopt om het ingevoerde voedsel nog enigszins betaalbaar te houden.

En dat terwijl die tolmuren hard nodig zijn om de lokale landbouw te ontwikkelen.
Dat moet je nuanceren: douaneheffingen kunnen een land helpen om de landbouwproductie op te drijven. Zo’n maatregel moet in ieder geval tijdelijk zijn en de bescherming moet heel selectief gebeuren voor die sectoren waarin men actief wil investeren in het kader van een algemeen beleid. Zo doen ook China en India het, en met succes. Hoge invoertarieven voor alle voedingsproducten zijn nefast aangezien daardoor de competitiviteit van de eigen landbouwsector snel bergaf gaat.

De Europese Commissie heeft haar voorstellen voor de health check van het landbouwbeleid op tafel gelegd. Spelen de maatregelen volgens u goed in op de huidige marktsituatie?
De afschaffing van de verplichte braaklegging is een goede maatregel, maar ik begrijp niet waarom men de melkquota zo traag laat verdampen. Dit jaar werd het quotum verruimd met twee procent, maar dat is toch peanuts? De Commissie zou van de huidige situatie moeten profiteren om de quota veel sneller af te schaffen. Men kan immers exporteren zoveel men wil zonder subsidies. Voor de rest zullen onze boeren moeten proberen om meer rechtstreeks profijt te halen uit de tweede pijler van het landbouwbeleid, hoe divers die ook is samengesteld. Door de hoge marktprijzen vragen veel belastingbetalers zich af waarom het landbouwbudget in stand moet gehouden worden, en dus staat het in de sterren geschreven dat de inkomenssteun zal blijven dalen.

De ngo's voeren in ons land al twee jaar campagne tegen de Economische Partnerschapsakkoorden (EPA) die de EU wil afsluiten met de ACP-landen omdat die de voedselsoevereiniteit in het gedrang zouden brengen. Is hun vrees terecht?
Eerlijk gezegd begrijp ik de ngo’s niet zo goed. Ze spuien ongezouten kritiek, maar praten nooit over de lange overgangsperiodes naar vrijhandel die in de akkoorden worden opgenomen. De ACP-landen kunnen zich bovendien beroepen op een vrijwaringclausule om kwetsbare sectoren te beschermen. Heel belangrijk is ook dat Europa een groot steunpakket ter beschikking stelt voor de ontwikkeling van regionale handel. In Afrika is dat een gigantische uitdaging. Wie landbouwgoederen wil transporteren van Kameroen naar Gabon, zal merken dat aan de grens alle producten overgeladen worden op een ander voertuig. Dat heeft met bureaucratie te maken, maar vooral ook met corruptie. Daar moet zo snel mogelijk komaf mee gemaakt worden.

Dreigt Afrika als gevolg van de EPA’s niet overspoeld te worden met goedkope landbouwproducten?
De vroegere handelsprotocollen waren in elk geval niet meer conform aan de voorschriften van de Wereldhandelsorganisatie. En ik maak me niet ongerust: een land als Nigeria hanteert een invoertaks van 125 procent op rijst en dat zal na de ondertekening van de EPA’s niet veranderen. Over dit dossier wordt heel wat desinformatie rondgestrooid.

U verwacht van Afrikaanse regeringsleiders dat ze meer geld pompen in hun landbouw. Vreest u niet dat ze over onvoldoende fondsen beschikken om op eigen kracht het verschil te maken? De uitdagingen zijn enorm, terwijl de nationale begroting in de meeste gevallen niet veel voorstelt.
Het klopt dat het regeringsbudget van Congo kleiner is dan dat van de stad Antwerpen. Maar als je er tien procent van neemt, kan je toch al iets doen. Vandaag bedraagt de landbouwbegroting van Congo 35 miljoen dollar, hetgeen amper volstaat om de lonen van de ambtenaren te betalen. Het drama van veel arme landen is dat de overheidsinkomsten heel sterk afhankelijk zijn van invoer- en uitvoertaksen, en meestal hebben deze laatste betrekking op landbouwproducten zoals cacao, katoen en koffie. Hoge exportheffingen zijn niet bepaald een stimulerende context voor producenten. In de Aziatische landen is men er in geslaagd om kadastrale taksen te heffen. Maar bijvoorbeeld in Congo is het fiscaal systeem nog onderontwikkeld. Minder dan 10.000 mensen betalen er belastingen. De meeste bedrijven betalen er helemaal geen taks, met uitzondering van wat royalty’s op grondstoffen. Hierin verandering brengen, is werk van lange adem maar van vitaal belang. Ik stel alweer vast dat India en China die weg afgelegd hebben.

De Chinezen achten het niettemin nodig om Afrikaanse landbouwgrond op te kopen. Wat moeten we daarvan denken?
China heeft zowat alle bewerkbare grond in cultuur gebracht. De Gobi-woestijn ten noorden van Peking is nog een blinde vlek, maar daar is nauwelijks water voorhanden. Het land investeert één miljard dollar per jaar in biotechnologie om te vermijden dat op termijn grote hoeveelheden graan en vlees moeten ingevoerd worden. Oorspronkelijk werd vooropgesteld dat de Chinezen tegen 2020 honderd miljoen ton tarwe zouden importeren, maar ze opteren duidelijk niet voor het Japanse importmodel. Dat ze daarom ook stukken regenwoud in Congo opkopen, is evenwel een verrassing. Ze werken via staatsgecontroleerde bedrijven die concessies verwerven voor een periode van 99 jaar. Maar die brengen hun hele hebben en houden mee naar Congo, waardoor de projecten nauwelijks voor lokale tewerkstelling zorgen. Als ze niet opletten, krijgen ze vroeg of laat voor die koloniale aanpak de rekening gepresenteerd van de plaatselijke bevolking. In ruil bieden de Chinezen wel veel ontwikkelingshulp in natura, zoals de aanleg van wegen en dergelijke. Ik weet niet of dat zal volstaan om de Congolezen te paaien.

Auteur Thierry Debels beweert in zijn jongste boek dat honderd euro in de collectebus van 11.11.11 slechts één euro oplevert voor de arme boeren in de derde wereld. Zijn de ngo’s onbetrouwbare ontwikkelingspartners?
Dat weiger ik te geloven. Het klopt natuurlijk dat sommige organisaties sterk inzetten op bewustmaking en lobbywerk. Die inspanningen vertalen zich niet onmiddellijk in veranderingen op het terrein, maar dat betekent niet dat dit werk overbodig is. De ngo’s die ik ken, besteden 10 à 15 procent van het budget aan hun werking, de rest gaat naar het Zuiden. Alleen al uit de salarissen van medewerkers bij ngo’s kan je afleiden dat deze organisaties het goed menen. Eigenlijk was ik ronduit gechoqueerd door de uitlatingen van Debels, want ten gronde pleit die man voor nog minder ontwikkelingshulp. Dat is een criminele gedachte…

Hoe verwacht u dat de mondiale voedselproductie de komende decennia zal evolueren?
Tegen 2050 moeten we de voedselproductie verdubbelen om de honger naar dierlijke proteïnen bij de stijgende wereldbevolking te stillen. Technisch is dat geen enkel probleem. Een land als Congo heeft amper tien procent van zijn oppervlakte in landbouwgebruik. Dat aandeel kan makkelijk opgedreven worden tot vijftig procent zonder veel regenwoud te kappen. In Afrika is slechts twee procent van de gronden geïrrigeerd, hé. Alles zal afhangen van de politieke wil om te investeren in een hogere landbouwproductie, vooral door intensivering. Allicht zal het met horten en stoten gaan, met links en rechts een catastrofe. Landen zonder enige infrastructuur zoals Ethiopië en Congo gaan het heel moeilijk krijgen om de honger te bedwingen.

Hebben de ontwikkelingslanden genmodificatie nodig om een groene revolutie te realiseren?
De Bill & Melinda Gates Foundation heeft 150 miljoen dollar vrijgemaakt voor onderzoek naar ggo’s van de tweede generatie, en dat valt toe te juichen. Als we in de toekomst over droogteresistente teelten beschikken, zijn we immers een hele stap vooruit. In China en India is intussen meer dan de helft van de katoenproductie genetisch gemodificeerd. En de boeren zijn er helemaal niet gebonden aan Monsanto door het simpele feit dat een aantal patenten werden afgekocht en dat ze zelf deze gengewassen ontwikkelen. Het voorzorgsprincipe inroepen omdat genteelten mogelijkerwijs nadelig zijn voor het milieu lijkt op het eerste gezicht onschuldig, maar waarom past men het niet toe op pesticiden? Ik hoor niemand praten over de toxiciteit van de bestrijdingsmiddelen die in Afrika op de katoen gespoten worden. Bt-katoen is een godsgeschenk, geloof me. Dat de huidige gentechnieken in de meeste gevallen niet bruikbaar zijn voor Afrika en zelfs Europa ga ik niet betwisten. Maar bij de evaluatie van de nieuwe generatie ggo’s moeten we ons laten leiden door wetenschap en techniek, en niks anders.

U pleit ervoor dat opnieuw meer stockvoorraden worden aangelegd. Hoe moet dat gebeuren?
Het heeft me enorm verwonderd dat bij de gezondheidskuur van het landbouwbeleid niet meer gepraat werd over artikel 39 van het Verdrag van Rome. Is de stabilisatie van de markten dan niet meer belangrijk? Stel dat er nog een jaar komt met slechte oogsten in grote delen van de wereld, waardoor de voedselprijzen opnieuw verdubbelen. Momenteel zijn de graanvoorraden op hun laagste niveau van de voorbije dertig jaar, en dan moet je nog weten dat twee derde van die voorraden zich in China en India bevinden. Daar kun je dus niet aan als je ze nodig hebt. Europa moet zich volgens mij afvragen of de beleidshervorming van de voorbije jaren niet te sterk doorgetrokken werd. Net zoals olievoorraden hebben we een strategische voedselvoorraad nodig. Graan kan je langdurig stockeren en de bewaring kost niet zoveel. Uit de hand lopende voedselprijzen zijn in elk geval veel schadelijker voor de economie, zeker als je er ook nog stakingen bij rekent als gevolg van koopkrachtdaling.

Vier jaar geleden heeft u de huidige voedselcrisis voorspeld. Durft u nog eens in de glazen bol kijken?
Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat de crisis zo hard zou toeslaan. De stockvoorraden daalden toen al naar een schrikwekkend peil, waardoor enkele misoogsten onvermijdelijk tot prijsstijgingen moesten leiden. Australië werd drie jaar lang geteisterd door droogte, ook Rusland en Oekraïne kenden tegenslagen. De grote verwaarlozing van de landbouw in Afrika verontrustte me eveneens. Wat ik niet had zien aankomen, is de aanhoudende groei van opkomende economieën, de ingestelde exportbeperkingen voor rijst en de invloeden van de klimaatverandering. Straks moeten de voedselproductie en de stockvoorraden in elk geval drastisch naar omhoog. Momenteel gaat nog een te groot deel van de oogsten in ontwikkelingslanden verloren door een gebrekkige plaagbestrijding, een gebrek aan resistente variëteiten, enzovoort. Daarnaast zullen we ons echter ook een beetje moeten verzoenen met de idee dat voedsel duurder wordt. Binnen twintig à dertig jaar is het goed mogelijk dat vis en vlees luxeproducten zijn die we niet elke dag op ons menu kunnen zetten.
 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via