nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

18.12.2013 Graanteler toont wat agro-ecologie in zijn mars heeft

Het huidige landbouwmodel botst op zijn grenzen, oordelen BioForum, Bond Beter Leefmilieu, Velt, Vredeseilanden en Wervel. Daarom organiseerden zij een congres dat het potentieel aantoont van agro-ecologie. Akkerbouwer Kees Steendijk verblufte alle aanwezigen met een eigen teeltsysteem voor granen. Amper 40 kg zaaizaad - vijf keer minder dan wat gangbaar is - volstaat voor hem om ruim 9 ton biologische (!) tarwe te oogsten.

Vijf organisaties sloegen de handen in elkaar voor een congres over agro-ecologie omdat zij alle vertrouwen hebben in de haalbaarheid van dit vernieuwende landbouwmodel. Een agro-ecologische aanpak gaat uit van de draagkracht van de natuur. Dit landbouwmodel schaadt de biodiversiteit niet, maar maakt er efficiënter gebruik van om zo tot hogere opbrengsten te komen. "Willen we van landbouw geen roofbouw maken, dan wordt investeren in duurzame alternatieven een prioriteit", verklaren BioForum Vlaanderen, Bond Beter Leefmilieu, Velt, Vredeseilanden en Wervel.

De pleitbezorgers van agro-ecologie in België wilden niet blijven steken in theoretische beschouwingen. Daarom nodigden zij bioboer Kees Steendijk uit. Deze akkerbouwer teelt in de Nederlandse provincie Zeeland akkerbouwgewassen en groenten op 80 hectare. Met een minimale impact op bodem en omgeving realiseert hij even hoge graanopbrengsten als zijn gangbare collega's. Zijn teeltsysteem, waarvan je hier videobeelden kan zien, zet de gangbare graanteelt helemaal op zijn kop.

Steendijk innoveert in een traditionele teelt, op een manier die geen onderzoeksinstituut of multinational hem voordoet. Dat hij amper 40 kg zaaizaad nodig heeft om een normale - en voor bio spectaculair hoge - graanopbrengst te realiseren, spreekt ongetwijfeld het meest tot de verbeelding. En er zit nog rek op zijn aanpak, want een proefveld ingezaaid met 9 kg zaaizaad per hectare leverde bij de oogst evengoed 9 ton biotarwe op.

Om te begrijpen hoe hij daarin slaagt, moet je als akkerbouwer even vergeten wat je weet - of dacht te weten - over graanteelt. Laat om te beginnen de mechanische of pneumatische graanzaaimachine in de schuur staan want dat werktuig is volgens Steendijk totaal ongeschikt. "Ik gebruik een precisiezaaimachine, dezelfde als waar ik bieten, uien en maïs mee zaai. Waarom zouden we bij granen veel meer zaden per m² gebruiken dan nodig?". Deze precisiezaai resulteert in een mooie, uniforme opkomst in rijen met een tussenafstand van 25 cm.

Op een perceel van Steendijk hebben de graanplanten meer licht en ruimte dan op een gangbaar graanperceel. De planten beconcurreren elkaar minder, kunnen de nutriënten beter benutten en kennen bijgevolg een maximale ontwikkeling. Het resultaat? Tien in plaats van zes stengels per plant, een uitgebreider wortelstelsel, stevigere graanplanten die geen halmverkorting nodig hebben en veel minder ziektedruk in het gewas.

Bovendien komen aan die tien stengels evenveel graanaren, terwijl in de gangbare graanteelt de laatst gevormde graanstengels opnieuw afsterven door een gebrek aan nutriënten en licht. "Of door ziekten zoals meeldauw, waar ik geen last van heb door de ruimte die de planten krijgen", aldus Steendijk. Hij begrijpt niet waarom de gangbare graanteelt energie verspilt aan zaden die niet tot volle wasdom komen en vervolgens aan stengelvorming die toch geen extra graanaren oplevert.

Met precisiezaai alleen realiseer je geen 9 ton tarweopbrengst met 40 kg zaaizaad. Daar is meer voor nodig, zo ondervonden ook enkele snoodaards die het teeltsysteem van Steendijk commercieel probeerden te kapen. De innovatieve akkerbouwer selecteert zijn zaaizaad bijvoorbeeld zelf en gebruikt alleen grove en uniforme zaden met een optimale kiemkracht. Kleine graanzaden bleken immers gevoelig voor gele en bruine roest. Ondiep zaaien in plaats van de graanzaden 4 cm diep in de grond te steken, zet de planten op voorsprong.

De belangrijkste randvoorwaarde voor succes met dit teeltsysteem is nog niet genoemd. Steendijk behandelt de bodem met ongezien veel zorg, en liet bijvoorbeeld zijn percelen draineren. Bijzonder is ook het rijpadensysteem, waarbij alle machines op een spoorbreedte van vier meter staan. Zelfs de maaidorser rijdt uitsluitend in de smalle sporen die eerder al bereden werden bij het zaaien en onkruid wieden. Het merendeel van het werk gebeurt overigens met bijzondere werktuigendragers, en niet met een tractor. En een ploeg heeft de bioboer niet meer nodig aangezien de bodem ook na de graanoogst nog in optimale staat verkeert. Er is gedurende gans het seizoen geen tractorband overheen gelopen.

Het minste wat je van Steendijk kan zeggen, is dat hij bij de overschakeling naar bio ook de omslag in denken heeft gemaakt. De resultaten die hij met zijn zelf ontwikkelde technieken boekt, zijn zo spectaculair dat professor Marjolein Visser (ULB) wou weten waarom hij weinig navolging krijgt. "Er wordt te sterk geluisterd naar onderzoeksinstituten die het oude teeltsysteem verdedigen. Bovendien hebben zaadfirma's geen baat bij een teelttechniek die vertrekt van veel minder zaaigoed", maakt Steendijk duidelijk. "Het huidige landbouwsysteem is vastgeroest in recepten waarop we niet willen terugkomen", concludeert Visser.

"Ondanks het enorme potentieel, wordt dit soort innovaties verwaarloosd vanuit het beleid en het landbouwonderzoek en botsen pioniers vaak op grote hindernissen", beamen de organisatoren van het congres. Volgens de Argentijnse professor Pablo Tittonel, verbonden aan Wageningen Universiteit, is er meer nodig dan technologische innovatie. Hij vergelijkt 'institutionele innovatie' met "de geesten laten rijpen". Dat het heersende landbouwmodel bijna de volledige onderzoeksagenda bepaalt, verklaart hij door een gebrek aan interesse bij de toelevering om onderzoek te financieren dat niet kan resulteren in een grotere verkoop van inputs. "De Nederlandse overheid investeert jaarlijks vier miljoen euro in onderzoek naar biolandbouw terwijl Monsanto wereldwijd in één jaar tijd 980 miljoen euro steekt in onderzoek en ontwikkeling", illustreert de professor het onevenwicht.

Binnen een agro-ecologisch model kan er niets gepatenteerd worden. Agro-ecologie wordt ook niet door de overheid aangestuurd, maar ontwikkelt zich - dankzij de pioniers - vanuit de basis", zegt professor Dirk Reheul (UGent). "Het vergt een systeemverandering die heel wat spelers uit de agrovoedingsketen niet genegen zullen zijn", meent Dirk Holemans, actief bij Groen en de denktank Oikos. Reheul pleit voor verandering aan de basis, ondersteund door het beleid en het onderzoek. Dat onderzoek moet, nog volgens de professor, participatorisch zijn en een lange termijnperspectief hebben. De omschakeling naar agro-ecologie zal naar verluidt een lang traject zijn, om kapitaalsvernietiging in de gangbare landbouw te vermijden. Holemans hoopt daarentegen op een 'momentum', dat een flinke opschaling van agro-ecologie mogelijk maakt.

Velt-voorzitter Leen Laenens filterde daar een aantal beleidsvoorstellen uit. Zo vragen de vijf middenveldsorganisaties de oprichting van een leerstoel agro-ecologie aan een universiteit, en een leerplatform dat praktijkkennis van boeren samenbrengt met wetenschappelijk onderzoek en ervaringen uit sociale bewegingen. De overheid zou agro-ecologie op korte termijn vooruit kunnen helpen door obstakels weg te nemen bij de uitvoering van het plattelandsbeleid, zoals inconsistenties in het beleid rond agroforestry, en door nieuwe beleidsbeslissingen af te toetsen op hun effect op een agro-ecologische landbouw. Tot slot opperde Laenens de oprichting van één Bodeminstituut, dat de kennis 'van de grond van de zaak' coördineert.

Een reactie vanwege ‘het beleid’ volgde via Joris Relaes, kabinetschef Landbouw van Vlaams minister-president Kris Peeters. "Agro-ecologie is niet nieuw, alleen hebben we het in het verleden niet altijd zo genoemd", verklaart Relaes, die zelf co-auteur is van de toekomstvisie uit 2001 rond duurzame land- en tuinbouw in Vlaanderen. "Als Vlaamse overheid proberen we een aanzet te geven, bijvoorbeeld door maatregelen zoals agroforestry op te nemen in het PDPO." Recent verscheen nog een focusrapport van de Vlaamse landbouwadministratie over agro-ecologie. Bij ILVO weerspiegelt de eenheid Landbouw en Maatschappij de meer holistische visie op landbouw waar agro-ecologen voor pleiten, en wordt met een project in Malawi geëxperimenteerd met een participatieve onderzoeksopzet die naar Vlaanderen kan overwaaien.

Vooral via de uitvoering van de tweede pijler van het Europees landbouwbeleid wil landbouwminister Kris Peeters inzake duurzaamheid stappen vooruit blijven zetten, "met respect voor de mensen die vandaag in de landbouw actief zijn", aldus Relaes. De kabinetschef vestigde nog de aandacht op de sterke stijging van het Europese budget voor landbouwonderzoek, en moedigde de middenveldorganisaties aan om daar met projectvoorstellen gebruik van te maken.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Kees Steendijk

Volg VILT ook via