nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

19.12.2000 Hoogseizoen voor Waalse kerstboomtelers

Oorspronkelijk waren de Ardennen bedekt met dichte en ontoegankelijke loofbossen. Taxus, grove den en jeneverboom waren de enige natuurlijk aanwezige naaldbomen. Het zijn waarschijnlijk de expansionistische Germaanse stammen die in de 5de en 6de eeuw de naaldbomen in de Ardeense bossen importeerden. Klimaat en geografie bleken er uitermate geschikt te zijn voor de coniferen.

Op dat ogenblik was de mens al bezig met het ontginnen van bosgronden voor de landbouw en veeteelt. In de loop van de 19de eeuw bleven deze landbouw- en veeteeltgronden bij onze zuiderburen deels ongebruikt achter door de plattelandsvlucht. De overheid wilde de braakliggende gronden opnieuw bebossen met sparren. Dus was er plots nood aan boomproducenten en ontstonden mettertijd de eerste bosboomkwekerijen.

Zo groeiden een paar hectaren sparaanplantingen op het einde van de 18de eeuw uit tot zo'n 200 000 hectaren, wat goed is voor ongeveer een derde van de totale bosoppervlakte van België.

Toen de kerstboomtraditie na de Eerste Wereldoorlog steeds meer ingang vond, besloten een aantal mensen om van deze legendarische boom hun bron van inkomsten te maken. Gewoon het bos ingaan en kappen volstond niet meer om te voldoen aan de marktbehoeften. Bomen van een goede kwaliteit en in grote hoeveelheden produceren, werd een noodzaak en een specialiteit.

Zo onstonden in de jaren '30 de eerste kerstboomkwekerijen. Vandaag wordt ieder vrij of weinig rendabel stukje grond in de provincies Luxemburg, Luik en Namen aangewend voor de teelt van kerstbomen.

Bron: Orpha.

Volg VILT ook via