nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Waar blijven ggo's van de tweede generatie?"
01.02.2008  Karen Janssens - Greenpeace

Twee van de meest vooraanstaande wetenschappers in de branche van de transgene planten hebben de tegenstanders van ggo’s onlangs flink de mantel uitgeveegd. Van Montagu noemt de Franse regering "dom en hypocriet" omdat ze de teelt van MON810 schorst. En in een interview met VILT doet Dirk Inzé het ggo-standpunt van Greanpeace af als flauwekul. Nicolas Sarkozy kregen we niet te pakken, maar bij Greenpeace waren we wel welkom voor een reactie.

Dirk Inzé weigerde in deze kolommen een dubbelinterview met Greenpeace omdat jullie argumenten over genetische modificatie niet wetenschappelijk onderbouwd zijn.
Karen Janssens: Die bewering is nergens op gestoeld, want alle claims van Greenpeace zijn wel degelijk gebaseerd op wetenschappelijke studies. Ik stel trouwens vast dat ook in de wetenschappelijke wereld er helemaal geen consensus bestaat over ggo’s. Kijk naar het debat over de klimaatverandering. Enkele jaren geleden haalden nogal wat wetenschappers de neus op voor de hypothese dat de opwarming van de aarde veroorzaakt wordt door de mens, maar tegenwoordig durven alleen nog enkelingen dat verband in twijfel te trekken. .

Volgens Inzé is de overgrote meerderheid van de wetenschappers intussen tot de vaststelling gekomen dat gemodificeerde organismen perfect gezond en veilig zijn.
Dat geldt misschien voor een groot deel van de moleculaire biologen, die zich uitsluitend focussen op het celniveau van de plant. Onderzoekers die breder geschoold zijn en rekening houden met de interactie van een plant of een gemodificeerd organisme met het ecosysteem, komen vaak tot andere conclusies. Wanneer je gewijzigde organismen in het milieu brengt, krijg je onvermijdelijk een risico op uitkruisingen, wat kan leiden tot een besmetting van de voedselketen of tot superonkruiden. Geen goeie zaak, noch voor boeren noch voor het leefmilieu. Dat betekent natuurlijk niet dat de teelt van elk transgeen gewas per definitie leidt tot grote ongelukken, maar het is duidelijk dat de introductie van ggo’s de planeet blootstelt aan een gigantisch genetisch experiment.

Jullie zijn principiële tegenstanders van transgene gewassen?
Dat hoor je me niet zeggen. Op geneeskundig vlak zijn heel wat biotechnologische toepassingen ronduit interessant. Het punt is dat nieuwe technologieën een reële oplossing moeten bieden voor een bestaand probleem. Bij Greenpeace zien we natuurlijk ook wel dat de wereldbevolking groeit terwijl het mondiale landbouwareaal niet groter wordt. Uiteraard zou het een pluspunt zijn indien boeren in dorre gebieden droogteresistente planten kunnen telen. Van zodra dergelijke toepassingen ontwikkeld zijn, willen we gerust weer rond de tafel zitten om te praten over ggo’s. Maar de realiteit is dat 68 procent van de gengewassen op dit ogenblik herbicidentolerant is, 19 procent is insecticidenresistent en 13 procent is een combinatie van beide. Puren de boeren of consumenten voordeel uit deze technieken? Al tien jaar worden de ggo’s van de tweede generatie aangekondigd, maar ze zijn er nog steeds niet.

Via genteelten kunnen landbouwers aanzienlijke meeropbrengsten realiseren.
De studies die ik heb ingekeken, wijzen daar niet op. Terwijl anderzijds de nadelen toch onmiskenbaar zijn. Neem nu de Bt-maïs. In deze planten is een gen van de bacterie Bacillus thuringiensis ingebouwd, die als insecticide optreedt. Studies wijzen op een negatieve impact van Bt-planten op onschadelijke insecten zoals de monarchvlinder. En hoelang zal het duren vooraleer de wortelboorder resistent wordt? Nu al zie je resistentie van onkruid optreden waar herbicidentolerante gewassen groeien. Die technologie ziet er deugdelijk uit voor wie niet verder dan vijf jaar vooruitkijkt. In Argentinië, waar men al meer dan tien jaar Roundup Ready soja plant, zit men nu met onkruid opgezadeld dat resistent geworden is voor glyfosaat, het actieve bestanddeel van Roundup. Praktijkervaring en recente studies wijzen op een toenemend pesticidengebruik bij de teelt van transgene gewassen. Eigenlijk zou het logisch zijn dat voor ieder teelttechnisch vraagstuk zowel de kosten als baten van de diverse oplossingen rationeel in de balans gelegd worden. Maar zo'n afweging wordt bij de introductie van ggo's nooit gemaakt omdat er niet alleen landbouwkundige voordelen op het spel staan.

De schrik voor de Monsanto’s van deze wereld zit er diep in?
Terecht, denk ik. Drijvende kracht achter de gengewassen zijn een handvol multinationals die nagenoeg het hele onderzoeksveld controleren. Genteelten zijn de exponent van een erg technologische benadering van landbouw, waar alles draait rond patenten en de macht van aandeelhouders. De industrialisering van de agrarische sector is inderdaad niet ons ding. Geef ons maar een meer kleinschalig landbouwmodel, dat toelaat dat de individuele boer meer kennis en macht verwerft. We zijn trouwens voorstander van een publiek debat over de besteding van landbouwfondsen. Indien het budget dat tot hiertoe werd geïnvesteerd in de ontwikkeling van genteelten naar duurzame landbouwpraktijken was gevloeid…

Het gepolariseerde debat over ggo’s zit muurvast. Stoort jullie dat?
Voor ons is het belangrijk dat Europa al enkele duidelijke keuzes gemaakt heeft. Een mijlpaal is het recht op keuzevrijheid dat gegarandeerd wordt door de regels inzake etikettering. Commissaris Dimas heeft nu een helder standpunt ingenomen over de milieurisico’s van Bt-maïs, en daar zijn we natuurlijk blij mee. Het is sowieso goed dat het debat over ggo’s op alle mogelijke niveaus gevoerd wordt, en we mogen zeker niet overhaast te werk gaan. Indien de ggo’s doorbreken, krijgen we een landbouwsysteem met twee volledig gescheiden productstromen. Wie gaat de kostprijs daarvoor betalen? En vinden we die kost maatschappelijk verantwoord? Laten we dat vooraf maar grondig uitpraten. Vervolgens is het de taak van politici om knopen door te hakken. Wat je vandaag ziet, is dat ze opteren voor het voorzorgsprincipe. Dat is toch logisch voor toepassingen die geen duidelijke voordelen maar wel milieurisico’s opleveren?

Jullie opvatting over het voorzorgsprincipe komt in de praktijk neer op een herinvoering van het vroegere moratorium op ggo’s.
Zolang er geen betere toepassingen beschikbaar zijn, is een moratorium inderdaad geen slecht idee. De doorbraak van ggo’s in Europa zal afhangen van de vindingrijkheid van de wetenschappers. En op dat vlak ben ik eerlijk gezegd niet optimistisch: zelfs via genmodificatie slagen ze er blijkbaar niet in om planten te laten groeien op woestijngrond.

Wie bezwaren heeft tegen genetische modificatie moet zich ook vragen stellen bij de klassieke veredeling van planten?
Dat is toch iets fundamenteel anders, hé. De traditionele veredeling wordt weliswaar gestuurd door de mens, maar het blijft toch een natuurlijk proces.

Hebben jullie een idee hoeveel transgene producten vandaag in onze winkelrekken liggen?
Als je de etiketten in de winkelrekken bestudeert, zijn er dat nagenoeg geen. De Europese voedingsmarkt is vandaag nog steeds gesloten voor ggo's. Meer dan dertig grote Europese supermarkten en meer dan dertig voedingsproducenten zoals Nestlé, Unilever en Coca-Cola hebben ons drie jaar geleden hun engagement gegeven dat ze geen genetisch gewijzigd voedsel verkopen of verwerken, en die afspraken worden ook netjes nageleefd. Het veevoeder is natuurlijk wel een grote achterpoort waar de biotechnologiesector gretig van gebruik maakt om alsnog gemodificeerde organismen in Europa binnen te smokkelen. Volgens de wetgeving moet de melk van koeien die gemodificeerd voeder voorgeschoteld kregen jammer genoeg niet gelabeld worden.

Drie jaar geleden heeft Greenpeace gepleit voor de teelt van klaver als alternatief voor de ingevoerde soja. Hebben jullie het gevoel dat die oproep iets uitgehaald heeft?
Ik heb gemerkt dat bijvoorbeeld ook Boerenbond dit thema niet zomaar opzij schuift. Het is ons trouwens niet per se te doen om klaver. We wilden een lans breken voor lokale alternatieven die onze voederafhankelijkheid verkleinen. Naast klaver zijn er nog wel meer gewassen zoals lupinen, koolzaad, amarant en hennep die op zijn minst een stuk van de overzeese eiwittransporten kunnen vervangen. In Duitsland heeft Campina het merk Landliebe gelanceerd waarvoor enkel koeien in aanmerking komen die lokaal gekweekte voeders verorberen. Onze voorstellen zijn dus niet irrealistisch, hé.

De Europese veehouders zien met lede ogen hun voederkosten stijgen omdat ze transgene voedergrondstoffen uit overzeese gebieden niet of nauwelijks kunnen importeren. De bevriezing van het huidige ggo-beleid kan de doodsteek betekenen voor de veehouderij.
Dat de voederkosten stijgen, heeft met veel meer dan alleen ggo's te maken. Maar het is inderdaad geen goede zaak dat onze boeren zo afhankelijk zijn van grondstoffen uit andere continenten. Daarom pleit Greenpeace voor een lokaal gebonden landbouw, die voor een veel grotere bedrijfszekerheid kan zorgen. Zelfs indien alle soja ggo-vrij zou zijn, blijft die internationale handel een zorgenkind. In Brazilië is de expansie van sojaplantages één van de grote bedreigingen voor het regenwoud. Het huidige moratorium op de handel van soja uit recent ontboste gebieden is een stap in de goede richting, maar we moeten alert blijven voor de effecten van een stijgende sojavraag op het bosbestand.

Jullie zitten samen met Boerenbond, de zuivelindustrie, de mengvoederfabrikanten en enkele andere partners rond de tafel om duurzame veevoederstromen op poten te zetten. Verlopen die gesprekken naar wens?
Voor ons is het een belangrijke overwinning dat de veehouderijsector de link tussen soja en het kappen van woud erkent, en er ook iets wil aan doen. Daarnaast vragen we dat alternatieve teelten zouden gepromoot worden en dat het geïmporteerde voeder in de toekomst gegarandeerd ggo-vrij is. Over dat laatste punt bestaat geen eensgezindheid, maar misschien moeten de geesten nog rijpen bij onze gesprekspartners. De dialoog verloopt nog altijd in een constructieve sfeer, ook al schieten we inhoudelijk naar onze zin te weinig op. Zo blijkt het een hele klus te zijn om iets meer klaarheid te scheppen over de bestaande sojastromen.

Zijn jullie vragende partij voor een intensievere dialoog met de landbouwsector?
Het is een feit dat er momenteel geen gestructureerd overleg bestaat. Maar we zijn altijd bereid om te praten, zelfs een dubbelinterview met Dirk Inzé is voor ons geen probleem. (lacht)

In de landbouwsector wordt Greenpeace gepercipieerd als een machtige organisatie. Hebben jullie datzelfde gevoel?
In ons land telt Greenpeace een veertigtal medewerkers, waarvan er zich eentje onder meer bezighoudt met landbouw. En toch klopt het dat we ondanks de beperkte middelen in een dossier zoals dat van de ggo’s het verschil kunnen maken. Onze onafhankelijke positie zet onze argumentatie heel wat kracht bij: je moet weten dat we geen enkele vorm van steun accepteren van bedrijven noch overheden. De inkomsten hangen af van de ruim 100.000 Belgen die intussen lid geworden zijn. Als je weet dat onze relatie met de lobby van de agro-industrie er eentje is van David tegen Goliath, moeten we enorm blij zijn met hetgeen we tot hiertoe bereikt hebben. Anderzijds beseffen we heel goed dat het ggo-dossier pas de komende jaren een doorslaggevende wending zal krijgen.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via