nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

09.01.2014 Krijgen vliegen sleutelrol in eiwittransitie?

In hoeverre kunnen vliegen als eiwitbron dienen voor veevoederproductie? Dat is de centrale vraag van het PROteINSECT-project, een internationaal en multidisciplinair onderzoeksproject waar ook onderzoekers van de KU Leuven aan meewerken. Opvallend is dat insecten volgens het onderzoek tegelijkertijd ook voor biomassaverwerking kunnen worden ingezet.

Proteïnen zijn een onmisbaar bestanddeel van diervoeder. Wat de EU betreft zijn deze proteïnen momenteel grotendeels van plantaardige afkomst, en wordt meer dan 80 procent van deze proteïnen geïmporteerd uit niet EU-landen. De wereldwijde handel in eiwitrijke grondstoffen wordt rechtstreeks in verband gebracht met ontbossing en ook met een verhoogde prijsvolatiliteit, wat nefaste gevolgen heeft voor de voedselzekerheid in ontwikkelingslanden.

Bovendien zullen we tegen 2050 drie miljard meer monden moeten voeden. De nood om meer proteïnen te produceren met minder land en om efficiënter om te gaan met rest-biomassa is met andere woorden nog nooit zo groot geweest. Daarom denken de onderzoekers van het PROteINSECT-project aan insecten om de gigantische vraag naar eiwitten in de toekomst op te vangen. Dat insecten in de nabije toekomst misschien ook op ons bord liggen, is zeker mogelijk, maar de focus van het onderzoek ligt op het gebruik van insecten als eiwitbron voor veevoeder.

Insecten zijn uiterst geschikt als veevoederingrediënt. Waar koeien 10 kilo plantaardige proteïnen nodig hebben om 1 kilo dierlijke proteïnen te produceren, hebben insecten daar maar 2 kilo voor nodig. Bovendien zijn ze bijzonder rijk aan vetten en mineralen, en staan ze ook in de vrije natuur op het menu van varkens, kippen en sommige vissoorten. Maar ook insecten moeten eten om eiwitten aan te maken.

Om competitie met ander eiwitgebruik te vermijden, gingen de onderzoekers op zoek naar alternatieven. Zo kwamen ze uit bij het gebruik van biomassa-afval voor het kweken van vliegenlarven. Verschillende afvalstromen komen in aanmerking, en vooral bijproducten uit de voedingsindustrie en zelfs dierlijke mest kunnen de economische en ecologische kosten aanzienlijk verlagen. Concreet zou het gaan om de zwarte soldaatvlieg voor warme klimaten zoals Afrika en China, en de huisvlieg voor meer gematigde klimaten.

De onderzoekers wijzen er op dat de intensieve veeteelt en humane consumptie in regio’s als Vlaanderen voor enorme hoeveelheden aan organisch afval zorgen, die nu te weinig benut worden. Het inzetten van insecten zou deze volumes kunnen doen dalen en tegelijkertijd voor een kostenefficiënte eiwitvoorziening zorgen. De residuen van dit proces kunnen verderop ingezet worden als grondstof voor kunstmest, bodemverbeteraars of kunnen energetisch gevaloriseerd worden als substraat voor anaërobe vergisting.

Dergelijke toepassingen zijn in Vlaanderen door de huidige wetgeving nog niet voor morgen. Precies daarom hopen de onderzoekers dat het PROteINSECT-project een hefboomfunctie kan vervullen. Door het aanleveren van wetenschappelijke bewijzen en cijfers hopen ze de wetgever een duwtje in de rug te geven. Want zolang er geen juridisch kader bestaat voor het gebruik van eiwitten afkomstig van insecten in diervoeder, zal er ook niet in geïnvesteerd worden, zo merken de onderzoekers op.

Het PROteINSECT-project wordt mogelijk gemaakt door 3 miljoen euro Europees FP7-geld. Maken deel uit van het project: een diverse groep boeren, internationale mengvoederbedrijven uit Azië, Afrika en Europa, universiteiten en onderzoeksinstellingen. Het departement Aard- en omgevingswetenschappen van de KU Leuven staat in voor de duurzaamheidsevaluatie.

Meer info: PROteINSECT 

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: PBase

Volg VILT ook via