nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Minder vlees maakt wereld mooier"
30.11.2008  Tobias Leenaert - EVA

Klimaatexpert Rajendra Pachauri heeft er onlangs voor gepleit om één dag per week geen vlees te eten. "Dit doet denken aan de tijd dat de kerk hierover regels oplegde", reageerde Piet Vanthemsche. Toen vervolgens een vals opiniestuk verscheen in De Standaard, stonden Boerenbond en de vegetariërs plots met getrokken messen tegenover elkaar. We gingen praten met Tobias Leenaert van EVA.

Waarom bent u vegetariër?
Tobias Leenaert: Eigenlijk begon ik me vanaf mijn twaalfde af te vragen waarom koeien een hondenleven moeten leiden, terwijl we gezelschapsdieren toch op een heel andere manier behandelen. Telkens ik tijdens mijn jeugdjaren vlees voorgeschoteld kreeg, spookte die filosofische vraag door mijn hoofd. Allicht omdat ik een enorme vleeseter was, ben ik uiteindelijk pas op 21-jarige leeftijd vegetariër geworden. Ondertussen ben ik al tien jaar veganist, wat in de praktijk betekent dit dat ik geen producten van dierlijke oorsprong eet, dus ook eieren, zuivel, vis, enzovoort.

Als veganist had je gewoon een job kunnen gaan zoeken zoals iedereen. Waarom heb je in 2000 beslist om de oude vegetariërsbond in een nieuw kleedje te stoppen?
Laat er geen misverstand over bestaan: eten is een persoonlijke keuze, maar dan wel één met belangrijke implicaties. Ik vind het belangrijk dat consumenten zich hiervan bewust zijn. Acht jaar geleden heb ik EVA opgericht om mensen te informeren over voeding. En daar heb ik nog geen seconde spijt van gehad, want volgens mij is een daling van de vleesconsumptie een van de meest effectieve dingen die we kunnen realiseren om aan een betere wereld te bouwen. Minder vlees is goed voor onze gezondheid, voor het klimaat, voor het dierenwelzijn. En het is mijn overtuiging dat iedere westerling die het zich kan permitteren een bijdrage moet proberen te leveren aan een betere wereld.

U klinkt als een vegetarische hogepriester…
Maar we gebruiken wel rationele argumenten. Of is het onzinnig om te stellen dat we onnodig dierenleed maar beter kunnen vermijden? Naast de toegenomen aandacht voor dierenwelzijn hebben we met ons pleidooi voor een dalend vleesverbruik het voorbije jaar ook de wind in de zeilen gekregen door het maatschappelijk debat over de opwarming van de aarde. We voelen het klimaat letterlijk en figuurlijk wijzigen.

Hoe oud is het vegetarisme eigenlijk?
Wat onze verre voorouders verorberden, is niet helemaal duidelijk: sommige wetenschappers stellen dat ze zich lange tijd enkel of bijna uitsluitend gevoed hebben met plantaardige voeding, terwijl anderen beweren dat de consumptie van vlees de groei van onze hersenen heeft gestimuleerd zodat het menselijke ras kon uitgroeien tot wat het vandaag is. Het doet er niet zoveel toe, want we weten dat de hedendaagse mens een vlekkeloos bestaan kan leiden zonder vlees. Belangrijke vegetariërs in de min of meer recente geschiedenis waren bijvoorbeeld Pythagoras en Leonardo da Vinci. In onze contreien is het vegetarisme in de jaren zeventig in een stroomversnelling geraakt, net zoals dat in veel andere Europese landen het geval was. Persoonlijk geloof ik in de rationaliteit van de mens, en dat de cirkel van medeleven steeds groter wordt. Zwarten en vrouwen behoren al enkele decennia tot de sfeer van morele relevantie, vandaag zijn dieren en de planeet aan de beurt.

Heeft de geleidelijke opmars van vegetarische voeding ook te maken met de evolutie van een agrarische naar een meer stedelijke samenleving?
Ik denk niet dat dit een erg belangrijke factor is. Mocht ik nog op het platteland wonen en vaker in contact komen met dieren, denk ik dat mijn empathie voor die beesten alleen maar zou toenemen. Het is natuurlijk wel zo dat vlees lange tijd beschouwd werd als een onmisbaar element in de voedingsdriehoek. Bovendien is het een lekker voedingsproduct dat relatief makkelijk kan bereid worden. Alleen zijn we nu in een fase aanbeland waarin we steeds meer geconfronteerd worden met de negatieve impact van onze vleesconsumptie. Tegelijk groeit het besef dat we een perfect gezond leven kunnen leiden zonder vlees. De textuur en smaak van vleesvervangers worden ook steeds beter.

Hoeveel vegetariërs zijn er in Vlaanderen?
Dat is een moeilijke vraag, omdat nog niemand echt serieus onderzoek verricht heeft. Wel weten we dat veertig procent van de consumenten regelmatig vleesvervangers koopt. Ons ledenaantal is intussen gestegen tot 2.700, en dat terwijl de voormalige vegetariërsbond meer dan twintig jaar tijd nodig had om tweehonderd gelijkgezinden lid te maken. De toename van het aantal leden is deels te wijten aan de veel intensere werking van onze organisatie, maar je kan er toch ook niet naast kijken dat vegetarische voeding in de lift zit.

Zien jullie hier specifieke redenen voor?
Een aantal jaren geleden hebben de voedselcrisissen een handje toegestoken. Daarna is Al Gore gekomen, die de mensen bewust gemaakt heeft van het klimaatprobleem. En dan komt de veehouderij onherroepelijk in beeld aangezien deze sector op wereldschaal verantwoordelijk is voor achttien procent van de uitstoot van broeikasgassen. Dat cijfer van de FAO gaat weliswaar niet op voor Vlaanderen, maar de belangrijkste factoren spelen evengoed bij ons: lachgas uit mest, methaan van koeien en de CO2-impact van ontbossing. En dan is er natuurlijk nog het gezondheidsargument. De doorsnee Vlaming consumeert meer vlees dan goed is voor zijn gezondheid, en in combinatie met milieuoverwegingen kan die vaststelling hem over de streep trekken om zijn vleesconsumptie te temperen. En wie bijvoorbeeld één dag per week geen vlees meer consumeert, beschouwen we bij EVA reeds als een potentiële ‘klant’.

In landen als China en India stijgt de vleesconsumptie explosief. Hoe kijkt u daar tegenaan?
Het is in zekere zin een bizar fenomeen omdat de oosterse landen een veel langere traditie hebben op het vlak van vegetarisme dan wijzelf. Vroeger consumeerden ze weinig vlees, maar nu is het er een teken van welstand. Ook op andere terreinen kopiëren de groeilanden trouwens ons samenlevingsmodel. Eerder vroeg dan laat zullen we allemaal geconfronteerd worden met de negatieve gevolgen van hun stijgend vleesverbruik. De natuurlijke hulpbronnen van onze planeet volstaan nu eenmaal niet om de hele wereldbevolking te laten genieten van het westerse eetpatroon.

Wat is het profiel van de Vlaamse vegetariër?
Bij onze eigen leden merken we dat ongeveer twee derde vrouwelijk is. We hebben ook een sterk vermoeden dat hoger opgeleiden ruim vertegenwoordigd zijn, en het zijn vooral jonge mensen. De tijd van de geitenwollen sokken is zeker voorbij: we spreken mensen aan uit steeds bredere lagen van de bevolking. Door de vergrijzing van de bevolking beginnen steeds meer mensen zich ook te realiseren dat ze tot de risicogroep voor hart- en vaatziekten behoren.

Welke strategie hanteert EVA om vegetarische voeding te promoten?
We proberen gewoon zoveel mogelijk constructieve, praktisch bruikbare en toegankelijke informatie te verschaffen over vegetarisme. Daarbij richten we ons specifiek tot cateraars en grootkeukens. Met de campagne ‘Donderdag Veggiedag’ geven we duidelijk aan dat we niet alleen mikken op het ‘bekeren’ van mensen tot volbloed vegetariërs. Hoewel ik er persoonlijk van overtuigd ben dat een wereld zonder vlees een mooiere wereld is, beseffen we heel goed dat dit ideaalbeeld nog niet voor morgen is. Integendeel, de afbouw van de vleesconsumptie is een langzame evolutie. Dat heeft ook voordelen: op die manier beschikt de veehouderij over voldoende tijd om zich aan te passen aan een nieuwe realiteit. Op ons bureau zitten ook geen tien werkloze secretaresses omdat destijds de computer werd uitgevonden, hé. Niemand moet dus bang zijn voor de evolutie naar een meer plantaardig voedingspatroon.

Over welke middelen beschikt EVA?
Van de Vlaamse overheid krijgen we jaarlijks 100.000 euro cultuursubsidies. Daarbij komen nog eens 25.000 euro lidgeld en projectsubsidies voor de campagne rond ‘Donderdag Veggiedag’. Met de totale som moet onder meer het loon van vier voltijdse medewerkers betaald worden. In tegenstelling tot een organisatie zoals Gaia krijgen wij weinig donaties, omdat we met onze werking veel minder inspelen op emoties.

Dierenwelzijn was voor u een belangrijke motivatie om veganist te worden. Dan ligt een samenwerking met Gaia voor de hand?
We hebben ongetwijfeld ideologische raakpunten, maar hebben nooit samengewerkt. Gaia houdt zich ook bezig met huis- en proefdieren, terwijl wij ons uitsluitend focussen op het voedselthema. Met een onderwerp zoals varkenscastratie zullen wij ons dus niet bezighouden. Bij Gaia is het vegetarisme een middel om tot meer dierenwelzijn te komen, terwijl bij ons dierenwelzijn een van de diverse argumenten is om meer vegetarisch te eten. Wist je dat wereldwijd 56 miljard dieren in een slachthuis aan hun einde komen, en dat elk jaar opnieuw? Volgens mij mist de massale doding van dieren zijn effect niet op de menselijke psyche en de maatschappij. Ik geloof dan ook dat een wereld met minder vlees een betere wereld zou zijn voor alles en iedereen.

En toch is Donderdag Veggiedag nog lang geen ingeburgerd begrip in Vlaanderen.
Dat hadden we amper één jaar na de lancering van dat concept ook niet verwacht omdat we nu eenmaal niet over budgetten beschikken om advertentieruimte aan te kopen in massamedia. Toch ben ik tevreden met de bereikte resultaten. Op beurzen worden we overstelpt met vragen, de website trekt een pak bezoekers en we krijgen veel media-aandacht. Het is niet makkelijk om in te schatten hoe zwaar we op het beleid wegen, maar in het Federaal Rapport Duurzame Ontwikkeling van het Federaal Planbureau staat toch maar mooi te lezen dat de vleesconsumptie een zware belasting vormt voor het leefmilieu en dat de overheid de consumenten rond dit thema moet sensibiliseren. In één van de voorgestelde scenario’s is zelfs sprake van een daling van de vleesconsumptie met 75 procent tegen 2050. Eigenlijk is het onbegrijpelijk dat de politici in Vlaanderen niet of nauwelijks wakker liggen van dit onderwerp.

In het Vlaams parlement moest Groen! onlangs concluderen dat de partij volledig geïsoleerd staat in haar verlangen naar een beleid dat mensen kan motiveren om minder vlees te eten.
In een vergadering van de commissie Leefmilieu werd de vraag naar een beleid rond vleesvermindering ronduit geridiculiseerd. Vijf jaar geleden circuleerde een voorstel om overheidsrestaurants te verplichten een vegetarische schotel aan te bieden. Patricia Ceyssens antwoordde toen dat zij van die restaurants toch ook niet verwacht dat ze voor haar elke woensdag een spaghetti bereiden. Wel, ik vind het pijnlijk om vast te stellen dat het niveau van het politieke debat over de vleesconsumptie sindsdien nauwelijks gestegen is. En dat is erg, want over vegetarisme kan je discussiëren, maar tegen vleesvermindering kan niemand iets hebben. Dat heeft zelfs een levensgenieter als Bart De Wever recent moeten toegeven toen ik hem ontmoette in de coulissen van de publieke omroep. Iemand zou eens moeten berekenen wat een preventief gezondheidsbeleid zou opleveren op het vlak van gezondheidsuitgaven.

Er bestaat intussen zoiets als een vegetarisch keurmerk. Het staat op jullie website, maar in de winkelrekken is het minder zichtbaar.
Dat keurmerk is eigendom van de Europese Vegetarische Unie, maar wij zijn licentiehouder. Totnogtoe zijn onze inspanningen omtrent dit keurmerk beperkt geweest omdat de tijd er nog niet helemaal rijp voor is. Maar het is wel degelijk de bedoeling dat het op termijn verschijnt op meer en meer voedingsproducten waarvan de consument zou kunnen vermoeden dat er dierlijke producten in verwerkt zitten. Denk aan soepen waarin al dan niet een dierlijke bouillon verwerkt is.

Waarom is de tijd nog niet rijp voor zo’n keurmerk?
Een keurmerk vergt certificering en dus ook investeringen van producenten. Die moeten er klaar voor zijn, maar ik denk dat de interesse groeit. Al zullen producenten van bijvoorbeeld pasta met tomatensaus niet snel geneigd zijn om hun producten te labelen met een vegetarisch keurmerk. Ons keurmerk schrikt misschien een deel van hun klanten af, daar moeten we voor een stuk realistisch in zijn.

In een recente campagne klagen jullie de visconsumptie aan op een nogal agressieve wijze. Van alle voedingsmiddelen zouden vissen de meeste gifstoffen bevatten, platvissen blijven nog urenlang leven na de vangst, enzovoort. Het verhaal klinkt zeer eenzijdig.
We hebben helemaal niet de intentie om agressief over te komen, we hoeden er ons zelfs voor het vingertje te gebruiken. Maar onze campagne rond vis was misschien wel een beetje atypisch. We hebben alle problemen eens goed in de verf gezet omdat veel consumenten er nog altijd van overtuigd zijn dat vis supergezond is. En dat terwijl visconsumptie met dezelfde kwalen kampt als het vlees: het is slecht voor het dierenwelzijn, doorgaans een ramp voor het milieu en lang niet altijd zo gezond als men ons wil doen geloven. Een aantal restaurants die zich vegetarisch noemen, serveren vandaag nog altijd vis maar dat is natuurlijk verwarrend, want vis is helemaal niet veggie.

Boerenbond heeft jullie ervan beschuldigd de klimaatverandering te misbruiken om een heel andere agenda te kunnen doordrukken. Heeft het recente overleg de plooien kunnen gladstrijken?
Piet Vanthemsche is van oordeel dat wij enkel de landbouwsector viseren, terwijl ook andere sectoren het klimaat vertroebelen. Dat laatste klopt uiteraard, maar het is natuurlijk niet de taak van een organisatie die werkt rond vegetarische voeding om de auto- of de energie-industrie aan te pakken. In nauwelijks een half procent van de rapporten over de klimaatverandering wordt gewezen op de impact van de vleesconsumptie. Is het dan niet onze opdracht om de vinger op de wonde te leggen?

Het gesprek heeft dus niets opgeleverd?
Het was in elk geval een aangename dialoog. Interessant is dat Vanthemsche het onderscheid maakt tussen consumptie en productie. Hij is het ermee eens dat de voedingswijze van de gemiddelde Vlaming te veel dierlijk eiwit bevat. Maar dat we te veel vlees eten hoeft niet per definitie een rem te zetten op de productiecapaciteit in onze regio, zo luidt de redenering. Daar zijn we het natuurlijk helemaal niet eens. Meer nog, ik vind het hemeltergend dat onze veebedrijven weer massaal kunnen uitbreiden. Dat is op z’n zachtst gezegd niet het juiste signaal. Maar nogmaals, we willen geen vijandbeeld oproepen en we geloven ook niet dat de impact van onze organisatie zo groot is als de boeren wel eens willen doen geloven. Als het imago van de vleesindustrie niet erg goed is, zal dat eerder te wijten zijn aan praktijken die de sector zelf in het leven geroepen heeft.

In de marge van de lezing die Pachauri in Gent gehouden heeft, hebben jullie samen met WWF en Greenpeace in een eisenbundel geijverd voor de afbouw van steunmaatregelen voor de intensieve veehouderij. En dat terwijl vooral runderen een nefaste invloed uitoefenen op het klimaat. Een misrekening?
Runderen zijn inderdaad het meest nefast voor het klimaat, maar er is wel degelijk van alles mis met de hele intensieve veeteelt, die het mogelijk maakt om ongezond goedkoop en veel vlees te consumeren, dat geproduceerd wordt zonder enig respect voor het dierenwelzijn en het leefmilieu.

Jullie beweren al jaren een constructieve dialoog te willen aangaan met de landbouwsector. Wat is uw boodschap voor de boeren?
We zijn geen evidente partners, maar toch zou ik niet willen dat de landbouwers ons haten. De daling van de vleesconsumptie verloopt zo geleidelijk dat er helemaal geen economische schade moet aangericht worden indien de veehouderij tijdig zijn langetermijnstrategie bijstuurt. Als de milieubeweging consumenten aanspoort om minder energie te verbruiken, voelt Electrabel zich toch ook niet langer aangevallen? De veehouderij mag alleen al uit welbegrepen eigenbelang z’n kop niet in het zand steken.
 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via