nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"De commissie Landbouw is met glans in haar opdracht geslaagd"
02.12.2013  Vlaamse parlementsleden in de commissie Landbouw

Deze legislatuur was de commissie Landbouw van het Vlaams Parlement voor het eerst een volwaardige en geen subcommissie. Ietwat achter de schermen leveren de commissieleden een niet te onderschatten bijdrage aan het landbouwbeleid. Dat doen ze door de beleidsbrief van de minister van Landbouw te bespreken en over decreten in dit vakgebied te stemmen. Iedere woensdag bestoken ze Kris Peeters met vragen, waarmee ze een oogje in het zeil houden en bijdragen aan het maatschappelijk debat over moeilijke kwesties zoals ggo’s. Via hoorzittingen, gedachtewisselingen en werkbezoeken houden ze de vinger aan de pols. Hoog tijd dus om een met landbouw begaan commissielid van elke politieke fractie aan de tand te voelen.

Noem één dossier waarin de commissie door haar tussenkomst zwaar op het beleid gewogen heeft.
Jos De Meyer (CD&V): Sedert jaren wordt er in de commissie geïnterpelleerd over arbeidsongevallen in de landbouwsector. Dat heeft – na een rondetafel georganiseerd door Kris Peeters – geleid tot het opstellen van een actieplan.
Dirk Peeters (Groen): Zwaar wegen is sterk verwoord, maar rond de bijenproblematiek heeft de commissie duidelijk het heft in handen en het voortouw genomen. Dat resulteerde in een resolutie die ijverde voor een actieplan voor het behoud van de bij.
Peter Reekmans (LDD): Een recent voorbeeld is het Plattelandsfonds, ten eerste dat het er kwam en vervolgens dat er snel extra middelen gezocht werden om een maximum aan plattelandsgemeenten te bereiken. Hier werd over de grenzen van meerderheid en oppositie aan gewerkt, met resultaat.
Tine Eerlingen (N-VA): Het belang van een risicoverzekering tegen schade door extreem weer of andere rampen werd herhaaldelijk onderstreept. We dienden hierover een resolutie in en nodigden een Canadese expert uit om het systeem toe te lichten. Zo gaven we de aanzet om bij de regionalisering van het landbouwrampenfonds een risicoverzekering mogelijk te maken.
Karlos Callens (Open Vld): De commissie heeft het Vlaamse standpunt rond de GLB-hervorming mee vorm gegeven. Wij hebben steevast gepleit voor voldoende flexibiliteit voor de lidstaten of regio’s bij de tenuitvoerlegging. Dit was van fundamenteel belang om de hervorming economisch en praktisch haalbaar te maken voor onze hooggespecialiseerde en intensieve landbouw.
Stefaan Sintobin (Vlaams Belang): Als ik er één dossier moet uitpikken, dan is dat de crisis in de varkenssector. Door het ‘salvo’ mondelinge vragen in de commissie is één en ander in een stroomversnelling terechtgekomen. Dat is onze taak: keer op keer op dezelfde nagel kloppen tot er beweging in komt.

Zijn de wekelijkse vragenrondes meer dan een vrijblijvende praatbarak? Moet de commissie er met één stem spreken om gehoord te worden?
Vlaams Belang: Uit de vele mondelinge vragen in de commissie Landbouw komt veel nuttige info, zowel voor de minister-president als voor de (niet-)vraagstellers. Juist de nuances en de verschillen die de commissieleden in hun tussenkomsten leggen, zijn verrijkend voor het debat.
Els Robeyns (sp.a): Door middel van vragen aan de bevoegde minister plaatsen we items op de agenda. Regelmatig hebben vragen gevolgen voor beleid en wetgevend werk, dus zou ik het zeker niet vrijblijvend noemen.
Open Vld: Als de commissie in elk dossier met één stem zou spreken, dan zou dat dodelijk zijn voor het debat. Maar als het gaat om cruciale dossiers, zoals de hervorming van het GLB, is consensus wél aangewezen. Op zo’n moment als kleine Vlaanderen verschillende geluiden laten horen, is vragen om niet gehoord te worden. Wat de vrijblijvendheid van vragen betreft, vind ik het moeilijk om te veralgemenen. Er zijn wel degelijk vragen die iets in beweging kunnen zetten. Bovendien is een vraag vaak slechts een eerste stap. Neem nu in het dossier van de noodweerverzekering of de wijnbouw. Beiden zijn gestart met vragen, maar vervolgens uitgegroeid tot een goedgekeurde resolutie, respectievelijk actieplan.
N-VA: De commissie is in se niet bedoeld om met één stem te spreken, integendeel, het biedt de verschillende partijen de kans te debatteren met respect voor ieders inbreng. Zie de commissies als kleine plenaire vergaderingen waar elke partij haar specialisten naar toe stuurt, in dit geval voor debatten rond landbouw en visserij.

PeterReekmans1_VlParl.jpg“Uit de wekelijkse ‘clash der ideeën’ groeit soms een consensus” (Peter Reekmans)

LDD: Een parlement is tot op zekere hoogte natuurlijk altijd een ‘praatbarak’, maar naar mijn aanvoelen is de commissie Landbouw geen verplicht nummertje. De meeste leden die er zetelen, kozen bewust en met overtuiging dat beleidsdomein en dat voel je in de werkzaamheden.
Groen: De wekelijkse vragen zijn vaak te vrijblijvend, maar dat is een algemene kritiek van mij op alle commissies. De verdeeldheid is inherent verbonden aan de politieke samenstelling. Daar is weinig aan te doen.
CD&V: Meningsverschillen horen nu eenmaal bij een democratie. In essentiële dossiers zien we dat oppositie en meerderheid vaak dezelfde bezorgdheid delen, en dat leden van verschillende fracties dezelfde houding aannemen. In andere dossiers kunnen er wel verschillen zijn, bijvoorbeeld bij welke administratie en minister na de zesde staatshervorming de bevoegdheid voor dierenwelzijn moet worden ondergebracht.

Heeft Vlaanderen beleidskeuzes voor zijn landbouw en platteland gemaakt die u zou willen terugdraaien?
CD&V: De afgelopen jaren is er een degelijk, doordacht en realistisch landbouw- en plattelandsbeleid gevoerd met uitdrukkelijke aandacht voor een aantal belangrijke sociale aspecten (zorgboerderijen, Boeren op een Kruispunt, enz.). De minister zette in op verduurzaming van de gangbare landbouw, en gaf de nodige stimuli aan nichemarkten (bio, korte keten).

DirkPeeters1_VlParl.jpg“Vlaams landbouwbeleid heeft te weinig oog voor agro-ecologie” (Dirk Peeters)

Groen: Te veel aandacht en subsidies gingen naar ggo’s, en te weinig naar verduurzaming van de landbouw en agro-ecologie. In het plattelandsbeleid leverden de beheerovereenkomsten te weinig resultaat op, en bleken ze te vrijblijvend. Een meer directief optreden is aangewezen inzake bodemerosie, biodiversiteit en waterkwaliteit door mestbeheersing.
LDD: De verhouding natuur-leefmilieu versus landbouw-platteland raakte ongeveer tien jaar geleden scheefgetrokken. Veel van wat toen ‘holderdebolder’ ingevoerd werd, stuitte de voorbije jaren op de realiteit, en op onbegrip bij landbouwers. Begrijpelijk, als je het mij vraagt, dus hoop ik dat er in de toekomst tijd en ruimte is voor een reality-check, waarbij té ideële uitgangspunten plaatsmaken voor meer realisme.
N-VA: Met een vrij continu landbouwbeleid werd ingespeeld op de bestaande knelpunten. De huidige beleidskaders alleen zullen echter niet volstaan om een antwoord te bieden op uitdagingen zoals de hoge grondstof- en energieprijzen, dumpingprijzen voor landbouwproducten, milieudruk, klimaat en leefbaarheid van de (kleine) bedrijven. We zullen ook andere invalshoeken mee moeten nemen die, naargelang de bron, transitie of transformatie genoemd worden. Het doel moet een economisch leefbare landbouw zijn, met voldoende aandacht voor duurzaamheid, milieu, gezondheid, dierenwelzijn en sociale aspecten.
Open Vld: De vraag is hoe we met het beleid de concurrentiepositie van onze land- en tuinbouw kunnen vrijwaren. Europa en de wereld bepalen de veranderingen, maar Vlaanderen kan in zijn landbouwbeleid eigen accenten leggen. We hadden dan ook graag een snellere aanpak gezien van de wijnbouw, de bijenproblematiek en de noodweerverzekering. Als sterk verstedelijkte regio missen we een beleid inzake stadslandbouw. Met betrekking tot het Plattelandsfonds had onze partij een totaal andere visie op de werking ervan. Dat hebben we veruitwendigd via een conceptnota en amendering van het ontwerp van decreet.

ElsRobeyns1_VlParl.jpg“Groei intensieve veehouderij afbouwen als landbouw effectief wil verduurzamen” (Els Robeyns)

sp.a: De milieudruk van de landbouw is tot 2008 significant gedaald. Dan is de evolutie gestopt, vooral omdat het nieuwe mestdecreet (2007) opnieuw mogelijkheden bood voor groei van de intensieve veehouderij. Dat had nadelige gevolgen voor vermesting, verzuring en energiegebruik. Het VLIF heeft daar op ingespeeld en biedt investeringssteun. Als de sector ten gronde wil verduurzamen, is er wellicht geen andere weg dan dit spoor terug af te bouwen. De duurzaamheidsvereiste die aan het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds is gekoppeld, biedt daarvoor mogelijk een hefboom. Samen met meer gebieds- en resultaatsgerichte beheerovereenkomsten moet dat de sector meer richting effectieve verduurzaming oriënteren.
Vlaams Belang: Zowel Yves Leterme als huidig landbouwminister Kris Peeters toonden een sterke verbondenheid met landbouw en namen de nodige initiatieven ter ondersteuning van de sector. Soms te traag, soms te weinig, maar de wil was er. Waar ik me wel aan stoor, is het blindelings achternahollen van de Europese Commissie en haar beleid. We hebben de voorbije tien jaar te weinig op tafel geklopt in Brussel.

Worden er binnen uw politieke partij op Vlaams niveau duidelijke standpunten ingenomen in verband met landbouw en platteland?
Vlaams Belang: Onze betrokkenheid bij de Vlaamse land- en tuinbouw is niet nieuw. Samen met mijn voorganger Frans Wymeersch heb ik de afgelopen jaren, uiteraard met het nodige interne en externe overleg, de partijlijn inzake landbouw en platteland bepaald. Om aan onze standpunten zo veel mogelijk ruchtbaarheid te geven, publiceren wij de driemaandelijkse nieuwsbrief ‘Uw Platteland’.
sp.a: In een koolstofarme en circulaire economie zal de landbouw volgens sp.a meer oog moeten hebben voor efficiëntie (rationeel energieverbruik, precisielandbouw en voedselverliezen vermijden), bodem (niet-kerende grondbewerking) en verantwoorde biomassaproductie (agroforestry, ecologische infrastructuur in het landbouwgebied). Verdere groei van de intensieve en grondloze veehouderij, op basis van geïmporteerde veevoeders, is geen duurzame piste.

KarlosCallens1_VlParl.jpg“Schaalvergroting wapent bedrijven tegen bijkomende investeringen” (Karlos Callens)

Open Vld: In 2011 heeft mijn partij een studiedag over duurzame landbouw georganiseerd. Daaruit is een uitgeschreven standpunt over land- en tuinbouw gekomen, dat nadien ook door het partijbureau besproken werd. Schaalvergroting beschouwen we bijvoorbeeld als een inherent gevolg van de globalisering van de landbouw, maar eveneens als een middel om het dalend aantal boeren op te vangen. Ook wapent het bedrijven tegen bijkomende investeringen die gevraagd worden in het kader van de randvoorwaarden, milieu en dierenwelzijn.

TineEerlingen1_VlParl.jpg“Schaalvergroting en verbreding vullen elkaar aan” (Tine Eerlingen)

N-VA: In de Vlaamse landbouw zien we twee ontwikkelingen: schaalvergroting en verbreding. Op bedrijven met een grotere schaal zijn meer mogelijkheden voor innovatie en implementatie van die technieken. Anderzijds vinden we dat er ook ruimte moet zijn voor kleinere bedrijven die hun activiteiten verbreden en tegen een correcte vergoeding een aantal maatschappelijke diensten (b.v. landschaps- en natuurzorg, educatie, enz.) op zich nemen. Beide types landbouw vullen elkaar aan. De sociale en economische leefbaarheid moet behouden en versterkt worden zodat ook jonge landbouwers nog een toekomst zien. Als grootste ruimtegebruiker en -beheerder zal landbouw zijn impact op het milieu verder moeten verlagen. Wat plattelandsbeleid betreft, zetten we in op dorpen als aantrekkelijke woon- en leefgemeenschappen.
LDD: Als kleinere partij kan LDD vrij en met open vizier in dialoog gaan met zeer uiteenlopende spelers. Wij hebben geen heilige huisjes of dogma’s, maar proberen alle problemen en uitdagingen een antwoord te bieden door ons gezond verstand te gebruiken. Zo doen we dat ook voor landbouw en platteland. Vanuit mijn engagement in een kleine, landelijke gemeente heb ik een persoonlijke band met deze thema’s en breng ik ze ook onder de aandacht van mijn partijgenoten.
Groen: Landbouw en voedselvoorziening is voor Groen een belangrijk thema. We ijveren voor een landbouw die gebaseerd is op biodiversiteit en duurzaamheid en dit in een internationaal kader. Onze speerpunten zijn het tegengaan van voedselspeculatie, voedseloverschotten wegwerken, een betere voedselverdeling in het licht van de stijgende wereldbevolking, en tot slot een betere symbiose tussen landbouw en natuurwaarden en dit mede door de familiale landbouw te beschermen.
CD&V: Mijn partij heeft een groot hart voor de land- en tuinbouwers in Vlaanderen en heeft tevens groot respect voor hun ondernemingszin. Het zijn mensen die voortdurend grote financiële risico’s nemen en met veel inzet hun bedrijf runnen. Daarbij zijn ze ook onderhevig aan allerlei risico’s waar andere ondernemers minder of niet mee te maken hebben: klimaat, planten- en dierziekten, enz. We noemen ze dan ook terecht ‘ondernemers in het kwadraat’. Landbouwers geven mee vorm aan het platteland en hebben er een belangrijke functie. Daarom willen we een plattelandsbeleid dat een leefbaar platteland instandhoudt.

Is landbouw een dankbaar vakgebied voor een politicus of ligt een burger daar helemaal niet wakker van?
CD&V: Boeren en tuinders zijn verstandig genoeg om te weten wie hun echte bondgenoten in de politiek zijn. Maar ze beseffen ook dat politici het markt- en prijsbeleid niet in de hand hebben en er altijd factoren zijn die niet beïnvloed kunnen worden.

JosDeMeyer1_VlParl.gif“Politici hebben het markt- en prijsbeleid niet in de hand” (Jos De Meyer)

Groen: Landbouw is geen thema waar een politicus zich flink op kan positioneren, maar dat zegt niets over het belang ervan. We vinden het logisch en vanzelfsprekend dat er dagelijks kwaliteitsvol voedsel op ons bord ligt. Duikt er een probleem op in de voedselketen, dan ontstaat er al snel paniek en kijkt men plots wel naar overheid en beleid om het op te lossen. Dat wijst toch op het belang van landbouw voor beleidsmakers.
LDD: Het is een ‘niche’ in die zin dat de brede bevolking en de massamedia er niet wakker van liggen. Tenzij één en ander zich opdringt natuurlijk! Dan is er plots grote interesse.
N-VA: De burger is vooral bezorgd om voedselveiligheid. Dat is één aspect van onze voedselproductie, maar wel een belangrijk.
Open Vld: Landbouw komt vaak in de media omwille van acute crisissen. Bovendien lijdt de sector onder een aantal onterechte vooroordelen die het er niet gemakkelijker op maken om als politicus een juist beeld van de landbouw te schetsen bij het brede publiek. Als puntje bij paaltje komt, wordt landbouw wel beschouwd als een strategische sector om een land van voedsel te voorzien. Je mag ook niet vergeten dat boeren en tuinders tegelijk burgers zijn. Zijzelf, hun medewerkers en de werknemers uit de agrovoedingsindustrie liggen er alleszins wakker van. De anderen doen dat misschien niet, tot ze geconfronteerd worden met een tekort aan betaalbaar, veilig en kwaliteitsvol voedsel.
sp.a: Discussies in verband met landbouw zijn op het eerste gezicht vaak een technische materie, wat weinig burgers kan boeien. Maar vertel je hen dat het in se gaat over onze voedselproductie, volksgezondheid, dierenwelzijn, … dan liggen ze daar wel wakker van.

StefaanSintobin1_VlParl.jpg“Burgers beseffen niet dat landbouw levensnoodzakelijk is voor een samenleving” (Stefaan Sintobin)

Vlaams Belang: Het spreekwoord ‘onbekend is onbemind’ is hier zeker van toepassing. Onvoorstelbaar hoe weinig mensen soms afweten van landbouw. Ze beseffen niet dat de kwaliteitsvolle en veilige producten van de landbouw levensnoodzakelijk zijn voor een samenleving. Wanneer er iets verkeerd loopt, dan staat iedereen wel op de eerste rij…

Hoe zou de werking van de commissie Landbouw nog kunnen verbeteren?
Vlaams Belang: Op het terrein heb ik de voorbije jaren het meest bijgeleerd. Daarom zou de commissie meer bedrijfsbezoeken moeten organiseren, en vooral meer contact moeten leggen met mensen die dagdagelijks actief zijn in de sector.
Open Vld: De invloed van de commissie kan vergroten als ze meer inspraak en controlerende bevoegdheden zou krijgen. Maar dat is een bekommernis die voor elke commissie en bij uitbreiding voor het ganse parlement geldt. Het zou al mooi zijn, mocht de commissie tijdens de volgende legislatuur veel autonomie krijgen om mee te bepalen wat Vlaanderen met de nieuw overgehevelde landbouwbevoegdheden (BIRB, landbouwrampenfonds, pachtwet en allicht ook dierenwelzijn) wil doen.
N-VA: Na de Raad van Europese landbouwministers wordt er in de commissie verslag uitgebracht. Een bespreking van de agenda voordat de Raad plaatsvindt, zoals in Nederland, zou interessant zijn. Zo krijgen we in het parlement de kans om hierover van gedachten te wisselen, weten we welk standpunt er ingenomen zal worden en waarom.
LDD: De commissie Landbouw kent een voorbeeldwerking. Beter kan altijd, maar volgehouden inzet (ook in verkiezingstijd) van geëngageerde leden lijkt mij een goed recept dat we moeten doorzetten.
Groen: Deze legislatuur was er voor het eerst een volwaardige commissie Landbouw. Dat is een goede zaak, maar verklaart tegelijk ook de kinderziekten en de soms beperkte agendasetting. Dossiers worden vaak te snel en met te weinig diepgang behandeld. Grote debatten komen zelden aan bod.
CD&V: De commissie Landbouw heeft tijdens deze legislatuur goed werk geleverd. Uiteraard is het belangrijk dat de leden altijd aanwezig zijn om de discussies op te volgen. De dialoog met de verschillende stakeholders verder optimaliseren, is een mogelijk verbeterpunt. Het zou ook goed zijn dat de vakpers meer aandacht besteedt aan onze werking.

Lees ook: Welke reacties weekt GLB los in Vlaams Parlement?

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Vlaams Parlement / Guy Mendonck

Volg VILT ook via