nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

12.12.2011 Zeugenpremie steunt gedreven fokker van Vlaams varken

Door twee jaar een premie van 100 euro per piétrain-zeug uit te keren, wil Kris Peeters het Vlaams fokzeugenbestand in stand houden. “Dat is nodig ook want het aantal actieve piétrain-zeugen daalde van 2.508 in 2001 naar 846 in 2010”, zegt Jürgen Depuydt van het Vlaams Varkensstamboek. “Bovendien verdwijnen de kleine fokkers die van onschatbare waarde zijn voor de genetica van ons varken.”

Het actieplan waarmee minister-president Kris Peeters de Vlaamse varkenshouderij uit het slop wil helpen, bevat onder meer een premie van 100 euro voor piétrain-zeugen. “Met de zeugenpremie willen we de unieke eigenschappen van wat we misschien wel het ‘Vlaams varken’ kunnen noemen, bestendigen en beter in de markt zetten”, liet Peeters optekenen bij de voorstelling van zijn actieplan.

“Die unieke eigenschap van de Belgische/Vlaamse piétrain is de goede karkaskwaliteit”, legt Depuydt uit. Opdat die niet verloren zou gaan, moeten er voldoende bloedlijnen in stand gehouden worden. “Met een 850-tal fokzeugen kunnen we nog niet spreken van een acuut probleem”, zegt Depuydt, “maar die fokzeugen concentreren zich meer en meer bij een handvol grote fokkers waardoor op termijn toch inteeltproblemen dreigen.”

De 25 ‘kleinste’ zeugenhouders van het Vlaams Varkensstamboek hebben elk minder dan 12 zeugen. “Toch zijn zij erg belangrijk”, benadrukt Depuydt, “want het vakmanschap van zulke gemotiveerde fokkers is nodig om de toekomst en genetische diversiteit van het ras veilig te stellen.” Vruchtbaarheid is een teer punt bij een piétrain-varken zodat enkel een zelfstandige fokker de noodzakelijke zorg voor het dier kan opbrengen. “Een werknemer van een industrieel varkensbedrijf kan dit niet opbrengen”, is Depuydt stellig overtuigd.

Hij hoopt dat de 100 euro per zeug vooral voor de kleinschalige fokkers een stimulans kan betekenen om door te gaan. “En uiteraard mogen nieuwe kandidaten met interesse in fokkerij zich aangesproken voelen.” De zeugenpremie is er evenwel niet voor iedereen. De varkenshouder moet zijn zeugen inschrijven in het Vlaams Varkensstamboek. Het dier moet dus raszuiver zijn. In totaal waren er vorig jaar 846 in het stamboek ingeschreven zeugen. Bovendien moet het gaan om een ‘actieve’ zeug die geworpen heeft in het jaar van de subsidieaanvraag. Andere randvoorwaarden verzekeren dat de boer na het innen van de premie zijn bedrijf niet stopzet, maar zijn zeugenstapel minstens op hetzelfde peil houdt.

In 2010 telde het Vlaams Varkensstamboek 44 leden die fokten met 1 tot maximum 132 raszuivere piétrain-zeugen. Depuydt vreest dat er dit jaar opnieuw enkele fokkers gestopt zijn, terwijl de grote bedrijven hun zeugenstapel nog uitgebreid hebben. De daling van het aantal fokkers wordt volgens Depuydt in de hand gewerkt door het stijgend aantal zeugen dat met sperma uit de KI-centra wordt gedekt in plaats van met sperma van een beer op het zeugenbedrijf.

Die KI-centra produceren bovendien steeds meer spermadosissen per beer zodat zij minder beren aankopen bij de fokkers. Vandaag gaat het om een 500-tal dieren op jaarbasis. Bovendien is in tien jaar tijd de commerciële fokzeugenstapel meer dan gehalveerd, wat ook weer betekent dat er minder piétrain-beren nodig zijn. “De fokkerij van piétrains kampt ook met vergrijzing bij de fokkers zodat ‘vers bloed’ ook nodig is bij de boeren zelf”, aldus Depuydt.

Gevraagd naar een rendabele toekomst voor de Vlaamse varkenshouderij, blijft hij geloven in de marktkansen voor het magere Vlaamse varken met uitstekende karkaskwaliteit. Het “industrievarken” is volgens Depuydt geen goed alternatief omdat de Vlaamse varkenshouderij niet kan opboksen tegen de massaproductie die Nederland en Denemarken met zulke varkens realiseren. “Ook al wordt voor kwaliteit vandaag onvoldoende betaald, toch mogen we ten aanzien van exportmarkten ons visitekaartje niet te grabbel gooien”, benadrukt Depuydt.

Trek integendeel de kaart van vakmanschap, is zijn advies, en heb meer aandacht voor de genetische kwaliteit van de beer die je gebruikt op zeugen en doe vooral iets aan die hoge voederconversie. “Met behulp van onafhankelijk advies kan die zo sterk omlaag dat de vleesvarkenshouderij idealiter zelfs 177 miljoen euro kan uitsparen aan voederkosten”, aldus Depuydt, die de veel lagere mestafzetkosten en milieu-impact zelfs nog niet in rekening brengt. Tot slot wil hij nog deze boodschap kwijt: “Kengetallen zijn het middel voor de varkensboer, maar een mooi arbeidsinkomen moet het doel zijn.”

Meer info: Vlaams Varkensstamboek & Hitlijst afgeteste piétrain-beren

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via