nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

04.02.2015 Aan restrictie neonicotinoïden wijzigt voorlopig niets

In 2013 vaardigde de EU beperkingen uit voor het gebruik van een aantal insecticiden die gevaarlijk zijn voor bijen. Persartikels hadden het vaak over een moratorium van twee jaar zodat de suggestie gewekt werd dat de beperkingen na twee jaar, in de loop van 2015 dus, zouden vervallen. Dit staat echter helemaal niet vast zodat de FOD Volksgezondheid een en ander wil verduidelijken. Diverse beoordelingen lopen momenteel en de resultaten ervan zijn nog niet gekend. Het staat evenmin vast wanneer er wettelijke maatregelen volgen. Intussen blijven de huidige beperkingen gewoon bestaan.

De goedkeuringen van drie neonicotinoïden en fipronil werden door de EU sterk beperkt omdat deze insecticiden mogelijk schadelijk zijn voor bijen. Particulieren hebben de middelen voor het laatst in 2013 mogen gebruiken. Voor professionelen gelden er beperkingen maar geen algeheel verbod in die zin dat de insecticiden niet langer toegepast mogen worden op bepaalde granen en op gewassen die in bloei komen. Alle lidstaten hebben de nationale toelatingen voor de vier geviseerde insecticiden moeten aanpassen of intrekken.

Doordat er in de pers sprake was van een ‘moratorium van twee jaar’ leek het alsof de beperkingen na twee jaar zouden vervallen. “Het ligt echter iets ingewikkelder”, deelt de FOD Volksgezondheid mee, die daarom beschrijft wat er staat te gebeuren. Een eerste vaststelling is dat Europa de beperkingen helemaal niet gelimiteerd heeft in de tijd. Zonder een nieuwe verordening waarbij de goedkeuringsvoorwaarden opnieuw worden aangepast blijven de huidige beperkingen gewoon bestaan. Maar dat wil niet zeggen dat er niets gebeurt met de goedkeuringen. De EU-verordeningen stellen namelijk twee nieuwe risico-evaluaties in het vooruitzicht.

De eerste evaluatie houdt verband met de informatie die de producenten moeten verstrekken (o.a. over het risico voor honingbijen door blootstelling aan bespoten bloeiend onkruid). De informatie zal worden beoordeeld door een lidstaat die optreedt als rapporteur, waarna voedselveiligheidsautoriteit EFSA ongetwijfeld door de Europese Commissie zal worden gemandateerd om de evaluatie van de lidstaat verder te beoordelen. Uiteindelijk zal de Commissie, in samenspraak met de lidstaten, moeten beslissen of deze beoordeling een wijziging van de goedkeuringsvoorwaarden noodzaakt. Volgens de FOD ligt een versoepeling van de voorwaarden niet in de lijn der verwachtingen, integendeel zelfs. Het hele proces van evaluatie en besluitvorming kan gemakkelijk een jaar in beslag nemen.

Een tweede element is dat in de aanhef van de verordeningen staat dat de Commissie, twee jaar na de inwerkingtreding van de verordening, onverwijld een beoordeling instelt van de nieuwe wetenschappelijke informatie die zij heeft ontvangen. De fabrikanten zijn wel degelijk van plan om nieuwe gegevens in te dienen die moeten toelaten de beperkingen geheel of gedeeltelijk op te heffen. Voor de drie neonicotinoïden imidacloprid, thiamethoxam en clothianidin zou de evaluatie van deze gegevens ten laatste op 26 mei van start moeten gaan, en voor fipronil op 16 augustus. Wellicht moet opnieuw gerekend worden op een jaar voor het doorlopen van het hele proces van evaluatie en besluitvorming. “Vandaag kan helemaal niet worden voorspeld of dit proces inderdaad tot een versoepeling van de beperkingen zal leiden”, voegt de FOD Volksgezondheid er nog aan toe.

Ondertussen is EFSA bezig om ook alle andere toepassingen dan behandelde zaaizaden en granulaten te beoordelen op hun effecten op bijen. Het gaat dan bijvoorbeeld om bladbespuitingen waarover de autoriteit vorige keer geen verslag uitbracht. Tot slot merkt de FOD nog op dat de eerste goedkeuring van een werkzame stof normaal gezien een geldigheidsduur heeft van tien jaar. Een verlenging ervan is mogelijk en de fabrikanten gaan ook effectief dossiers indienen om dat te ondersteunen. Voor clothianidin en thiamethoxam is dat in de loop van dit jaar al aan de orde. De besluitvorming over de verlenging kan zo’n tweeënhalf jaar na de indiening van het dossier worden verwacht.

Bij wijze van besluit vat de FOD Volksgezondheid alles nog eens samen: “Er beweegt heel wat op het vlak van de evaluatie van de stoffen waarvan de goedkeuring werd beperkt in 2013. Maar wanneer de evaluaties zullen worden vertaald in een wettelijk besluit en hoe dat besluit eruit zal zien, valt vandaag niet te voorspellen. Het zal wellicht nog een jaar duren vooraleer er iets verandert. Hoe dan ook, zolang de huidige goedkeuringen niet worden aangepast door een nieuwe verordening blijven de beperkingen waartoe in 2013 werd besloten gewoon bestaan.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via