nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

06.08.2019 Aangepaste regels voor bemesten na de hoofdteelt

Om stikstofverliezen te beperken en de waterkwaliteit te verbeteren, past MAP 6 de regels voor het bemesten na de hoofdteelt aan. In augustus mag akkerland dat geen zware kleigrond is, slechts beperkt bemest worden met type 2-meststoffen. “Zo mag daar alleen nog na de oogst van niet-nitraatgevoelige hoofdteelten bemest worden met type 2-meststoffen, zoals pluimveemest en mengmest van runderen en varkens, op voorwaarde dat er tijdig een vanggewas is ingezaaid en dat dat voldoende lang blijft staan”, laat de Vlaamse Landmaatschappij weten.

Met de goedkeuring van MAP6, worden er wat veranderingen doorgevoerd op het vlak van bemesten. “Akkers bemesten met vloeibare organische mest is na 31 juli alleen nog mogelijk na granen of andere niet-nitraatgevoelige hoofdteelten, als er een vanggewas volgt”, licht de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) toe. Voorbeelden van niet-nitraatgevoelige hoofdteelten zijn granen, vlas, luzerne, kool- en raapzaad. Het volledige overzicht kan je hier terugvinden.

De wetgeving beperkt de bemesting met vloeibare dierlijke mest op akkerland na de oogst van de hoofdteelt al sinds 2011 tot 60 kg stikstof per ha. “Het vorige mestactieplan (MAP5) maakte nog een onderscheid tussen focusbedrijven en niet-focusbedrijven”, legt Leen Van den Bergh, woordvoerster van de VLM, uit. “Zo konden focusbedrijven na de oogst van de hoofdteelt niet meer bemesten, terwijl niet-focusbedrijven nog een beperkte dosis mochten opbrengen. MAP 6 maakt door het verdwijnen van de focusgebieden en -bedrijven een einde aan dat onderscheid.”

De algemene regel is nu dat jaarlijks vanaf 1 augustus niet meer bemest mag worden met type 2-meststoffen, behalve als na een niet-nitraatgevoelige hoofdteelt, uiterlijk 15 september een vanggewas wordt ingezaaid. “Deze vanggewassen zijn onder andere grasland, graskruiden mengsel, graszoden, boekweit, winterhaver, zomerhaver, grasklaver of voederkool”, laat de VLM weten. Afhankelijk van de samenstelling van de bodem moet het vanggewas blijven staan tot en met 15/10 (op zware kleigronden), 30/11 (op percelen in de leemstreek) of 31/1 (alle overige percelen).

Alle info vind je op de website van de VLM.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Vlaamse Landmaatschappij

Volg VILT ook via