nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

28.11.2019 Aquacultuur in Vlaanderen is aan de durvers

Wat maakt een locatie geschikt om te starten met aquacultuur? KU Leuven ging ernaar op zoek en selecteerde 10 sites in Vlaanderen. Dankzij de synergie met een bestaande industriële activiteit kan een aquacultuursysteem er volgens de onderzoekers sneller van de grond komen en blijven bestaan dan wanneer je er out of the blue mee moet starten. Maar een geschikte locatie vinden is één ding, je moet er ook investeerders voor kunnen warm maken. “Durfkapitaal vinden in deze relatief nieuwe sector is niet evident”, vertelt onderzoeker Wouter Merckx (KU Leuven). “Het is een sprong in een onbekende markt waarvan je pas na 2 à 3 jaar de eerste resultaten ziet.”
Aquacultuur in Vlaanderen staat nog steeds in zijn kinderschoenen. Slechts een handvol bedrijven hebben de sprong gewaagd en zijn ermee aan de slag gegaan. “In Vlaanderen kunnen we eigenlijk niet spreken van een sector als het over aquacultuur gaat”, vertelt Wouter Merckx. “De bestaande bedrijfjes zijn stand-alones die van A tot Z het verhaal volledig in eigen handen moeten nemen. Dat maakt het zeer moeilijk om ermee aan de slag te gaan.” De logistiek en alles wat er mee samenhangt, moet telkens opnieuw uitgevonden worden. Dat zet een rem op de evolutie van investeringen in aquacultuur.
 
Om daar verandering in te brengen  nam de Vlaamse overheid de KU Leuven en Inagro onder de arm om aquacultuur in Vlaanderen te promoten. Via het HaLaVla-project (Haalbaarheidstudie voor Landbased aquacultuur in Vlaanderen) selecteerden de onderzoekers tien sites die perfect kunnen dienen voor een aquacultuurproject. De randvoorwaarden zijn: voldoende wateraanvoer en mogelijkheden om afvalwater te lozen of hergebruiken, de nodige energieaanvoer, logistiek interessant gelegen, betaalbare beschikbare grond, een wettelijk kader dat aquacultuur toelaat en de aanwezigheid van geïnteresseerde investeerders. Op deze manier kan men komen tot een productie op de meest geschikte locatie mét maximale horizontale integratie of circulaire economie.
 
Aanvoerder van de top 10 is de site van Sibelco, specialist in ontginning, in Dessel. “Voor de ontginningswerken graven ze diepen putten van enkele tientallen hectare groot”, legt Merckx uit. “Die vijvers vullen zich vanzelf met zuiver grondwater van hoge kwaliteit. De site is enkele honderden hectare groot, ruimte zat dus.” Omdat Sibelco zelf ferm geïnvesteerd heeft in eigen energievoorziening, zou een aquacultuurproject er aan voordelige tarieven van gebruik kunnen maken. Een extra plus is de knowhow die in het bedrijf aanwezig is. “Doordat het bedrijf grote hoeveelheden water verpompt, hebben ze een grote technische kennis op dat vlak, wat voor aquacultuur met bewegend water een enorm grote pro is om als back-up te hebben. Er is bovendien een 24/7 permanentie die belangrijk kan zijn in het geval een alarm afgaat. Dan moet er binnen het uur gereageerd worden.”
 
In een tweede studie onderzocht KU Leuven de capaciteit van een visproductiesysteem op een dergelijke site en zag dat een productie van 500 ton haalbaar is. “Uit ons onderzoek blijkt bovendien dat als je een aquacultuursysteem opzet op zo’n locatie, de kosten tot 15 procent minder zijn dan op een plaats waar geen link is met industrie of waar je dus from scratch moet beginnen”, vertelt Merckx. “Als we alle positieve factoren samentellen, dan is de conclusie dat we daar gewoonweg met een aquacultuursysteem moeten beginnen. Want als het daar niet lukt, lukt het nergens.”
 
Maar dan botsen ze dus op een muur omdat er geen aquacultuursector of visproductie op zo’n schaal aanwezig is in Vlaanderen. “Het is heel moeilijk voor ondernemers om een startkapitaal bijeen te krijgen”, gaat Merckx verder. “Want de return is pas zichtbaar na een achttal jaar, op voorwaarde dat alles meezit.” Dat is waar veel jonge aquacultuursystemen tegen aan kijken. “Plots is er een parameter is die niet onder controle te krijgen is. Twee of drie jaar later is zo’n bedrijf gedoemd om te sluiten omdat de financiële rugzak gewoon leeg is.” De bedrijven die vandaag bezig zijn, doen het goed volgens Merckx. “Maar die hebben het ook helemaal alleen gedaan. En het business model dat erachter zit is dikwijls zeer eigen aan het bedrijf en valt zeer moeilijk te kopiëren voor andere bedrijven.”
 
Toch zijn Sibelco en KU Leuven op zoek naar een aantal partners om in 2020 van start te gaan met een kleinschalige pilootopstelling. “Onze bedoeling is om een blueprint voor aquacultuur te maken die we later op de andere 9 geschikte locaties kunnen uitrollen.”
 
Ondanks de vele uitdagingen ziet Wouter Merckx de interesse groeien. “Op 6 december is er de achtste editie van het symposium van het Vlaams Aquacultuurplatform.” Ondertussen zijn heel wat bedrijven uit verschillende sector ingeschreven, waaronder enkele consultancy bureaus die aquacultuur op hun radar gezet hebben. “Ik merk een mooie evolutie en verbetering in de sector, maar het gaat langzaam”, aldus Merckx. “Eens de eerste cases er zullen zijn, kan er vergeleken worden en zal het makkelijker zijn.”

Bron: Eigen verslaggeving

Volg VILT ook via