nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

02.08.2019 Arenstripper schiet in Widooie de korenwolf te hulp

De streek rond Widooie, het glooiende Haspengouwse landschap tussen Tongeren en Heers, is de laatste plek in ons land waar de wilde hamster met zekerheid voorkomt. Korenwolven worden ze ook wel genoemd, maar dat schrikt roofvogels en vossen niet bepaald af. Om te vermijden dat de kleine populatie hamsters een prooi wordt op kale graanakkers werd een speciale machine naar Widooie gehaald. Vier akkerbouwers laten hun tarwe dorsen met een arenstripper. Loonbedrijf Hartmann uit Maastricht kocht het voor onze contreien uniek voorzetstuk met de steun van de Nederlandse provincie Limburg. De aar wordt leeg geplukt zonder het stro te maaien. Nog tot het eind van de maand kan de hamster veilig haar jongen grootbrengen op de graanakkers. En de boer? Die wordt vergoed voor het stroverlies en kan het graan oogsten. Zo voelt hij zich meer landbouwer dan wanneer hij vergoed wordt om een perceel uit productie te nemen.

In Widooie bij Tongeren werd tarwe geoogst met een arenstripper, een unicum voor ons land. De dorsmachine met speciaal voorzetstuk kwam speciaal daarvoor uit Nederland. In plaats van het stro te snijden en in de dorsmachine te scheiden van de graankorrels blijven de graanplanten gewoon rechtop staan. Met snel ronddraaiende tanden slaat de arenstripper de tarwekorrels uit de graanaren. “Deze machine is de eerste in de Benelux, maar bestaat al lang in grote graanbieden zoals Australië en de Verenigde Staten. Daar zijn de opbrengsten per hectare veel kleiner zodat het voordeel zit in de grote oogstcapaciteit. Het stro moet niet doorheen de dorser, dus kan er meer graan per uur geoogst worden”, vertelt loonwerker Heini Hartmann.

Om een heel andere reden werd de machine naar Haspengouw gehaald en die reden luistert naar de naam ‘korenwolf’. “De wilde hamster is heel zeldzaam geworden. Widooie is de enige plek waar het diertje nog voorkomt”, vertelt Inge Nevelsteen, gebiedscoördinator voor de hamster bij het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren. “De hamster is een akkerbewoner die vooral in graanvelden te vinden is. Een hamsterburcht zit volledig onder de grond. Aan de oppervlakte zijn alleen gaten van ongeveer 7 centimeter diameter te zien.” Op het eerste gezicht lijkt er geen vuiltje aan de lucht want er staat veel graan op de akkers en hamsters kunnen zich snel voortplanten. Toch wil dat laatste niet lukken en is de soort in zijn voortbestaan bedreigd.

Eén van de problemen waar de hamster tegenaan loopt, is dat graan halverwege de zomervakantie al geoogst wordt terwijl het voortplantingsseizoen tot begin september loopt. Ineens is het veld rond een burcht kaal en is de hamster een makkelijke prooi voor roofdieren. Twee bestaande beheerovereenkomsten, die Nevelsteen met de medewerking van de Vlaamse Landmaatschappij promoot bij landbouwers, bieden een uitkomst: de aanleg van luzernestroken en het inzaaien van snel groeiende Japanse haver als nateelt na de gerstoogst zorgen voor voldoende schuilplaatsen.

De arenstripper is een nieuwe manier om hetzelfde doel te bereiken en wordt deze zomer voor het eerst uitgetest. Om landbouwers te kunnen vergoeden voor de inkomstenderving goot de Vlaamse Landmaatschappij de nieuwe oogstmethode in een experimentele beheerovereenkomst met een duurtijd van één jaar. Tegenover het stro- en eventuele graanverlies staat een vergoeding van 360 euro per hectare, die ook de extra kosten voor het inwerken van het stro na eind augustus dekt. De factuur voor het dorsen betaalt het Agentschap voor Natuur en Bos, wat mogelijk is dankzij het soortbeschermingsplan dat voor de wilde hamster is opgesteld.

Vier landbouwers uit de regio testen het uit zodat er dit jaar in één klap 17 hectare leefgebied voor de hamster bij komt. Loonbedrijf Hartmann uit Maastricht stak voor de hamstervriendelijke oogst van de tarwe de grens over. “In Nederlands Limburg werden boeren tot over enkele jaren vergoed voor het niet-oogsten van hun graan in het leefgebied van de hamster. Dat werd het provinciebestuur te duur. Wanneer het stro op het veld blijft staan en het graan toch geoogst kan worden, dan hoeft de vergoeding voor landbouwers minder hoog te zijn. Ook het draagvlak voor hamsterbescherming groeide hierdoor want landbouwers vinden het zonde om een mooi gewas niet te oogsten”, vertelt de loonwerker.

Heini Hartmann heeft zelf een akkerbouwbedrijf naast het loonwerk, en telde vorig seizoen 64 burchten op zijn akkers. Daar won hij een prijs van de ‘korenwolfcommissie’ mee want dat aantal is goed voor een derde van de totale populatie in de velden rond Maastricht. Ter vergelijking: in Widooie leven naar schatting minder dan 30 wilde hamsters en zijn er eerder dit jaar 42 uitgezet. Ondertussen is waargenomen dat de uitgezette exemplaren zich voortplanten.

De investering in een voorzetstuk van 60.000 euro voor de maaidorser was een gok voor de Nederlandse loonwerker. “Zonder de tussenkomst van de provincie, een aankoopsubsidie van 50 procent, had ik het niet gedaan. Drie jaar geleden oogstte ik er 5 hectare mee. Ondertussen gaat het over 170 hectare bij akkerbouwers die aan hamsterbescherming doen en bioboeren die hun graan onkruidvrij willen oogsten. Het graanverlies is nauwelijks groter dan met een regulier maaibord en varieert van 1 tot 5 procent. In Nederland worden landbouwers vergoed voor het toelaten van wat extra graanverlies. Zo blijft de hamster voldoende voedsel vinden.”

Landbouwer Ghislain Lowette uit Rutten kijkt kritisch naar het graanverlies op zijn tarweveld, maar geeft het eens kans en zal vergelijken met een perceel dat hij zelf dorst. Voor hem is het een spannend experiment, waarbij het bijvoorbeeld zoeken zal zijn naar een arbeidsefficiënte manier om het stro eind deze maand te verwerken in de bodem. “Maaien en het stro alsnog persen lijkt gezien het platgedrukte stro in de bandensporen van de maaidorser weinig waarschijnlijk”, geeft hij nog mee.

Bij het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren hopen ze dat de beheerovereenkomst na deze test en de daarop volgende evaluatie een succes wordt. Inge Nevelsteen: “In de vergoeding van 360 euro zit ook ‘bibbergeld’ omdat het allemaal nieuw is. De machine oogst ook bij het praktijkcentrum PIBO Tongeren, waar de graanverliezen gemeten en vergeleken worden. Het grote voordeel van deze manier van werken, is dat de meerkost voor hamsterbescherming relatief klein is. Ik overtuig liever 50 boeren om hieraan mee te werken dan dat ik vijf boeren bereid moet vinden om een perceel volledig uit productie te nemen.”

Het doel bij hamsterbescherming is een mozaïeklandschap creëren waarin de diertjes op korte afstand een dicht gewas vinden om te schuilen. Hamsters kunnen verhuizen en een nieuwe burcht graven, maar tijdens het voortplantingsseizoen lukt dat pas als de jongen drie weken oud zijn. Het tweede nestje jongen wordt vanaf midden juli geboren. Idealiter blijft het stro tot in september op de akkers staan. Rekening houdend met de landbouwpraktijk en de mestwetgeving wordt het perceel al op 26 augustus vrijgegeven.

De oogstdemonstratie kaderde in het soortbeschermingsprogramma voor de wilde hamster. Volgens Nevelsteen is de arenstripper een mooi voorbeeld van gebiedsgerichte en flexibele inzet van een beheerovereenkomst. Zij wil graag op dezelfde weg voortwerken om de hamsters weer een vaste stek te geven op Vlaamse akkers, en haalt de inspiratie daarvoor uit Nederland. “Daar kunnen landbouwers in groep een beheerovereenkomst afsluiten en zich gedurende meerdere jaren verbinden tot een minimum en maximum aantal hectaren. Onderling verdelen ze de inspanningen.”

Ook An Digneffe, coördinator van het Regionaal Landschap Haspengouw en Voeren, ziet nog ruimte voor experimenten met nieuwe beschermingsmaatregelen. Die ruimte situeert ze tussen de rigide beheerovereenkomsten met landbouwers die in een maatregelenpakket gegoten worden, en de natuurbeheerplannen die een aanpak op maat van een gebied toelaten maar niet weggelegd lijken voor landbouwers. Over de arenstripper wil Digneffe nog kwijt dat het profijt van de nieuwe oogstmethode groter is dan voor de hamster alleen. “De korenwolf is een symboolsoort. De maatregelen die ervoor uitgewerkt worden, hebben een gunstig effect voor de akkerbiodiversiteit in het algemeen. Graan dat blijft staan, is ook goed voor akkervogels. Gemengde grasstroken bieden kansen voor wilde akkerkruiden en insecten. In dit landschap zorgt meer bodembedekking ook voor minder erosie. Van luzerne en Japanse haver, de twee teelten uit de bestaande beheerovereenkomsten, is geweten dat ze diep wortelen en de bodem verbeteren.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via