nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

02.06.2020 Bedrijfsbezoek toont Crevits bezorgdheden van boeren

Op uitnodiging van landbouworganisatie ABS sloot Vlaams landbouwminister Hilde Crevits vorige week haar werkweek af met een bezoek aan een Iepers landbouwbedrijf. Op Hoeve Zuid-Bellegoed zag ze met eigen ogen dat de coronacrisis voor een boost heeft gezorgd voor de korte keten, maar dat heel wat andere landbouwsectoren het zwaar te verduren kregen. “En daar bovenop komt nu de droogte. We stevenen af op een ramp in het kwadraat voor de hele sector”, aldus ABS-voorzitter Hendrik Vandamme. Hij hoopt wel dat de toegenomen aandacht voor de korte keten ook leidt tot meer respect en appreciatie voor de boer.  
Hoeve Zuid-Bellegoed is een gemengd landbouwbedrijf met verkoop van hoevezuivel dat uitgebaat wordt door Philip en Nancy Fleurbaey-Sercu. In 1991 nam Philip een extern landbouwbedrijf in Ieper over nadat het ouderlijk bedrijf ingesloten lag door een woonwijk en weinig toekomstperspectief bood. Gaandeweg bouwde hij het bedrijf uit tot wat het nu is: een gemengd melkvee-akkerbouwbedrijf met verbredingsactiviteiten.
 
“Een cruciaal jaar voor mijn bedrijf is 2009 geweest. Mijn melkveestal was afgebrand en dus moest er een nieuwe gebouwd worden. We hadden een jaar voordien net geïnvesteerd in de zuivelverwerking. De erfbetreders die hier toen over de vloer kwamen, raadden me allemaal aan om uit te breiden naar minstens 120 melkkoeien. Maar mijn vrouw en ik waren daar niet voor te vinden”, legt Philip uit aan de minister.
 
Ze hielden het been stijf en vandaag heeft Hoeve Zuid-Bellegoed plaats voor 65 melkkoeien en bijhorend jongvee. “Bij de vernieuwing van de stal hebben we wel bijzondere aandacht gehad voor dierenwelzijn, arbeidsgemak en allerhande energiebesparende technieken. Het achterliggende idee was dat ik, zeker met de groei van de zuivelverwerking, de verzorging van de koeien volledig voor mijn rekening kan nemen”, aldus Philip.
 
Nancy concentreerde zich intussen op de zuivelverwerking en de hoevewinkel waar onder meer boter, karnemelk, melk, yoghurt, platte kaas en dessertjes worden aangeboden. In 2012 werd beslist om ook hoeve-ijs te gaan aanbieden en dat deed de rechtstreekse verkoop helemaal ‘boomen’. Vijf jaar geleden kwam er een groot terras en dat was meteen een schot in de roos. Andere verbredingsactiviteiten zijn het aanbieden van een hoevepicknick met eigen hoevezuivel, aangevuld met lekkers van collega-landbouwers. Daarnaast is Hoeve Zuid-Bellegoed ook zorgboerderij. Twee halve dagen per week komt een zorggast meehelpen op het bedrijf.
 
Impact coronacrisis
 
Minister Crevits wilde weten hoe zij de coronacrisis hebben beleefd. Het bedrijf zag de verkoop van het hoevezuivel de afgelopen maanden enorm stijgen. “We verkopen wel twee tot drie keer zoveel als voor de crisis”, vertelt Nancy Sercu. “Maar tegelijk is het ook een zeer inspannende periode geweest, want heel wat ‘normale’ zaken moesten we herdenken en herplannen omwille van coronamaatregelen. Maar we klagen niet, we prijzen ons gelukkig dat heel wat klanten onze inspanningen weten te waarderen en dat onze zuivelproducten, geproduceerd met onze eigen melk, in de smaak vallen.”
 
Nu de aandacht van de consument voor het lokale groter dan ooit is, vroegen Nancy en Philip aan de minister om ook de link tussen de korte keten en lokaal toerisme niet uit het oog te verliezen. “Daar liggen nog heel wat opportuniteiten. De horeca heeft vandaag nog te weinig aandacht voor hoeve- en streekproducten. Het zou heel sterk zijn om hier na deze coronatijden extra op in te zetten, want we kunnen elkaar zeker versterken”, klinkt het.
 
De minister beloofde dit zeker met haar collega-ministers op te nemen. “De crisis heeft ervoor gezorgd dat de korte keten aan populariteit heeft gewonnen en dat vertaalt zich in het succes van hoevewinkels. Dat effect zien we hier in Ieper zeer duidelijk. Het is belangrijk dat we die korte keten nu blijven stimuleren. De band tussen lokale horeca en korte keten meer aanhalen, is zeker een piste die we moeten bekijken”, aldus Crevits.
 
Maar voor Hoeve Zuid-Bellegoed betekende de coronacrisis niet alleen maar positief nieuws. Philip toonde de minister ook zijn aardappelloods met daarin de aardappelen die door de crisis en het wegvallen van de afzet, volledig waardeloos zijn geworden.
 
Maatschappelijke verwachtingen
 
Ook op vlak van akkerbouw probeert hij aan alle maatschappelijke verwachtingen te voldoen en de steeds striktere wetgeving tot in de puntjes te volgen. Philip investeerde dit jaar in een meststoffenstrooier, speciaal met oog op het nieuwe mestactieplan. De machine is volledig GPS-gestuurd waardoor overlappingen zijn uitgesloten en er zeer precies voldoende afstand kan gehouden worden van waterlopen. Ook het spuittoestel is GPS-gestuurd. Daarnaast is er ook een erosieploeg aanwezig op het bedrijf dat toelaat de grondbewerking ploegloos uit te voeren.
 
“We doen zoveel voor milieu en omgeving, maar krijgen er zo weinig appreciatie voor”, zegt Philip. Zo kreeg hij dit voorjaar op drie uur tijd maar liefst vier keer controle van de Mestbank toen hij stalmest op zijn akkers aan het voeren was. “Controle moet er zeker zijn, maar dit leek wel een heksenjacht. Zoiets is er echt over en het weegt ook op je mentale welzijn”, stelt hij.
 
Dat de landbouwsector het als het ware bijna ‘gewoon’ is om in het verdomhoekje gezet te worden, was één van de zaken die de Crevits bij haar aantreden als landbouwminister ook enorm was opgevallen. “Jullie doen zo veel. We moeten echt beter gaan communiceren waarom we iets doen. Landbouwers moeten opnieuw fierder worden”, stelt ze. Philip beseft dat. “Onze communicatie is één van de zaken die wij als land- en tuinbouwsector uit handen hebben gegeven. We hebben nood aan onpartijdige informatie over landbouw. Daarom is het zo belangrijk dat VILT er is als onafhankelijke informatieverstrekker”, benadrukt hij.
 
Essentiële sector
 
ABS hoopt in elk geval dat door de coronacrisis het respect voor landbouw toeneemt. “Meer dan terecht werd het zorgpersoneel uitgeroepen tot helden. Maar ook boeren mogen de échte helden van de voedselketen genoemd worden. Wat er ook gebeurde de voorbije maanden, wij stonden er elke dag. Wij, en wij alleen, zorgden ervoor dat iedereen op zijn beide oren kon slapen en dat niemand zich zorgen hoefde te maken over een al dan niet voldoende aanbod en variatie aan voedsel”, aldus Hendrik Vandamme.
 
Hij wees de minister op de langdurige effecten die deze crisis zal hebben op de land- en tuinbouwsector. Een relanceplan zal moeten rekening houden met deze lange nawerking, meent hij. “Bovendien hoor je nu dat alles herdacht moet worden. Vaak hebben mensen zonder landbouwachtergrond de meest uiteenlopende ideeën waar het heen moet met onze sector. Er zal na dit coronatijdperk inderdaad een andere kijk komen op onze landbouw. Maar dat geldt niet alleen voor onze sector, maar voor quasi alle sectoren en geledingen in de maatschappij”, zegt Vandamme.
 
Wel is het voor de ABS-voorzitter duidelijk dat het belang van landbouw als essentiële sector niet meer kan genegeerd worden. “In alle toekomstige discussies over onze Vlaamse land- en tuinbouw is het dan ook belangrijk dat onze stem gehoord wordt. Een plan voor de Vlaamse land- en tuinbouw moet opgesteld worden in samenspraak met onze boeren”, stelt hij.
 
De minister erkende dat de coronacrisis voor grote schade heeft gezorgd in de land- en tuinbouw. “Maar we moeten ook het positieve proberen zien. Misschien vormt corona wel het begin van meer respect voor de boer en meer aandacht voor het lokale en het kleinschalige”, aldus Crevits.
 
Ramp in het kwadraat
 
De minister nam haar tijd voor het bezoek dat bijna een uur uitliep en had ook oor voor niet-coronagebonden noden van de sector. De droogte die dit jaar extreem vroeg valt, was dan ook gespreksonderwerp nummer twee tijdens het bedrijfsbezoek. “Nu deze droogte bovenop de coronacrisis komt, vormt dit een ramp in het kwadraat”, zegt voorzitter Vandamme. Hij riep de minister dan ook op tot een zo breed mogelijke aanpak van dit probleem. “Zowel op Vlaams, provinciaal als gemeentelijk niveau moet er geïnvesteerd worden in wateropslag. Een combinatie van publieke en private investeringen, naar het voorbeeld van West-Vlaanderen, is zeker een piste die moet meegenomen worden.”
 
Bovendien moet er volgens ABS meer aandacht gaan naar waterbeheer. “Het kan niet dat een captatieverbod wordt afgekondigd voor het IJzerbekken door slecht waterbeheer. Dit verbod had perfect vermeden kunnen worden”, beweert Vandamme. Tegelijk moet er volgens hem ook meer ingezet worden op klimaatadaptatie. De landbouworganisatie wijst in dat kader naar onderzoek over droogteresistente gewassen, naar minder gebruik en hergebruik van water, enz.
 
Hilde Crevits beseft dat de droogte een zware dobber kan worden voor de landbouwsector die nu al geteisterd wordt door het coronavirus. “Van dat klimaatadaptatiebeleid moeten we inderdaad versneld werk maken. Ik wil daar mee mijn schouders onder zetten zodat we hier snel resultaten kunnen boeken”, aldus de minister. Ze wees er wel op dat de waterproblematiek wat haar betreft een bij uitstek provinciale aangelegenheid is. “Ik ben dan ook geen voorstander van algemene Vlaamse droogtemaatregelen. De provincies kennen het terrein veel beter. Vlaanderen kan wel geld ter beschikking stellen, maar het zijn de streekactoren die het beleid moeten uitvoeren”, benadrukt ze.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via