nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

30.06.2016 België moet 6,6 mln euro terugvorderen voor BSE-tests

Het Europees Hof van Justitie oordeelt opnieuw dat België te gul is geweest bij het terugbetalen van verplichte BSE-tests tijdens de periode 2001-2004. Ons land mocht niet meer dan veertig euro per test vergoeden, al de rest komt voor het Hof neer op verboden staatssteun. In totaal gaat het om 6,6 miljoen euro. Tegelijkertijd roept het Voedselagentschap op om waakzaam te blijven voor tekenen die mogelijk wijzen op de aanwezigheid van BSE, ook al werd sinds 2007 geen enkel positief geval meer vastgesteld in België.

Begin jaren 2000 werden in België jaarlijks honderdduizenden runderen getest op BSE of de zogenaamde dollekoeienziekte. De tests werden destijds deels gefinancierd door het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau (BIRB) en het Voedselagentschap. De Belgische staat was daarbij volgens de rechters van het Europees Hof van Justitie te gul. Ons land mocht niet meer dan 40 euro per test vergoeden, al de rest is volgens het Hof verboden staatssteun. In totaal zou het om 6,6 miljoen euro gaan. België ving vorig jaar al eens bot met een vernietigingsberoep. En ook de hogere voorziening die ons land nog instelde, draait nu op niets uit. Dat betekent dat België 6,6 miljoen euro moet terugvorderen van veehouders en slachthuizen, aldus het Hof.

Na de piek van BSE-gevallen bij runderen en schapen begin jaren 2000 werd sinds 2007 geen enkel positief geval meer vastgesteld in België. Toch blijft waakzaamheid geboden, aldus het Voedselagentschap (FAVV). “De kans blijft bestaan dat in België een nieuw geval opduikt. “Het is belangrijk dat veehouders en dierenartsen waakzaam blijven voor tekenen die mogelijks kunnen wijzen op de aanwezigheid van BSE en elke verdenking melden aan het FAVV”, zo klinkt het. “Wanneer de FAVV-inspecteur het verdachte dier levend heeft gezien en bevestigt dat er wel degelijk een verdenking van BSE is, vraagt hij de euthanasie aan. De veehouder wordt dan vergoed door het Sanitair Fonds.”

Hoe zien die symptomen eruit? Bij runderen verschijnen de klinische symptomen na een lange incubatieperiode, gemiddeld vijf jaar na de infectie. De belangrijkste symptomen zijn zenuwstoornissen zoals overgevoeligheid voor prikkels en bewegingsstoornissen die zeer langzaam verergeren en steeds tot de dood leiden. De veehouder merkt in de eerste plaats een verandering op in het gedrag van het dier: het is bang, weigert de (melk)stal binnen te gaan of reageert heftig bij aanraking of plotse geluiden. Op de weide zondert het zich af van de andere dieren, likt het voortdurend aan zijn snuit, knarsetandt,... Naarmate de ziekte vordert, treden bewegingsstoornissen op.

De duur van de ziekte verschilt: het dier sterft zeven dagen tot enkele maanden nadat de eerste symptomen zijn verschenen, in de meeste gevallen na zes tot acht weken. Bij kleine herkauwers - schapen en geiten - zijn naast de gedragsveranderingen nog andere symptomen merkbaar zoals beven, jeuk, gebrek aan motorische coördinatie en gewichtsverlies. Voor alle levende dieren die symptomen van BSE vertonen geldt meldingsplicht aan het FAVV.

Bron: eigen verslaggeving/Belga

Volg VILT ook via