nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

30.08.2019 België toont hoe je vee voedt zonder Amazone te schaden

De vele bosbranden in Brazilië alarmeren de internationale gemeenschap, en in eigen regio schrijven kranten dat de oorzaak ook dichter bij huis gezocht moet worden. Onder meer Greenpeace legt de link met de import van soja voor de Belgische veehouderij. Klopt niet, is te horen bij zowel de landbouworganisaties als de Belgian Feed Association (BFA). De ene soja is de andere immers niet. Net omdat ontbossing geen nieuw fenomeen is in het Amazonewoud weigeren Belgische diervoederfabrikanten al sinds 2006 soja afkomstig van ontboste percelen. “De standaard die BFA hanteert, kwam heel sterk uit een onafhankelijke vergelijking van internationale kwaliteitsstandaarden voor soja. Er wordt op toegezien door een onafhankelijke certificeringsinstelling”, verzekert BFA-directeur Katrien D’hooghe.

Sinds Jair Bolsonaro president is in Brazilië boert de handhaving van het milieubeleid achteruit. Landbouwers zien hun kans schoon om terrein te winnen op het Amazonewoud. Is het Belgisch vee verslaafd aan Braziliaanse soja, zoals Greenpeace wil laten uitschijnen in hun recentste rapport? En dragen we daardoor bij aan de ontbossing en bosbranden die het Zuid-Amerikaanse land internationale hoon opleveren? Van oudsher wordt er inderdaad soja toegevoegd aan het rantsoen van vooral kippen, varkens en in mindere mate ook rundvee. Met een eiwitgehalte van 45 procent heeft sojaschroot zijn gelijke immers niet als eiwitbron in diervoeder. Toch neemt het belang van soja als grondstof voor diervoeder af. Sinds 2011 daalde de import van soja voor veevoeder al met meer dan 30 procent.

“Diervoederfabrikanten schakelen over op koolzaadschroot (350.000 ton op jaarbasis) en bijproducten uit de biobrandstofindustrie”, vernemen we bij de Belgian Feed Association (BFA). De afhankelijkheid van import van overzeese eiwitten verminderen, is niet alleen een uitdrukkelijke wens van ngo’s. Vanwege de economische en milieuvoordelen die dat heeft, werkt de sector daar al jaren aan. Het eerste Actieplan Alternatieve Eiwitbronnen, een initiatief van de Vlaamse overheid en de beroepsvereniging van mengvoederfabrikanten, dateert van 2011. Dit werd inmiddels opgevolgd door een tweede actieplan dat nog loopt tot eind 2020, en de voorbereidingen voor een derde actieplan zijn reeds opgestart.

Twee jaar eerder ontwikkelde BFA, die 98 procent van de Belgische mengvoederproductie vertegenwoordigt, een duurzame sojastandaard. Over die standaard schrijft het onafhankelijke onderzoeksbureau Pro Fundo, na een internationale benchmark: “Sommige lastenboeken vallen terug op nationale wetgeving door alleen illegale ontbossing te verbieden. De BFA-standaard voor maatschappelijk verantwoorde diervoederstromen bevat net als zeven andere standaarden (o.a. RTRS en Donau Soja) een duidelijk verbod op ontbossing. Hierin staan verregaande voorschriften om veranderingen in landgebruik tegen te gaan.”

“De controles daarop doen wij niet, maar een onafhankelijke derde: Control Union. Deze certificeringsinstelling verifieert de naleving van onze standaard op het terrein en bezorgt BFA rapporten van de audits.” Aan het woord is BFA-directeur Katrien D’hooghe, die het daarom ongepast vindt dat in de media de voorbije dagen de link werd gelegd tussen vlees van hier en overzeese ontbossing, meer bepaald in het Braziliaanse Amazonewoud en het aanpalende savannegebied Cerrado. Door de handelsoorlog tussen China en de VS en een akkoord tussen die laatste met de EU komt er op dit moment meer Noord-Amerikaanse soja naar Europa. Los daarvan steekt D’hooghe haar hand ook in het vuur voor de soja van Zuid-Amerikaanse origine.

Soja die Braziliaanse boeren telen nadat ze Amazonewoud of Cerrado-gebied inpikten, krijgen ze misschien verkocht aan China (’s werelds grootste soja-importeur, nvdr.) maar moeilijk of helemaal niet in Europa. “En zeker niet in België, want Pro Fundo rangschikt de BFA-sojastandaard in de mondiale top vijf van duurzaamheidsstandaarden. Belgische diervoederproducenten onderschrijven bovendien al sinds 2006 het Amazone-moratorium. In 2018 onderschreef BFA ook het Cerrado-manifest.” Een voorbeeld dat tot navolging strekt. D’hooghe: “Volgend jaar richt BFA in Antwerpen het congres van onze Europese koepelorganisatie FEFAC in. Daar worden de prioriteiten voor de Europese diervoederindustrie voor de volgende tien jaar vastgelegd. We steven ernaar dat alle leden zich achter de Europese sojastandaard van FEFAC scharen.”

Tegelijk blijft BFA ook inzetten op een verminderde afhankelijkheid van soja. Voorlopig staat soja immers nog altijd gelijk met import, hoewel er voorzichtig geëxperimenteerd wordt met lokale sojateelt. Vandaag reeds lokaal beschikbare eiwitrijke grondstoffen voor diervoeder zijn de nevenstromen uit de voedingsindustrie en de biobrandstofindustrie. BFA laat onderzoeken hoe die nog beter benut kunnen worden. Voor dat doel werd samen met de Nederlandse diervoederindustrie geïnvesteerd in het Feed Design Lab dat opgericht werd in het Nederlandse Wanssum. Niet alleen de veehouderij, maar ook de rest van de voedingsindustrie is trouwens voor een stuk afhankelijk van soja-import. Je vindt soja immers ook als ingrediënt in vleesalternatieven, plantaardige vervangers voor melkproducten, gebak, en dergelijke meer.

De Belgische diervoederindustrie valoriseert op jaarbasis 4 miljoen ton aan bietenpulp, aardappelschillen en andere voedselreststromen. Bijproducten van oliehoudende zaden zoals soja- en koolzaadschroot maakten in 2017 slechts 22 procent uit van de grondstoffen verwerkt in mengvoeders, die op hun beurt slechts een deel van de totale voedingspatroon van dieren uitmaken. Runderen eten bijvoorbeeld 75 à 80 procent sojavrij ruwvoeder. De Europese Commissie publiceerde dit jaar een meer complete berekening van de eiwitbalans, waarin ook minder eiwitrijke maar in volume erg belangrijke voederstromen werden opgenomen. Zo werd voor het eerst duidelijk dat lokaal geteeld gras en ander ruwvoeder in feite veel belangrijker (45%) is als eiwitbron dan overzeese soja. Van de 85 miljoen ton ruw eiwit in diervoeding komt in Europa 79 procent van eigen teelt. Met geïmporteerd sojaschroot wordt 15 procent van de dierlijke vraag naar eiwitten ingevuld.

Samengevat: de Belgische mengvoederindustrie importeert geen overzees probleem, maar strijdt integendeel al jaren mee tegen ontbossing. Het Amazone-moratorium dat BFA in 2006 onderschreef houdt in dat haar leden vanaf dat moment geen soja meer invoeren die geteeld werd op percelen in Brazilië en Argentinië die na 2006 ontbost werden. In datzelfde jaar richtte BFA een duurzaamheidsplatform op met drie doelstellingen: een standaard creëren voor duurzame diervoederstromen in Europa, een betere valorisatie van de nevenstromen uit de voedingsindustrie en de biobrandstofindustrie in België en de afhankelijkheid van de aanvoer van eiwitten van buiten de Europese Unie reduceren.

Het mag volgens de directeur van BFA duidelijk zijn dat er reeds heel wat gerealiseerd is. Onderzoeksprojecten rond lokale sojateelt en naar nieuwe grondstofstromen (algen, zeewieren, insecten, reststromen van groenten- en fruit) doen vermoeden dat er nog stappen vooruit gezet zullen worden. Is de kritiek van onder meer Greenpeace daarmee gecounterd? “Onze vleesproductie is totaal ontspoord. Voor de teelt van onze soja-import alleen al, hebben we een landbouwgebied nodig dat bijna even groot is als het hele Belgische grondgebied”, schrijven ze in hun persbericht. De omvang van onze veestapel, met een zelfvoorzieningsgraad die export van dierlijke producten toelaat, en de oppervlakte die elders nodig is om daarvoor soja te telen, zullen wellicht een doorn in hun oog blijven. Het verband dat ze zien tussen ontbossing voor sojateelt in Brazilië en import van soja bestemd voor de Belgische veehouderij gaat, zo blijkt uit de reactie van BFA en de landbouworganisaties, voorbij aan de voortrekkersrol van de eigen mengvoederindustrie wat het verduurzamen van de eiwittoevoer betreft.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: ILVO

Volg VILT ook via