nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

16.05.2019 Beluister de passie van boeren en natuurbeschermers

Gaat het niet goed met akkervogels, dan worden landbouwers met de vinger gewezen. Te veel stikstof in natuurgebied? Opnieuw heeft één beroepsgroep het gedaan. En de smeuïge verhalen over Roundup worden ook breder uitgesmeerd dan de verhalen die boeren graag zelf zouden vertellen. Dat steekt, vertelt de jonge witloofboer Sam Magnus aan Begijn Le Bleu, en hij is bang dat het andere jongeren kan tegenhouden om als landbouwer te starten. Mediafiguur Begijn legde zijn getuigenis en die van andere deelnemers aan een bootcamp die Natuurpunt organiseerde voor jonge landbouwers en natuurbeschermers vast in een mooi stukje ‘slow radio’.

Jonge landbouwers rekenen op hun belangenorganisatie Groene Kring om naar de buitenwereld een waarachtig en enthousiasmerend verhaal uit te dragen over de boerenstiel. Ondervoorzitter Sam Magnus vertelt aan radiomaker Begijn Le Bleu dat jongeren zoals hijzelf het beu zijn dat landbouwers zo vaak afgeschilderd worden als de grote boeman. Stoot het jongeren niet nog meer af dat er in de landbouw gewoon geen geld meer te verdienen is, wil Begijn weten. Daar legt de sector volgens de jonge witloofboer soms zelf te sterk de nadruk op. “Er is wel geld te verdienen met landbouw, maar je moet de mogelijkheden willen zien. Al klopt het dat sommige deelsectoren het erg moeilijk hebben. Vleesveehouderij is een voorbeeld van een sector die onder druk staat.”

Volgens Sam Magnus is dat geen nieuw fenomeen en zagen 40 jaar geleden andere takken van de landbouw zwarte sneeuw. “De maatschappij is constant in evolutie en landbouwers passen zich aan.” Hetgeen hij jammer vindt, is dat mensen een groot en divers voedselaanbod als evident zijn gaan beschouwen. “De winkelrekken in de supermarkten liggen altijd vol. De consument weet niet wat er allemaal aan vooraf is gegaan om dat voedsel daar samen te brengen.” Onder impuls van natuurbeschermers is de maatschappij hogere verwachtingen beginnen stellen aan landbouw. Naast het produceren van voedsel wordt van landbouwers ook een bijdrage verwacht aan het beschermen van de biodiversiteit.

Begijn lokt de jonge witloofboer uit zijn kot met de vraag of een akker geen bak chemie is. Anno 2019 laat Magnus zich dat niet zeggen: “Ik weet hoe we nu bezig zijn en hoe het er vroeger aan toe ging. De nadruk ligt tegenwoordig heel sterk op minder spuiten en gewasbeschermingsmiddelen gericht inzetten na waarneming van belagers op de gewassen. We zetten ook natuurlijke vijanden in tegen schadelijke insecten, en als dat niet lukt kiezen we voor insecticiden die de nuttigen sparen.” Dat sterkt hem in de overtuiging dat landbouwers goed bezig zijn.

Van de natuurbeschermers op de bootcamp begreep de akkerbouwer dat zo’n perceel witloof of aardappelen ondanks het beperken van chemische inputs weinig meerwaarde heeft voor de natuur. Dat vindt hij een moeilijke match, en Magnus legt uit waarom een natuurbeschermer enthousiaster wordt van bloeiende onkruiden dan een landbouwer: “Als boer wil je de zaadvorming van onkruid net voorkomen om het jaar nadien de inzet van herbiciden op dat perceel niet te moeten verhogen. Of van arbeid, want in een perceel witloof moeten we ook schoffelen en de resterende onkruiden met de hand uittrekken.” Ofwel groeit er ergens een gewas, ofwel groeit er (on)kruid. Daarom biedt niet het perceel zelf, maar wel de randen ervan volgens Magnus mogelijkheden om als landbouwer een bijdrage te leveren aan meer natuur.

Hoe kan je als boer het beste van twee werelden combineren? Begijn laat ook jonge boer Olivier Mehuys de winnaar van de eerste Newbie-award – aan het woord, die economie studeerde en aarzelde om het bedrijf van zijn vader over te nemen omdat er aan de rendabiliteit van het akkerbouw-vleesveebedrijf wat schortte. Daar wil hij een mouw aan passen door de rechtstreekse verkoop van rundvlees van Salers-runderen die kunnen grazen in natuurgebied in beheer van Natuurpunt. Ook met de productie van eieren in een mobiele kippenstal voor 250 dieren vindt hij aansluiting bij de consument. “250 legkippen is qua aantal in de landbouwsector peanuts, maar het laat me toe om mijn verhaal te vertellen via sociale media en consumenten te tonen wat ik doe. Die mogelijkheid had mijn vader niet. Mensen zijn heel erg geïnteresseerd in wat ik doe, in die eitjes en in dat vlees. Andere landbouwers tonen het minder aan de buitenwereld, maar zij hebben dezelfde passie voor wat ze doen.”

Beluister hier het radioverslag van de bootcamp landbouw-natuur waar VILT eerder dit jaar over schreef.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Natuurwerkgroep De Kerkuil

Volg VILT ook via