nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

30.01.2020 Bemestingsseizoen 2020 gaat van start

MAP 6 voorziet in gerichte maatregelen die cruciaal zijn om de waterkwaliteit te verbeteren. Waarmee moeten de landbouwers rekening houden bij de start van het uitrijseizoen? Vlaamse Landmaatschappij (VLM) zet een aantal aandachtspunten in de kijker. 
Het uitgangspunt van een oordeelkundige bemesting is het bemesten met de juiste mestsoort en de juiste bemestingstechniek, volgens de juiste dosis en op het juiste tijdstip (het zogenaamde 4J-principe). Het begin van de uitrijperiode is voor veel teelten niet het juiste tijdstip van bemesting. De landbouwer moet bemesten in functie van de behoefte van het gewas en in functie van de vermoedelijke zaai- of plantdatum.

Op de website van de VLM is de uitrijregeling overzichtelijk weergegeven. Bij het plannen van de bemesting, kunnen de landbouwers hiervan gebruikmaken, rekening houdend met het type meststof, de teelt en het bodemtype.
 
Je vindt er onder meer een overzicht van de uitrijregeling volgens type meststof: per type meststof en per periode wordt schematisch weergegeven wat toegelaten is en wat de bijkomende voorwaarden zijn.
Daarnaast is er ook een overzicht van de uitrijregeling  volgens teelt en bodemtype (grasland, akkerland, zware klei of niet): per periode wordt schematisch weergegeven wat toegelaten is en wat de bijkomende voorwaarden zijn.
 
Hoeveel mest de landbouwers mogen opbrengen, vinden de landbouwers op de VLM-website terug in de brochure Normen en richtwaarden 2020.
Zodra de landbouwer zijn verzamelaanvraag indient (ten vroegste vanaf 20 februari), wordt de bemestingsprognose voor 2020 berekend en gepubliceerd op het Mestbankloket. Hierin vindt de landbouwer per perceel de berekende bedrijfsafzetruimte terug.
 
Om oordeelkundig te bemesten is het belangrijk om rekening te houden met de hoeveelheid stikstof die nog in de bodem zit. Daarom raadt de Mestbank aan om een voorjaarsanalyse met bijhorend bemestingsadvies te laten uitvoeren door een erkend laboratorium.
 
In MAP 6 geldt een nieuwe verplichting van AGR-GPS voor het vervoer met burenregeling van vloeibare dierlijke mest naar een afnemer die percelen landbouwgrond heeft in gebiedstype 2 of 3. Om aan die verplichting te voldoen, moet de partij die de mest vervoert, dat is altijd de aanbieder of afnemer van de mest, gebruikmaken van een AGR-GPS-app.
 
Momenteel werkt de Vlaamse regering regels uit over deze nieuwe maatregel. Zodra daarover een beslissing genomen is, zal de Mestbank duidelijk maken aan welke vereisten de vervoerder moet voldoen.
Vanaf 1 juli 2020 moeten de betrokken burenregelingen met AGR-GPS gebeuren. Tot dan kan dit vervoer nog zonder AGR-GPS.
 
De aanbieder en de afnemer van de burenregeling moeten goede afspraken maken wie de mest vervoert en wie dus in de toekomst gebruik moet maken van de AGR-GPS-app.
 
Het is uitermate belangrijk om bij bemesting de afstandsregels tot de waterlopen na te leven en om langs elke waterloop de 1 meter teelt- en bewerkingsvrije zone aan te houden.
 
Voor de landbouwers die derogatie willen toepassen in 2020, moeten voor volgende punten aandacht hebben. Uiterlijk op 15 februari moet de aanvraag bij de Mestbank via het Mestbankloket ingediend worden. De derogatievoorwaarden vind je op de website van VLM. De verzamelaanvraag, waar de percelen op aangeduid moeten worden waarop derogatie wordt toegepast, moet tijdig (ten laatste op 30 april) ingediend worden.

Bron: Eigen verslaggeving

Volg VILT ook via