nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

29.05.2015 Bestuivers meer dan ooit welkom in Hageland

Op het fruitbedrijf van Luk Van der Velpen in Molenbeek-Wersbeek is het Leader-project 'Natuurlijke bestuivers ter ondersteuning van de Hagelandse fruitteelt' afgerond met een voorstelling van de eerste projectresultaten. In 2013 startten 30 Hagelandse fruittelers een pilootproject om de natuurlijke bestuiving op hun bedrijf te bevorderen. "Ik vind het heel erg positief dat we zo aan de buitenwereld kunnen tonen dat wij als fruittelers echt iets kunnen betekenen voor de natuur, en dat we er heel bewust over nadenken", blikt fruitteler Van der Velpen tevreden terug.

Dat de provincie Vlaams-Brabant van bijen houdt, bleek eerder al uit onder meer de imkercursussen die het organiseerde en de Bij zkt boer-brochure. Daarnaast werkte de provincie vanaf 2013 ook samen met de Regionale Landschappen Noord- en Zuid-Hageland en de Vlaamse Landmaatschappij in een tweejarig Leader-project rond bestuiving in de Hagelandse fruitteelt. Bestuiving is meer dan de honingbij alleen, zo luidde het uitgangspunt van het project. Want naast die bekende bestuiver zijn er nog een 300-tal soorten solitaire bijen die bijdragen aan een succesvolle bestuiving.

De voorbije twee jaar werden meer dan 700 nestkasten voor wilde bijen in de boomgaarden geplaatst, werden bloemenmengsels ingezaaid, soortenrijke hagen aangeplant, enzovoort. Want daar knelt het schoentje: “Eenvormig landgebruik met weinig of geen bloemenrijke bermen, ruigten, hagen en heggen is mede de oorzaak van de achteruitgang van wilde buien”, zo legt Raf Stassen van het Regionaal Landschap Noord-Hageland uit. “De verarming van de biodiversiteit doet wilde bijen de das om. Hier in het Hageland is de fruitteelt een erg belangrijke economische activiteit, waardoor deze regio meer dan andere afhankelijk is van wilde bestuivers als ecosysteemdienst.”

Uit Nederlands onderzoek is gebleken dat de bestuivingsefficiëntie van wilde bijen meer dan vier keer hoger is dan die van honingbijen. Het loont dus om zo veel mogelijk verschillende bijensoorten in je boomgaard te hebben rondvliegen, en dat kan je als fruitteler zelf in de hand werken. Of bijen hun weg vinden naar een boomgaard en ook er blijven, hangt voornamelijk af van twee factoren: beschikbare nestgelegenheid en voldoende voedsel in de periode voor en na de bloesem. De 700 nestblokken moeten tegemoet komen aan de eerste voorwaarde, bloemen en hagen aan de tweede. "Ook een aangepast maaibeheer levert biodiversiteitswinst op, omdat er zo heel wat bloemen tussen de bloemen blijven staan", geeft Van der Velpen een voorbeeld van op z'n eigen bedrijf. "En bovendien bespaar je op arbeid en brandstof."

Na twee jaar zijn de eerste resultaten bij de 30 deelnemende fruittelers beetje bij beetje zichtbaar: nagenoeg overal hebben de bestuivers hun weg gevonden naar de nestblokken in de boomgaarden. “Voor een structurele analyse is het desondanks nog te vroeg”, zegt Stijn Raymaekers van het Proefcentrum Fruitteelt dat instaat voor de wetenschappelijke opvolging van het project. Raymaekers zal de komende jaren de vruchtzetting en de bestuivingsgraad monitoren en zal ook de kwaliteit van het stuifmeel onderzoeken.

“Als provincie willen we onze verantwoordelijkheid nemen in het bijenverhaal”, zegt Monique Swinnen, gedeputeerde voor Landbouw, Platteland en Europa voor de provincie Vlaams-Brabant. “Via onze acties willen we de biodiversiteit in onze provincie opkrikken, zodat bestuivers zich hier weer helemaal thuis gaan voelen. Voor de fruittelers is dat cruciaal.” Het laatste woord is voor de fruitteler zelf: “Tot enkele jaren geleden wist ik eigenlijk bitter weinig over bestuivers, maar dankzij dit project ben ik gaan beseffen hoe belangrijk ze zijn. Ik vind het heel erg positief dat we als fruittelers kunnen tonen dat we iets kunnen betekenen voor de natuur.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via