nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

20.02.2020 Bijna helft Belgen eet minder vlees

Bijna de helft van de Belgen (44%) eet nu minder vlees dan een jaar geleden. Dat blijkt uit de tweejaarlijkse bevraging van EVA vzw. Daarmee lijkt de dalende trend van vleesconsumptie in België zich verder door te trekken.
De opmerkelijkste stijging van het aantal vegetariërs en veganisten situeert zich in Wallonië. “Waar we in 2016 nog een achterstand zagen ten opzichte van Vlaanderen, is die nu volledig weggewerkt”, klinkt het bij EVA vzw (Ethisch Vegetarisch Alternatief). Het zuidelijke deel van ons land telt 1 procent veganisten, 9 procent vegetariërs en 9 procent flexitariërs, die minstens drie keer per week vegetarisch eten. In Vlaanderen is 1 procent veganist, 3 procent vegetariër en 8 procent flexitariër.
 
De trend tekent zich het sterkst af in steden met Brussel op kop, dat daarmee de evolutie volgt van andere hoofdsteden zoals Berlijn, Londen en New  York. Maar ook in Antwerpen en Gent ligt het aantal veganisten, vegetariërs en flexitariërs hoger.
 
Het zijn vooral jongeren (tot 34 jaar) die aangeven dat ze minder vlees eten. De belangrijkste redenen om het stukje vlees links te laten liggen, zijn dierenwelzijn, milieu en gezondheid. “Maar opvallender is dat ook voor niet-vegetariërs en niet-veganisten dierenwelzijn hoger scoort dan twee jaar geleden”, aldus EVA vzw. “Gezondheid blijft de belangrijkste motivatie. Maar dierenwelzijn staat nu op de tweede plaats, terwijl het milieu gezakt is naar de derde plaats.”
 
Campagnes als Donderdag Veggiedag hebben hun effect niet gemist, blijkt ook uit de cijfers. Van de mensen die ooit meegedaan hebben aan Donderdag Veggiedag eet nu 43 procent minder vlees en is 28 procent vegetariër geworden.
 
De voedingsindustrie bereidt zich voor op deze veranderende eetgewoonten door hun karretje te haken aan de eiwittransitie, waarbij plantaardige producten een steeds grotere rol spelen. Al moeten de berichten over de ‘booming market’ van plantaardige voeding genuanceerd worden. Volgens Anneleen Vandewynckel van Fenavian, de federatie van vleesverwerkende ondernemingen, blijft dit segment toch nog maar een klein stukje van het totaal.
 
Zelf heeft ze er geen moeite mee dat er steeds meer alternatieven voor vlees op de markt komen, maar ze betreurt de ‘meat shaming’. “Ik geloof in het naast elkaar bestaan van vleesproducten en plantaardige alternatieven”, zegt ze. “Er bestaan ook veel misverstanden. Duurzaamheid, gezondheid, nutritionele waarde, ecologische voetafdruk - alles wordt door elkaar gegooid. Vergeet niet dat sommige plantaardige vleesvervangers zware bewerkingen hebben ondergaan en vol smaakversterkers zitten.”

Bron: Eigen verslaggeving

Volg VILT ook via