nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

16.08.2019 Biotelers vergapen zich aan ruim 100 zaadvaste rassen

Waar rassenproeven en proefveldbezoeken in de gangbare teelt sterk ingeburgerd zijn bij land- en tuinbouwers en hun adviseurs, zakten begin augustus meer dan 130 Vlaamse, Waalse en Nederlandse biologische groentetelers af naar CSA De Witte Beek in Beerbeek om er een blik te werpen op de proefvelden met in totaal bijna 100 groenterassen. “We hebben nood aan biologische, zaadvaste rassen waarbij smaak, kleur, robuustheid en diversiteit essentieel zijn”, klinkt het bij één van de deelnemers.

De biologische rassendag op CSA De Witte Beek werd georganiseerd samen met zaadbedrijf Bingenheimer Saatgut en zijn Belgische verdeler Biosano. Voor alle ingezaaide rassen gaat het om biologisch-biodynamisch zaaigoed. In tegenstelling tot de meeste commerciële rassen zijn het geen hybride, maar zaadvaste rassen. Een zaadvast ras ontstaat door de klassieke manier van kruisen, waarna in meerdere generaties geselecteerd wordt in de nakomelingen. Na een aantal jaar systematisch selecteren wordt het ras stabiel en splitsen de eigenschappen nauwelijks meer uit. Uit zaad van zaadvaste rassen komen dus planten voor met vrijwel dezelfde eigenschappen als het gekochte ras.

Dat gaat niet op voor hybride rassen. Die komen tot stand door inteelt en combinaties van kruisingen. Het veredelingsproces is dus ingewikkelder en vraagt meer ingrijpen door de mens dan bij een zaadvast ras. Het voordeel is dat een hybride ras veel uniformer is en de opbrengst vaak hoger is. Het nadeel is dat eigen zaaizaad geen bruikbaar zaad oplevert omdat de eigenschappen zicht uitsplitsen waardoor je een voor de markt ongewenste variatie kan krijgen. Voor zaadbedrijven hebben deze hybride rassen wel als groot voordeel dat ze zich kunnen beschermen tegen nateelt.

Hoewel in de bioteelt zowel hybride als zaadvaste rassen zijn toegestaan, gaat de voorkeur van biotelers veelal uit naar zaadvaste rassen omdat ze die rassen zelf kunnen vermeerderen: ze kunnen eigen zaaizaad winnen en opnieuw uitzaaien. Bijkomend voordeel is dat er meer genetische variatie is tussen de planten op het veld en dat ziektes zich minder snel verspreiden dan bij de genetisch identieke planten van een hybride ras. Iets wat zeker in de biologische teelt een extra troef is.

De aanwezige biogroentetelers op de rassenproef in Bierbeek kiezen dan ook vaak bewust voor zaadvaste rassen. De kwaliteit en de kiemkracht van het zaad, het belang dat gehecht wordt aan de selectie op smaak, de rassenverscheidenheid en de diversiteit aan smaken, kleuren en vormen zijn redenen die door hen worden aangehaald. Maar ook de vrijheid die de rassen hen bieden is belangrijk. “Ik gebruik zaadvaste rassen om vrijer te staan van de grote zaadhuizen die veelal hybriden aanbieden. Als een ras en teelt mij in het bijzonder aanspreekt, kan ik ‘op het veld’ beslissen dat ik er verder mee aan de sla ga”, zegt een bioboer uit Henegouwse Rumes.

Op vraag van Bingenheimer Saatgut en Biosano zette CSA De Witte Beek meer dan 20 rassenvergelijkingen op met voornamelijk zaadvaste zaden, aangevuld met een aantal hybridezaden. Het gaat onder meer om rassenvergelijkingen van struikbonen, koolrabi, rode biet, wortel, peterselie, knolvenkel, sla, honingmeloen, watermeloen, courgette, paprika, chilipeper, aubergine, suikermais, komkommer, tomaat en ui. De CSA-boerderij deelt haar ervaringen, staat stil bij teelttechnische aspecten, specifieke eigenschappen en gewenste omstandigheden. Ook rassen die het minder goed deden, worden open besproken.

De collega-groentetelers observeren, proeven en gaan met hen in dialoog. “Het is niet altijd evident om keuzes te maken aan de hand van de beschrijvingen in de catalogus. Door het proeven van de verschillende variëteiten en door het horen van de ervaringen, krijg je een duidelijker beeld. Dat is voor mij de sterkte van deze rassendag”, zo klinkt het bij één van de aanwezige boeren. 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via