nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

18.05.2020 Bladerdak beschermt biodiversiteit

De afkoeling door het bladerdak van bomen beschermt bosorganismen tegen extreme temperaturen en heeft een aanzienlijke invloed op hun aanpassing aan de opwarming van de aarde. Dat blijkt uit een internationale studie met de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen (UGent), gepubliceerd in het gerenommeerde tijdschrift ‘Science’.

De temperatuur in een bos is niet dezelfde als de temperatuur buiten het bos. Zoveel is duidelijk voor iedereen die naar een bos gaat om op een warme zomerdag even te ontsnappen aan de hitte. “Klimaatopwarming wordt echter gemeten door vele duizenden gestandaardiseerde weerstations over de hele wereld”, legt professor Pieter De Frenne, verbonden aan de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de UGent, uit. “Deze staan in open ruimtes en meten de temperatuur op een hoogte van 1,5 tot 2 meter vanaf de grond. Toch leeft het merendeel van alle soorten op het land in bossen, vooral in de ondergroei en de bodem. Als gevolg hiervan zijn klimaatgegevens, verzameld uit open ruimtes, niet helemaal toepasselijk.”

Een internationaal onderzoeksteam, waaronder de UGent, heeft nu de eerste concrete cijfers over klimaatopwarming in bossen, waarmee wordt aangetoond hoe opwarming in het bos verschilt van opwarming in open ruimtes. “We hebben de temperatuur in het bosinterieur gemeten op 100 locaties”, vertelt professor De Frenne. “Deze metingen werden in een computermodel gecombineerd met tot 80 jaar gegevens over de dichtheid van het bladerdek. Die data zijn afkomstig van bijna 3000 locaties in het kader van lange termijn waarnemingsprogramma's.”

De onderzoekers stelden vast dat de metingen van de klimaatopwarming in open ruimtes de temperatuurveranderingen onder het bladerdak onvoldoende weerspiegelen. “Als het bladerdak dichter is, buffert het de klimaatopwarming voor de organismen die eronder leven”, weet professor De Frenne. “Als het bladerdak schaarser wordt, stijgt de temperatuur eronder snel.”

Alle organismen hebben een optimale temperatuur waarbij ze het beste gedijen. Wanneer het klimaat warmer wordt, profiteren soorten die van warmte houden en verdringen ze soorten die van koude houden. "In het kader van de wereldwijde klimaatverandering leven veel soorten reeds in een suboptimaal temperatuurbereik", merkt collega-professor Lander Baeten op. “Als het beschermende bladerdek verloren gaat - hetzij natuurlijk of als gevolg van menselijke tussenkomst - ervaren de planten die eronder leven een extra opwarming, waarvoor ze slecht voorbereid zijn.”

Soorten die zich niet snel genoeg kunnen aanpassen worden verdrongen door soorten die wél met die warmte om kunnen en kunnen dus lokaal uitsterven. “Gezien de verwachte toename van hittegolven in Europa, zal dit waarschijnlijk de biodiversiteit van bossen veranderen en problemen voor individuele soorten met zich meebrengen", meent professor Baeten.” Bosbeheerders moeten daarom rekening houden met de effecten van bosbouwwerkzaamheden op de klimatologische omstandigheden in het bosinterieur en met de impact van het werk op de biodiversiteit.”

Bron: UGent / Crelan leerstoel landbouwinnovatie

Volg VILT ook via