nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

21.01.2020 Boer wordt verdrongen van eigen land

Ons platteland wordt geruisloos gekoloniseerd door oude hoeves die omgetoverd worden tot woningen of zonevreemde bedrijven, schrijft De Standaard dit weekend. Deze ‘omvolking’ van het platteland zorgt ervoor dat de boer zijn plaats verliest aan de villabewoner.
Tegen 2050 moet 20 procent van de verharding in landbouw-, bos- en natuurgebieden ongedaan gemaakt worden. Een bijna onmogelijke opdracht, zo blijkt, ondanks de twee subsidierondes die de Vlaamse overheid hiervoor organiseerde. Projecten, die in aanmerking kwamen, konden tot 75 procent van de sloopkosten recupereren.
 
Het is een aloud dilemma van boerenfamilies wanneer ze er de brui aan geven. Verkopen ze hun eigendom of blijven ze er zelf wonen? De cijfers liegen er niet om. Sinds begin jaren 2000 zijn er jaarlijks 1.000 landbouwbedrijven die ermee stoppen in Vlaanderen en er komen er maar een 150-tal nieuwe bij.
 
Maar liefst 90 procent van de vrijgekomen boerderijen verandert van functie, staat te koop of leeg. Sinds 1996 zijn er 20.000 boerderijen op non-actief gezet. Daarvan kwamen er ongeveer 18.000 in handen van niet-landbouwers. “Ongeveer 40 procent daarvan wordt gekocht om in te wonen”, vertelt Anna Verhoeve, onderzoekster bij het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) aan De Standaard. “Particulieren bouwen hoeves om tot plattelandsvilla’s. Vaak komen er hobbypaarden bij. En eventueel een praktijk, een architectenbureau of een verzekeringskantoor.”
 
Oude varkensstallen die dienst doen als onderkomen voor springkastelen of caravans, feest- en seminariezalen die overal opduiken, yoga- en wellnessboerderijen die de grond uitschieten, transportbedrijven, hout- of metaalbewerkers. Ze vinden allemaal hun weg naar het platteland. Ruim 20 procent van de hoeves wordt zo omgevormd tot een compleet nieuw bedrijf.
 
“Door de deur wijd open te zetten voor dat soort functiewijzigingen, maakte de Vlaamse overheid haar eigen doelstelling onhaalbaar”, zegt Tristan Claus, onderzoeker ruimtelijke planning aan de KU Leuven. Hij zet, net als Verhoeve, zijn schouders onder het project ‘Boer ruimt veld’ dat in opdracht van de Vlaamse overheid uitzoekt hoe open agrarische ruimte behouden en versterkt kan worden. “De lijst van wat je mag doen in een oude boerderij is met de jaren ruimer geïnterpreteerd. En er is amper handhaving van de wetgeving. In een hoeve mag je hout opslaan, maar niet bewerken. Maar dan komt er toch een zaagmachine, en niemand zegt daar wat van.”
 
“Een opslagplaats van goederen evolueert naar een logistieke hub, waar bestelwagens af en aan rijden”, zegt ook Verhoeve. “Of de architect verhuist, en de hoeve wordt een groot architectenbureau. Zo is 85 procent van de bedrijfsvoering op het platteland eigenlijk niet vergunbaar op die plek. Dat wordt gedoogd. Hetzelfde voor de woningen. Vroeger moest je het karakter van de hoeve bewaren. Een dakraam steken was al te veel. Tegenwoordig kan alles.”
 
Gemiddeld wordt vandaag 15 procent van het Vlaamse landbouwgebied ingepalmd door zonevreemde activiteiten. In regio’s waar de druk op de open ruimte het hoogst is, zoals sommige gemeentes in Antwerpen en Vlaams-Brabant, stijgt dit zelfs tot de helft.
 
Bijkomend probleem stelt zich wanneer de nieuwkomers gaan klagen. “Ze komen op het platteland wonen of werken voor de rust”, zegt Vanessa Saenen van Boerenbond. “Die wordt verstoord wanneer de boer zijn ding doet. Nieuwkomers maken landbouwers het leven zuur door verzet aan te tekenen tegen omgevingsvergunningen. Zo komt de agrarische activiteit in het gedrang.”
 
Volgens Marjolijn Claeys van Voorland komt de boer in verdrukking. “Kapitaalkrachtige mensen op zoek naar een woning met uitzicht of paardenweide leggen bedragen neer die boeren onmogelijk kunnen betalen. Die hoeves zitten gevangen in een vastgoedlogica. Zo wordt de boer uit de markt geconcurreerd door de villabewoner.”
 
Landbouwers die starten maar geen boerderij van hun ouders kunnen overnemen, zijn soms jaren op zoek naar een geschikte plek. “Meestal is het goedkoper een nieuwe te bouwen”, zegt Verhoeve. “Dat is een kiem van de verdere betonnering van het platteland. Die dynamiek moeten we stoppen.”
 
Volgens berekeningen van ILVO zal meer dan de helft van de actieve landbouwgebouwen in de komende tien jaar zijn functie verliezen en in aanmerking komen voor ontharding. Maar hoe zal die sloop gefinancierd worden? Volgens Claeys zal de hele maatschappij moeten bijdragen via bijvoorbeeld een sloopfonds.
 
Het is te vanzelfsprekend geworden om zich te vestigen in landbouwgebied. Deze ‘omvolking’, zeker aan dit tempo, moet een halt toegeroepen worden, vinden de experts. Het landbouwareaal, die we broodnodig hebben voor onze voedselvoorziening, verkleint door dit fenomeen. Volgens Verhoeve is de toekomst aan de klimaatrobuuste landbouwbedrijven of bedrijven die werken voor de korte keten. “Er zijn behoorlijk wat mensen die dat willen doen”, zegt ze. “Maar de grondprijs is te hoog, zeker in de buurt van de grote steden. Daar betalen paardenliefhebbers tot 100.000 euro voor een hectare landbouwgrond, twee tot vier keer meer dan de gangbare prijs. Willen we onze vruchtbare gebieden veilig stellen, dan moeten we er als maatschappij over nadenken. Je komt op een punt dat het onomkeerbaar wordt.”

Bron: De Standaard

Volg VILT ook via