nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

25.07.2019 Boer zoekt een gedreven helper en geen alleskunner

Bijna drie op de tien Vlaamse melkvee- en varkenshouders heeft één of meerdere externe arbeidskrachten in dienst. Een kwart van alle veehouders heeft plannen om mensen aan te werven in de toekomst. Dat leidt de Stichting Innovatie & Arbeid van de Vlaamse adviesraad SERV af uit hun bevraging van 428 melkvee- en varkenshouders. In een eerste bijdrage op VILT achterhalen we aan de hand van dit onderzoek wat de ideale arbeidskracht is voor een veehouder. Dat hoeft geen alleskunner te zijn, maar wel een gemotiveerd persoon die zich flexibel wil opstellen. Opvallend: sommige melkveehouders geven duidelijk de voorkeur aan een extra paar helpende handen boven de zo bejubelde melkrobot. Waarom dat is, verklaren ze in een diepte-interview.

Melkvee- en varkenshouderij worden in Vlaanderen getypeerd door een grote verscheidenheid aan bedrijven. Al ontsnappen beide sectoren niet aan de algemene trend in de landbouw, die van minder maar grotere bedrijven. De evolutie naar grotere veestapels per bedrijf gaat gepaard met een relatief nieuwe uitdaging in de sector: een groeiende nood aan werkkrachten. Met de steun van de landbouworganisaties deed de Stichting Innovatie & Arbeid, de onderzoekscel binnen adviesraad SERV, hier onderzoek naar. Ook landbouwadviesraad SALV, die administratief ingebed is in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), zorgde voor de nodige ondersteuning.

De enquête bij 428 melkvee- en varkenshouders leert dat het almaar moeilijker wordt om het werk alleen of met de hulp van gezinsleden rond te zetten. Op sommige bedrijven springen vrienden of familie bij om de extra werklast op te vangen, maar ook deze manier van werken stoot op zijn grenzen. Er wordt in toenemende mate gekeken naar andere mogelijkheden, welke dat zijn somt het onderzoeksrapport op: een deeltijdse of voltijdse vaste medewerker, interim-arbeider, onderaannemer, seizoenarbeider, jobstudent of stagiair. Landbouwers kunnen ook samen één werknemer aanwerven die deels op het ene en deels op het andere bedrijf bijspringt.

Een aantal vragen rond de nood aan extra handen werden door de Stichting Innovatie & Arbeid uitgediept. Eén van de centrale vragen is hoe de ideale werkkracht voor een melkvee- of varkensbedrijf er moet uitzien. Vanzelfsprekend moet dat iemand zijn die goed kan omgaan met dieren, maar veehouders hechten nog meer belang aan gedrevenheid, motivatie en zelfstandig kunnen werken. Twee op drie veehouders vinden een zekere mate van flexibiliteit erg belangrijk. “Het werk op de veehouderij gaat zeven dagen op zeven door en piekmomenten zijn moeilijk te voorspellen. Een koe of een varken wacht niet om te werpen tot er iemand aanwezig is”, motiveren de onderzoekers met veel voeling voor de landbouwpraktijk.

Technische kennis en ervaring met veehouderij lijken minder cruciaal. Administratieve vaardigheden worden het minst als belangrijk aangeven. Zelden worden daarvoor externe arbeidskrachten ingezet. De meest voorkomende taken zijn het schoonmaken en reinigen van infrastructuur, werken op het veld en dieren verzorgen en voederen. Op melkveebedrijven behoort ook het melken van de koeien vaak tot de taken van de externe hulp. Is er geen melkrobot op het bedrijf, dan is dat op bedrijven die externe arbeid inschakelen in driekwart van de gevallen een taak die uitbesteed wordt.

Ter aanvulling van de enquêteresultaten werden zeven veehouders uitgebreid bevraagd. Dit gebeurde anoniem. Eén van hen verklaarde zijn voorkeur voor helpende handen als volgt: “De aankoop van een melkrobot is erg duur en de werkkrachten die eraan kunnen sleutelen, zijn meestal ook duurder.” Een collega voegde daaraan toe dat de machine alleen kan melken, terwijl een persoon ook andere taken kan verrichten. Als het van de veehouders afhangt, zullen mensen niet meteen vervangen worden door robots zoals soms angstvallig gesteld wordt. Sommigen geven ook aan dat ze er niet van houden om dag in, dag uit alleen te moeten werken.

Veehouders die al wat ervaring hebben met externe arbeidskrachten, koesteren andere verwachtingen op vlak van vaardigheden. Kennis van het Nederlands en sectorspecifieke ervaring vinden zij van minder groot belang. Communicatie op het bedrijf wordt bij de bevraagde veehouders op allerlei manieren worden opgevangen indien het werkkrachten van buitenlandse origine betreft. Mensen gebruiken gebarentaal of een mix van Engels, Nederlands en de moedertaal van de werknemer. “Wij spreken een mengeling tussen ons dialect, Engels en af en toe een woord Roemeens of Pools. Can you give me de schuppe… zo een dingen hoor je hier”, grapt een veehouder.

Bedrijven die extern personeel inzetten, zijn duidelijk groter. Voert een varkenshouder het werk zelfstandig uit, dan telt zijn bedrijf gemiddeld net geen 700 varkens. Op bedrijven waar externe arbeidskrachten ingeschakeld worden, ligt de gemiddelde bedrijfsgrootte boven de 2.000 varkens. In de melkveehouderij zie je hetzelfde, daar is een bedrijf met externe hulp bijna dubbel zo groot. Gemiddeld worden er 95 in plaats van 50 koeien gemolken.

Morgen gaat VILT dieper in op de drempels die veehouders weerhouden van een aanwerving. Het onderzoeksrapport vind je hier.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via