nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

02.02.2015 Buitenland lust steeds minder Belgisch witblauw

Zwitserland heeft het fokken met Belgische witblauw-runderen verboden, nadat ook verschillende andere Europese lidstaten maatregelen genomen hebben tegen het zodanig doorgedreven fokken van dieren dat het "niet natuurlijk" meer is, of "onethisch". Dat schrijft De Morgen. "Nochtans zijn onze Belgische veeartsen zodanig gespecialiseerd dat het percentage kalfjes dat sterft bij de geboorte veel lager ligt dan bij andere rassen, en is er geen enkele wetenschappelijke aanwijzing dat de dikbil onder zijn fysieke eigenschappen lijdt", betogen Koen Mintiens van Boerenbond en landbouwethicus Dirk Lips.

Het internationale draagvlak voor het Belgisch witblauw krijgt een nieuwe knauw, nu de Zwitserse landbouw- en voedingsautoriteit het kweken met 'extreem gefokte rassen' verbiedt en het Belgisch witblauw er op de zwarte lijst is terechtgekomen. Ook de Nederlanders zijn niet de grootste fans van de Belgische dikbil: het verzet tegen de keizersnedes bij dikbillen bracht de Tweede Kamer er vorig jaar toe om in te stemmen met een tijdelijk fokverbod als de veehouders het aantal natuurlijke bevallingen tegen 2018 niet 'structureel' kunnen opdrijven. In de Scandinavische landen is het fokken van dikbillen al langer verboden wegens hevig verzet tegen de "niet natuurlijke" koe, en ook de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) waarschuwde al voor genetische defecten door inteelt.

"Door de gespierdheid van de moeder en doordat het kalfje steeds groter werd, ging het bevallen doorheen de jaren steeds moeilijker en komt de meerderheid vandaag door middel van een keizersnede ter wereld", legt geneticus Michel Georges van de Universiteit van Luikt uit. Georges deed onderzoek naar de genetica van de Belgische dikbillen, en ontdekte dat de gespierde dieren die boeren intuïtief selecteerden om te kweken, het product waren van een genetische fout. Een mutatie in het myostatinegen veroorzaakt sterkere spierontwikkeling, waardoor het dikbil-fenotype ontstond, de blauwdruk voor het Belgisch witblauw.

Het besef dat een grens bereikt is, leeft ook in de sector. Onder het motto 'een gezond dier is een economisch interessant dier', werden fokdieren ook geselecteerd op een breder bekken, waardoor het aantal natuurlijke bevallingen gestegen is van nul tot 20 procent, volgens cijfers van Boerenbond. Voor de Vlaamse veearts, die elk jaar 500 tot 1.000 keizersnedes uitvoert, betekent dat net iets meer nachtrust, want tijdens drukke dagen (en nachten) voeren zij de ene keizersnede na de andere uit. “De Belgische veeartsen zijn zo goed dat het percentage kalfjes dat sterft bij de geboorte veel lager ligt dan bij andere rassen", zegt Koen Mintiens, adviseur bij de Boerenbond. "Belgisch witblauw kent een sterftepercentage van 2 procent, bij andere runderen is dat 8 procent."

"Wat dierenwelzijn betreft, is er bovendien geen enkele wetenschappelijke aanwijzing dat de dikbil onder zijn fysieke eigenschappen lijdt", voegt landbouwethicus Dirk Lips daar aan toe. Lips voerde zelf onderzoek uit en kwam tot de conclusie dat een keizersnede geen effect heeft op de gezondheid van de koe of het kalf. "De leefomstandigheden zijn voor het welzijn van het dier zeker zo belangrijk." Dat neemt niet weg, zegt hij, dat achter de dikbil een belangrijke maatschappelijke vraag schuil gaat. "Willen we ons voedsel produceren via dieren die zich niet meer zelfstandig kunnen voortplanten?"

Bron: De Morgen

Volg VILT ook via