nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

02.06.2016 Burger grotere bedreiging voor bijen dan landbouw?

De pesticiden die bijen opnemen bij hun zoektocht naar voedsel lijken niet zozeer te komen van bespoten landbouwgewassen, maar wel van wilde planten. De meeste pesticiden zijn van “stedelijke aard”. Het gaat vooral om schimmeldoders en onkruidverdelgers. Pas daarna komen de insecticiden. Dat schrijft De Standaard op basis van onderzoek aan de Amerikaanse Purdue Universiteit. De onderzoekers spreken ook van “verbijsterende hoeveelheden” waarin ze die niet aan landbouw gebonden chemische stoffen terugvonden.

Zestien weken lang verzamelden de Amerikaanse onderzoekers het stuifmeel in bijenkorven op drie verschillende plaatsen in de staat Indiana. De ene korf stond in een weide die niet in gebruik was, een andere aan de rand van een maïsveld gekiemd uit behandeld zaaizaad (neonicotinoïden) en de laatste bij een veld zonder. Ze wilden in de eerste plaats leren welke bloemen de bijen zoal bezochten en tegelijk ook eens kijken welke pesticiden de bijen binnenkregen. Indiana is een landbouwstaat in de ‘corn belt’, een regio met flink wat monocultuur van maïs en soja. Het verzamelde stuifmeel omspande 30 plantenfamilies, en dus nog veel meer soorten.

De wetenschappers vonden pesticiden van negen verschillende scheikundige groepen. De beruchte neonicotinoïden die ervan verdacht worden zeer dodelijk te zijn voor bijen, waren daar ook bij. “Maar ze waren niet de belangrijkste aangetroffen producten”, schrijven de onderzoekers in Nature Communications. De hoogste concentratie insecticide kwam van de pyrethroïden. Hoewel deze groep van actieve stoffen ook in de landbouw wordt gebruikt, worden ze vooral in huis gespoten tegen vliegen en muggen. Ook deet, een product om muggen van ons lijf te houden, kwam op alle drie de meetplaatsen voor.

Opvallend was dat het stuifmeel van landbouwplanten maar een klein deel vormde van wat de bijen verzamelden. Ze bleken vooral te foerageren op vlinderbloemigen, zoals klaver of luzerne. De onderzoekers schrokken naar eigen zeggen van het grote aantal niet-landbouwgebonden pesticiden die ze vonden en nog meer van de “verbijsterende hoeveelheden” waarin ze die vonden. Op het veld dat niet met neonicotinoïden was behandeld, vonden ze 31 pesticiden terug, op allebei de andere plaatsen ging het om 29 verschillende producten. Fungiciden en herbiciden kwamen het vaakst voor, daarna kwamen de insecticiden.

Hoewel neonicotinoïden voor bijen het dodelijkst zijn, worden ze enkel op akker gebruikt. Pyrethroïden kwamen veel meer voor. Die zijn al sinds de jaren ‘50 in gebruik, hoofdzakelijk in huizen. “Maar die huizen liggen wel naast plaatsen waar bijen veel tijd doorbrengen, namelijk tuinen met hun grote variatie aan bloemen”, klinkt het. De onderzoekers zagen een duidelijke piek in de pyrethroïden in augustus en september, wanneer mensen last hebben van muggen en wespen. “Het ziet er dus naar uit dat niet de moderne landbouw met haar bestrijdingsmiddelen het grootste gevaar vormt voor de bijen, maar wel de gewone burger”, zo concludeert De Standaard.

Volgens de Amerikaanse onderzoekers heeft het onderzoek in het verleden zich steeds toegespitst op de bekende neonicotinoïden en hun vermogen om zich in het milieu te verspreiden. “Nauwelijks iemand heeft de moeite genomen om de rest te meten en al helemaal niet wat de bijen ophalen bij niet-landbouwplanten”, verklaren de wetenschappers hun opvallende resultaten.

Meer informatie: Non-cultivated plants present a season-long route of pesticide exposure for honeybees

Bron: De Standaard

Beeld: Wikicommons - Louise Docker

Volg VILT ook via