nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

20.05.2020 Corona legt wantoestanden Duitse slachthuizen bloot

Een slachthuis in het Duitse Coesfeld, vlakbij de grens met Nederland, wordt tijdelijk gesloten vanwege een bijzonder hoog aantal coronabesmettingen binnen het bedrijf. In de Duitse slachthuizen worden veel medewerkers ziek omdat ze dicht bij elkaar werken en wonen. De slechte werkomstandigheden in de branche zijn al jaren bekend, maar er wordt weinig aan gedaan. Nu laait het debat opnieuw op.
Het coronavirus verspreidde zich in de fabriek van het bedrijf Westfleisch, waar 1.200 mensen aan de slag zijn. Half mei stond de teller van besmettingen op meer dan 200. Dertien van hen zijn naar het ziekenhuis gebracht, alle andere besmette personen en de mensen met wie zij in contact zijn geweest, zitten in quarantaine.
 
De uitbraak in Coesfeld is geen alleenstaand geval. Ook in Baden-Württemberg en Beieren werden hoge besmettingscijfers gemeld en eerder werd een fabriek in Sleeswijk-Holstein gesloten nadat 128 werknemers positief testten. De uitbraak in de Duitse slachthuizen heeft een heftige discussie op gang gebracht over de arbeidsomstandigheden in de fabrieken. Onder meer de Groenen dringen aan op een debat in het parlement. "Er moet eindelijk een einde komen aan de uitbuiting in de vleesindustrie", aldus Bitta Haßelmann, lid van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie.
 
Volgens de administratieve rechtbank van Münster is de fabriek een “aanzienlijke bron van besmettingsgevaar” door onvoldoende voorzorgsmaatregelen. Als gevolg van de uitbraak werden de beperkingen in de regio uitgebreid en werden alle 20.000 werknemers van de slachthuizen getest op het virus.
 
"We zien nu wat al eerder duidelijk was. De omstandigheden in de vleesindustrie zijn ellendig", vertelde de voorzitter van de Groene Partij, Anton Hofreiter, aan de krant Nordwest Zeitung. Ook de krappe leef- en werkomstandigheden in de industrie en de ontoereikende sanitaire voorzieningen liggen zwaar onder vuur. “Dit heeft er waarschijnlijk toe bijgedragen dat het virus zich zo snel heeft verspreid. De pandemie houdt de samenleving een spiegel voor”, tweette SPD-Kamerlid Helge Lindt.
 
De Werkgroep Plattelandslandbouw (AbL) daarentegen klaagt dat deze politieke verontwaardiging opportunistisch is. "Wij boeren hebben er belang bij om landbouwhuisdieren te houden op een manier die past bij de veestapel en tegen eerlijke prijzen, zodat we in ons levensonderhoud kunnen voorzien", schrijft de AbL.
 
In een reactie riep landbouwminister Julia Klöckner de landbouworganisaties van de vleesindustrie op om een plan te ontwikkelen om aan de gezondheids- en veiligheidsvoorschriften te voldoen. De Duitse vleesindustrie wordt al jaren bekritiseerd vanwege de tewerkstelling van laagbetaalde arbeidskrachten uit Oost-Europa, vooral uit Roemenië en Bulgarije. Velen zijn werkzaam als uitzendkracht, waardoor ze aan lagere normen moeten voldoen dan vaste werknemers.
 
Exacte cijfers over het aantal werknemers en hun werkomstandigheden zijn niet beschikbaar, omdat veel werknemers in het zwart werken. Volgens een evaluatie van gegevens van de Duitse regering is het aantal controles op illegale tewerkstelling in de sector de afgelopen tien jaar met 60 procent gedaald.
 
Er zijn ook geen duidelijke cijfers over het gemiddelde inkomen. Een studie van de Europese Federatie van Landbouw-, Voedings- en Toeristische Vakbonden (EFFAT) uit 2011 geeft echter een indruk van hoe Duitsland profiteert van het werk van Oost-Europese uitzendkrachten.
 
Destijds verdienden werknemers in slachthuizen in Denemarken gemiddeld 25 euro per uur, in Frankrijk 9 tot 12 euro en in Duitsland ongeveer 7 euro. De uurlonen uit Roemenië en Bulgarije waren onbekend, maar EFFAT gaat ervan uit dat ze lager waren dan het Poolse uurloon van 3 tot 6 euro.
 
In 2017 werd de wet ter bescherming van de rechten van de werknemers in de vleesindustrie in Duitsland ingevoerd. Deze wet moet eerlijke arbeidsrechten garanderen voor uitzendkrachten uit het buitenland en verbiedt dat werknemers voor hun eigen uitrusting, zoals messen en beschermende kleding, moeten betalen, zoals dat vroeger vaak het geval was. In maart beweerde de Duitse regering echter dat het onmogelijk is om het effect van de maatregelen te berekenen.
 
Toch zijn er ook een aantal positieve signalen. Cijfers van de Bundesanstalt für Arbeit vertellen dat het aantal werknemers in de vleesindustrie, dat onderworpen is aan de sociale zekerheid, tussen 2015 en 2019 met 8 procent is gestegen. Ook het aantal ongevallenverzekeringen is aanzienlijk verbeterd.
 
Volgens de Duitse Vereniging voor de Vleesindustrie zijn de arbeidsomstandigheden niet de enige reden zijn voor de uitbraak van het coronavirus. Als cruciale sector bleven de fabrieken op volle toeren draaien om de voedselvoorziening veilig te stellen. Daarom zou een snelle invoering van strengere regels niet effectief zijn, zei algemeen directeur Heike Harstick. Er zal geen "snelle en eenvoudige oplossing" zijn.

Bron: Euractiv / eigen verslaggeving

Volg VILT ook via