nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

01.06.2020 Coronacrisis zware opdoffer voor meerderheid van boeren

Een enquête over de impact van de coronacrisis bij de Vlaamse boeren toont aan dat het grootste deel van de landbouwsector zowel financieel als psychisch een stevige dreun krijgt. Veel indicatoren staan op rood. Landbouwers zeggen dat de crisis heeft ingehakt op hun welzijn, hun tevredenheid over het inkomen en hun vertrouwen in de toekomst. De enquête bracht relevante verschillen aan het licht tussen landbouwers die hun producten via de korte keten verkopen en zij die alles via de groothandel verkopen, maar de hypothese dat de korte keten de boeren behoedt voor omzetverliezen wordt slechts ten dele bevestigd.

Aanleiding van het onderzoek

Het maatschappelijk debat rond de impact van de coronacrisis op de individuele landbouwers, op de landbouwsector en op het voedingssysteem in het algemeen laait hoog op. Diverse actoren poneren meningen en schetsen nieuwe ideaalbeelden. Twee dingen ontbreken vaak in deze discussies: Het perspectief van de landbouwers zelf en cijfermateriaal om dit perspectief te ondersteunen. Om deze gegevens op een wetenschappelijke wijze te verzamelen en klaarheid in het debat te scheppen liet het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) een bevraging uitvoeren tussen 27 april en 18 mei 2020.

De ILVO-corona-enquête peilde, kwantitatief en kwalitatief, naar financiële, bedrijfsmatige en ook naar psychische veranderingen op de professionele landbouwbedrijven. ILVO mocht dankbaar steunen op de hulp van meerdere stakeholdersorganisaties bij de snelle verspreiding van de enquête. De resultaten steunen op 674 volledig ingevulde antwoordformulieren. Deze steekproef is representatief om significante uitspraken te doen. De hier gebrachte cijfers zijn gebaseerd op wat de landbouwers zelf rapporteren als veranderingen op hun eigen landbouwbedrijf. Hun feitelijke boekhoudingen werden niet opgevraagd of bestudeerd.

Economisch: donkere wolken boven het landbouwbedrijf

Puur qua productie is het landbouwsysteem overeind gebleven: behoudens enkele problemen met het vinden van voldoende seizoenpersoneel is de aanvoer van landbouwproducten hier op peil gehouden en bleven de winkelrekken gevuld. Ondanks dat blijken de landbouwers op economisch vlak substantiële verliezen te lijden.

Zeventig procent van de boeren zijn minder of veel minder tevreden met hun inkomen dan voor de crisis. De omzet is op evenveel bedrijven (72%) gedaald. Dat is vooral te wijten aan lagere verkoopprijzen, gerapporteerd door 73 procent van de respondenten, en door minder verkoop, gerapporteerd door 37 procent van de respondenten. (Hoe groot de daling van de omzet of van het volume verkochte goederen precies was, is niet gevraagd). Ruim de helft van de boeren ziet de prijs van aangekochte goederen en grondstoffen (zoals zaaizaad, veevoeder, medicijnen) stijgen. Dat de gevarenzone nadert blijkt uit het cijfer over het betalingsverkeer: voor 37 procent van de landbouwers wordt het moeilijker om leningen en facturen te betalen.

tabel 2 corona-enquête_ILVO.jpg

Erwin Wauters (ILVO): “De gekende observatie dat landbouwers in de voedingsketen een relatief zwakke economische positie als ‘prijsnemer’ hebben, wordt in dit onderzoek duidelijk bevestigd. De individuele landbouwer heeft weinig of geen impact op wat zijn producten opbrengen. Hij ventileert daarover zijn verontwaardiging in deze enquête.”

Oplossingen vinden

De landbouwers proberen de problemen in hun eentje op te lossen. Meer dan de helft verklaart dat de moeilijkere financiële situatie wordt bezworen door de opgespaarde financiële buffer aan te spreken (52%). Daarnaast wordt getracht om te knippen in de uitgaven en kosten (47%) en nemen de boeren zich voor om ‘zelf harder te werken’ (46%). Ruim één derde (35%) van de ondervraagde boeren stelt geplande investeringen voorlopig uit.

tabel 3 corona-enquête_ILVO.jpg

Individuele maatregelen aangereikt door de overheid zoals tijdelijke werkloosheid, de hinderpremie, compensatiepremie of overbruggingskrediet worden momenteel elk door minder dan 1 op 10 boeren gebruikt. Dit lage cijfer heeft te maken met het feit dat een aantal van deze maatregelen bedoeld zijn om grote problemen in zeer specifieke situaties aan te pakken.

Welbevinden: twee kanten

De grootste groep landbouwers uit de steekproef, ruim de helft, geeft aan dat verschillende aspecten van het psychosociaal welbevinden (nog) niet veranderd zijn sinds het uitbreken van de coronacrisis. Toch krijgt het welbevinden van een substantiële groep landbouwers, zoals te verwachten op basis van de financiële impact van corona, een knauw. Ruim 4 op de 10 landbouwers voelt zich meer mentaal uitgeput, somberder en prikkelbaarder dan voor de crisis.

Over de toekomst is men echter meer negatief: meer dan 2 op 3 maakt zich nu meer zorgen over de toekomst (64%).

tabel 4 corona-enquête_ILVO.jpg

Anderzijds ervaart zo’n 30 procent van de landbouwers sinds de start van de coronacrisis meer maatschappelijke waardering, een belangrijk positief aspect voor hun welbevinden. Sommigen vrezen echter dat de toegenomen waardering van korte duur zal zijn.

Deze enquête bevestigt wat eerder ILVO-onderzoek boven haalde: ook nu zegt de boer-met-stressklachten dat hij zijn probleem vooral zelf probeert aan te pakken. De meest genoemde andere strategie is erover praten met familie en/of vrienden. Slechts 30 procent van de landbouwers weet waar ze terecht kunnen bij problemen door de impact van de coronacrisis op hun bedrijf. Een zeer beperkt aantal zoekt hulp bij de huisarts, psycholoog, hulp- en/of landbouworganisaties (tussen 1 en 9%).

Korte keten: geen volledig hoera-verhaal

17 procent van de bevraagde landbouwers (117 in totaal) zeggen dat ze een deel van hun producten, gaande van 10 procent tot 100 procent, verkopen via een vorm van korte keten. Van deze boeren ervaart (slechts) 44 procent een negatieve of zeer negatieve impact van de crisis. Dat is minder dan de 65 procent bij bedrijven die enkel via de klassieke ‘lange keten’ handelen.

Bedrijven met een korte keten-poot rapporteren minder vaak - maar toch nog vrij talrijk - dat ze omzetverlies lijden: tegen 76 procent bij de enkel traditioneel verkopende boeren staat 51 procent van de korte keten-boeren. Dat is weliswaar nog steeds een ruime helft. Als verklaring voor het beter vermijden van omzetverlies wijst men naar de verkoopprijs die beter op peil kan worden gehouden in de korte ketentak.

Omzetstijgingen zijn wél bij een deel van de korte keten-landbouwers opgetekend, met name bij één vijfde van deze groep, terwijl er quasi niemand van de andere (conventioneel verkopende) groep vooruit ging qua omzet (4%). De grootste reden voor de omzetstijging is dat er meer volume aan producten is verkocht. Grotere verkopers in de korte keten (landbouwers die ongeveer fiftyfifty verkopen in de korte en in lange keten) lijken het best bestand tegen de crisis.

Het begrip korte keten slaat op meerdere afzetkanalen: een hoevewinkel, een boerenmarkt, een lokale verwerker, een plaatselijke horecazaak of retailer. De thuisverkoop op de hoeve steeg, wie lokaal leverde aan horeca of grootkeuken of wie op boerenmarkten verkocht, zag zich gedwarsboomd door de lockdown.

Elke Rogge (ILVO): "Het diffuse beeld waarbij één vijfde van de groep met een korte keten-poot méér omzet boekt en de helft van dezelfde groep net minder draait dan voordien, heeft wellicht te maken met de diverse verschijningsvormen. In elk geval moet er genuanceerd en op basis van grondige analyses gekeken worden naar de relatie tussen een korte keten-poot op het bedrijf en de mate van financieel overeind te blijven in de crisis. Een eenzijdig lovend rapport voor de veerkracht van de korte keten moet enigszins worden bijgesteld."

Toekomst? Pessimisme

Ongeveer drie kwart van de ondervraagden (74%) vreest negatieve of zeer negatieve gevolgen in de nabije toekomst, dat is in de komende 12 maanden. Over de aankomende impact zijn de landbouwers zelfs meer unaniem negatief dan over de nu reeds geregistreerde aderlating: Er zijn dus bedrijven die momenteel nog geen negatieve verkoopsimpact registreren (omdat hun te verkopen gewassen nu nog niet oogstrijp en verkoopbaar zijn), maar die eensgezind zijn dat ze negatief of zeer negatief zullen scoren tegen dat het jaar voorbij is.

Investeringsplannen worden voorlopig opgeborgen. De boeren halen de broekriem aan en teren in op reserves. Bij velen verzwakt de mentale weerbaarheid en stijgt de stress.

Erwin Wauters (ILVO): “Het bekende koppige flegma waarmee landbouwers veerkrachtig omgaan met crisissen (weersomstandigheden, ziektes en plagen, overproducties, prijsschommelingen,…) en hun vertrouwen in de overleving als bedrijf, wordt in de coronacrisis op de proef gesteld.”

Gevraagd naar de toekomst op langere termijn antwoorden de boeren uiteenlopend. Slechts een dikke helft denkt dat de landbouwsector uiteindelijk terug op business as usual zal komen. De rest (45%) voorspelt dat déze crisis de sector ook op lange termijn blijvend wijzigt. Rond de 7 procent overweegt nu om het bedrijf vervroegd stop te zetten.

In de open vragen in dit hoofdstuk benadrukken de landbouwers veelvuldig dat de structurele onzekerheid zwaar weegt, dat hun zwakke positie binnen de keten als onhoudbaar wordt ervaren, en dat ze waarschijnlijk opnieuw zelf en in hun eentje de negatieve gevolgen zullen moeten verwerken, zonder solidariteit uit de keten:

Quote: “De onzekerheid is het moeilijkst. Hoelang zal dit blijven duren? Voorlopig weet niemand hier een antwoord op. Als landbouwer hebben we reeds vele crisissen doorstaan, hopelijk deze ook.”

Quote: “Een betere maatschappelijke visie over de landbouw hier in Vlaanderen? Ik hoop dat mijn gezin en ik het kunnen redden met ons bedrijf, om dit nog mee te maken. Want momenteel heb ik het gevoel dat wij als jong gezin met een startend en evoluerend bedrijf, dat eindelijk weer licht aan het einde van de tunnel zag, dat dit een nekschot kan betekenen.”

Quote: “Ik hoop dat we een landbouw krijgen die de mens terug zal centraal stellen en niet de winst die gemaakt worden door de toeleverende en afnemende bedrijven in de agrofoodsector.”

Quote: “Het is mijn 3de crisis in de melkveehouderij in 15 jaar tijd. Het essentiële in een leven is water en voeding en toch worden we wederom niet gehoord.”

Conclusie

De coronacrisis treft een zeer groot deel van de landbouwbedrijven hard in hun portemonnee.

ILVO heeft frappante cijfers bovengespit met deze corona-enquête. Op de meest algemene vraag naar negatieve en positieve gevolgen van de coronacrisis op het eigen bedrijf antwoordt 61 procent dat er negatieve (39%) of zeer negatieve (22%) gevolgen zijn. Voor (slechts) 7 procent zijn de gevolgen positief of zeer positief.

Landbouwers zijn ondernemers die deze negatieve impact eerder in stilte dragen. Ze staan niet op de barricades. Ze hanteren een soort realisme (gelatenheid) om zélf als bedrijf om te gaan met verliezen ten gevolge van een crisis, die buiten hun verantwoordelijkheid of macht ligt.

Er heerst wel een gevoel van onrechtvaardigheid ten aanzien van de gebrekkige solidariteit binnen de voedingsketen. De landbouwers kleuren hun visie op de toekomst, zowel op korte als op langere termijn, niet rooskleurig in.

Bron: |

In samenwerking met: ILVO

Volg VILT ook via