nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

20.09.2015 "Dag van de Landbouw bewijst belevingswaarde landbouw"

Met de slogan ‘Het begint bij ons’ werd in het Vlaams-Brabantse Sint-Laureins-Berchem de officiële aftrap gegeven voor de 33ste Dag van de Landbouw. “Ondanks de economische malaise in de sector en het feit dat de ruimte voor landbouw steeds onder druk staat, willen we vandaag feest vieren”, zo begon Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche zijn speech. “Het is een dag waarop boeren met fierheid tonen hoe ze werken en omgaan met dieren en planten. Want wat er ook beweerd wordt, landbouw leeft en werkt met échte natuur.”

De landbouwsector heeft een heel lastige zomer achter de rug en ook in het najaar ziet de conjunctuur er niet meteen rooskleurig uit. “Het is een moeilijke tijd voor onze familiale landbouwbedrijven, maar we doen er als landbouworganisatie alles aan om hen te helpen de crisis te overleven”, zei Vanthemsche. Hij noemde daarbij de resultaten van het ketenoverleg en prees ook de inspanningen van de overheid. “En ook vanuit de hoek van de consument kunnen we op heel wat begrip rekenen. Onze recente enquête, in samenwerking met Bayer, wees uit dat 95 procent van de Vlamingen respect en bewondering heeft voor het werk van landbouwers.”

De slogan ‘Het begint bij ons’ is volgens de voorzitter niet toevallig gekozen. “Landbouw produceert voedsel. We beseffen het niet echt meer, maar zonder voedsel zijn we niets. Wie geen auto heeft, gaat te voet. Maar wie geen voedsel heeft, gaat dood.” Vanthemsche benadrukt ook dat landbouw meer is dan voedsel. “Het landschap, en dit prachtige Pajottenland is daar een mooi voorbeeld van, is gemaakt door boeren. Ik verzet mij dan ook uitdrukkelijk tegen wat nogal vaak in natuurmiddens wordt gezegd, dat het landbouwlandschap een ecologische woestijn is. De belevingswaarde van landbouw moet in geen geval onderdoen voor de belevingswaarde van natuur”, zo klonk het strijdvaardig. "Dat onze Dag van de Landbouw 80.000 mensen op de been brengt, bewijst dit."

Daarmee kwam de discussie over het evenwicht tussen landbouw en natuur ter sprake. “De uitvoering van de Europese natuurdoelstellingen wordt voor onze sector de komende jaren een fenomenale uitdaging. Zelfs het prachtige bedrijf waar wij vandaag te gast zijn, heeft code oranje gekregen en is dus in zijn voortbestaan bedreigd”, drukte de voorzitter de bezoekers met hun neus op de feiten. “Dat is heel moeilijke situatie voor onze land- en tuinbouwers. Het is iets dat hen zomaar overkomt, maar wel een zeer ingrijpende impact heeft. De realisatie van de Europese natuurdoelstellingen plaatst ook onze organisatie en de politiek voor een grote uitdaging de komende jaren.”

Vlaams minister van Landbouw, Omgeving en Natuur Joke Schauvliege mocht niet op de Dag van de Landbouw ontbreken. Zij trad de Boerenbondvoorzitter bij in zijn betoog. “Het zijn inderdaad geen gemakkelijke tijden voor de Vlaamse land- en tuinbouwers. “De prijzen blijven achteruitgaan en iedereen weet dat keihard werken voor een bijzonder laag loon geen evidentie is. We moeten daarom met zijn allen nagaan hoe we de sector kunnen wapenen voor de toekomst”, aldus de minister. Ze loofde in dat kader de inspanningen die de landbouworganisaties hebben geleverd binnen het ketenoverleg. “Velen weten het niet, maar dit ketenakkoord is echt een voorbeeld in Europa. Heel wat collega-ministers hebben mij erover aangesproken op de Europese Landbouwraad.”

Schauvliege gaf te kennen dat het beleid ook zijn verantwoordelijkheid zal opnemen. “Met een tegemoetkoming voor de Rendac-factuur en de bijdragen aan het Melkcontrole Centrum hebben we al een inspanning gedaan en we beloven dit verder te doen.” De minister wees er ook op dat er ondanks de crisis toch ook een aantal hoopvolle signalen zijn. Zo is de totale export van Vlaamse agrarische producten sinds 2013 steeds gestegen.

Daarna was het tijd voor een rondleiding op het gastbedrijf ‘Hof te Berchemveld’. Het is een vleesveebedrijf met een eigen hoeveslagerij. Op het bedrijf zijn er 220 runderen van het Belgisch witblauwras aanwezig en elk jaar kalven er ongeveer 80 koeien. “Alle mannelijke dieren worden op een leeftijd van 20 tot 24 maanden verkocht en het vlees komt terecht in de supermarkten”, vertelde Geert Leyssens die samen met zijn vrouw en ouders het bedrijf uitbaat. “De vrouwelijke dieren kalven eerst twee tot drie keer en worden op een leeftijd van vijf tot zes jaar geslacht. Enkel dat vlees wordt verwerkt in de hoeveslagerij omdat het een veel vollere smaak heeft”, aldus de boer.

Vanthemsche maakte van de gelegenheid gebruik om erop te wijzen dat de korte keten zeker voor een aantal bedrijven een mooie uitweg biedt. “Maar vergeet niet dat hier twee generaties op het bedrijf werken en dat er, met Brussel vlakbij, een heel koopkrachtige markt aanwezig is. Mensen of organisaties die beweren dat alle Vlaamse land- en tuinbouwbedrijven moeten kiezen voor de korte keten en lokale markten kennen weinig van landbouw of hebben weinig realiteitszin.” Ook Schauvliege benadrukte dat de grote verscheidenheid aan bedrijven in de Vlaamse land- en tuinbouwsector een troef is.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via