nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

29.08.2019 De hoge prijs van ons voedsel: wie betaalt de rekening?

‘Een Big Mac zou 200 euro moeten kosten’, kopt De Standaard. De quote komt van Michaël Wilde, duurzaamheidsverantwoordelijke bij het Nederlandse bedrijf Eosta, de grootste invoerder en distributeur van biologische groenten en fruit in Europa. Een van zijn stokpaardjes is ‘true cost accounting’ waarmee de echte kostprijs van voeding berekend wordt. In Nederland is het ondertussen al een begrip, in België doet het met mondjesmaat zijn intrede.

Sta je ooit stil bij de prijs van het eten dat op jouw bord ligt? Een snelle zoekopdracht op internet leert ons dat een Big Mac tegenwoordig zo’n 4,25 euro kost. “Maar”, zo stelt Wilde, “als je alle verborgen kosten zou meerekenen, dan zou die 200 euro moeten kosten.”

Wat zijn die ‘verborgen kosten’? Ze verwijzen naar de impact van voedselproductie op het klimaat. Denk bijvoorbeeld aan veetransport, ontbossing om soja te telen of de vliegreizen die avocado’s ondernemen om in onze winkelrekken te geraken. En het gaat nog verder. Ook de gevolgen voor de biodiversiteit, de bodemkwaliteit en het grondwater door het gebruik van kunstmest en pesticiden worden meegeteld. Zelfs het menselijke aspect wordt niet vergeten. Welke invloed heeft het op de gezondheid van de mens en van de werknemers die het produceren? En krijgen zij er een eerlijk loon voor?

Het was de Indiase auteur Raj Patel die in zijn boek The value of nothing voor de eerste keer zo’n berekening maakte. In Nederland geldt Nature&More, het consumentenmerk van Eosta, als pionier van true cost accounting. Het baseert zich hiervoor op rekenmodellen van de Wereldvoedselorganisatie FAO. Ze ontkennen niet dat ook de biolandbouw verborgen kosten draagt, “al is het minder dan de gangbare landbouw”. “Per hectare en per jaar kost het telen van peren in Argentinië via traditionele landbouw 752 euro aan waterverbruik en watervervuiling, bij bioteelt is dat slechts 484 euro”, vertelt Wilde aan De Standaard. “De impact op het klimaat door CO2-uitstoot bedroeg bij gangbare perenteelt 3.144 euro, bij bio 2.542 euro. Bij de gangbare productie verliest de bodem per jaar 1.168 euro aan waarde. Teelt de boer biologisch, dan wordt de bodem rijker en gaat die er 254 euro op vooruit.”

Door er een prijskaartje aan vast te hangen, kan je volgens Wilde grote stappen vooruitzetten. Hij verwijst naar Frankrijk waar de overheid berekend heeft dat ze 522 miljard euro nodig heeft om het grondwater te zuiveren van kunstmest en pesticiden. Hierdoor heeft ze beslist om een extra belasting in te voeren op het gebruik van pesticiden waardoor boeren er minder van gebruiken en sneller op zoek gaan naar alternatieven. Ook Nederland heeft onder impuls van de minister van Landbouw een denktank opgericht die de taak heeft gekregen om de externe kosten van voedselproductie zichtbaar te maken. “De bedoeling is na te gaan hoe we die kosten kunnen verminderen en de voedselproductie duurzamer kunnen maken, en of we dat het best doen met extra belastingen of juist door te belonen en voedsel dat duurzaam geteeld wordt, goedkoper te maken”, aldus Wilde.

Vandaag geldt vaak: hoe duurzamer, hoe duurder. Volgens Wilde zouden we in het algemeen wat meer voor ons voedsel mogen betalen: “Je moet een boer ook zien als de behoeder van onze bodem en onze waterkwaliteit”. Hiermee verwijst hij naar de CO2 die in de bodem wordt opgeslagen om de klimaatverandering tegen te gaan. Voedselproductie speelt een grote rol in het klimaatverhaal. “En het zijn net zulke positieve verhalen die we nodig hebben om een verschil te kunnen maken.”
 

Bron: De Standaard

Volg VILT ook via