nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

06.11.2019 De (vaak onzichtbare) vrouw in de landbouw

Welke initiatieven worden genomen om ondernemerschap bij vrouwen in de land- en tuinbouwsector te bevorderen? Deze vraag legde Emmily Talpe (Open VLD)  op de tafel van minister van Landbouw Hilde Crevits tijdens de vergadering van de commissie Landbouw. “Vandaag wordt al bijzondere aandacht besteed aan actieve communicatie naar groepen van vrouwen die actief zijn in de landbouw”, aldus Crevits. “Ook voor het landbouwonderwijs proberen wij jongens én meisjes warm te maken.”
Op Agribex, de landbouwvakbeurs die begin december plaatsvindt, worden vrouwen uit de land- en tuinbouwsector in de kijker gezet. Meer dan terecht, vindt ook Emmily Talpe. Al blijft ze ook wat op haar honger zitten en daarom pleitte ze in de Commissie Landbouw van het Vlaams Parlement voor een structureel beleid dat ondernemerschap bij vrouwen in de landbouw stimuleert. “Vrouwen zijn vaak sterkhouders in de landbouwbedrijven”, zegt Talpe. “Ondanks hun grote inzet krijgen vrouwen niet altijd de haver die ze verdienen. Als meewerkende echtgenote hebben ze geen of een niet-volwaardig statuut. Dat laat zich natuurlijk voelen bij de pensionering of bij een eventuele echtscheiding.”
 
De diversifiëring en taakverbreding binnen de landbouw biedt nochtans veel kansen voor vrouwen, denk aan landbouweducatie, zelfvermarkting, hoevetoerisme of natuurbehoud. Steeds meer vrouwen starten in ‘zachtere’ subsectoren zoals biolandbouw, en eisen hun plaats op in de korte keten. Omdat alles met onderwijs begint, wilde Talpe ook weten welke initiatieven worden genomen om het landbouwonderwijs aantrekkelijk te maken voor meisjes.
 
De minister gaf in haar antwoord meteen wat cijfers mee. “Het aantal vrouwelijke bedrijfshoofden blijft al enkele decennia stabiel rond de 10 à 12 procent”, aldus Crevits. “En dat is wellicht een zware onderwaardering, want heel vaak zien we bij een koppel dat het de man is die op papier de bedrijfsleider is, maar dat beide partners het werk even hard in handen nemen.” De laatste jaren starten steeds meer jonge vrouwen (tot en met 40 jaar). “Die cijfers tonen aan dat we nog altijd met een onzichtbaarheid van de vrouwen in de cijfers te maken hebben, hoewel die vrouwen zeer hard meewerken.” 
 
Op startende ondernemers, zowel mannen als vrouwen, wordt extra ingezet. Zij kunnen extra steun en bijkomend advies op maat krijgen. Via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) worden specifieke investeringen van bedrijven die zich willen specialiseren in een bepaalde niche, zoals de korte keten, of die inzetten op de verbreding van de landbouwactiviteiten, ondersteund.
 
De minister benadrukte ook dat er hard is gestreden om het landbouwonderwijs op de kaart te zetten. “Dat was niet zonder succes, want in de matrix van het secundair onderwijs, zoals die in de vorige legislatuur is vastgeklikt, heeft het landbouwonderwijs een prominente plaats gekregen”, zei ze. “We benadrukken dat kiezen voor landbouwonderwijs een waardevolle studiekeuze is. We tonen ook aan dat die studierichtingen toeleiden naar het hoger onderwijs of naar een interessante job in de landbouwsector.” Daarnaast speelt de landbouwsector bij duaal leren, een relatief nieuwe onderwijsvorm waarbij de schoolbanken met de praktijk worden gecombineerd, een voortrekkersrol. “Via Science, Technology, Engineering and Mathematics (STEM) proberen we jongens en meisjes warm te maken voor wetenschappen en techniek, uiteraard ook in de landbouwsector”, aldus de minister.
 
Tot 1 december kan je vrouwen in de landbouw in de schijnwerpers zetten met een pagina in het fotoboek van Agribex.

Bron: Eigen verslaggeving

Volg VILT ook via