nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

05.09.2017 Definiëring reststromen zit de voedingsindustrie dwars

Om de organische reststromen van een voedingsfabriek te benoemen, zijn verschillende termen in zwang. Het zijn er zoveel dat de voedingsindustrie het op zijn heupen krijgt en sectorfederatie FEVIA om harmonisatie vraagt. Ter illustratie, er wordt door overheden gesproken over afvalstoffen, grondstoffen, bijproducten, nevenstromen, voedselverliezen, voedselverspilling en voedselreststromen. “Het gevolg is heel wat onduidelijkheid of zelfs onwetendheid op cijfermatig vlak”, kaart FEVIA aan.

Rond de indeling van afval, materialen en organische stromen zijn er al heel wat termen in het leven geroepen en komen er nog steeds bij. Voor verschillende termen zijn er al officiële definities naar voor geschoven. Toch is het in de praktijk niet altijd duidelijk onder welke categorie een bepaalde stroom valt. Voor andere termen is er internationaal nog steeds geen akkoord of afstemming over de betekenis van de term. Vanaf wanneer spreekt men bijvoorbeeld van een afvalstof? Is deze stroom al dan niet een bijproduct? Of wat valt nu eigenlijk onder voedselverlies? Het “allesbehalve exhaustief” overzicht van definities van organische stromen dat FEVIA bijvoegt ter illustratie is zo maar even negen pagina’s lang en belicht de verschillen in terminologie tussen de drie gewesten.

Eenduidig is de terminologie niet, en FEVIA vindt dat hinderlijk voor het bedrijfsleven, voor de circulaire economie en voor de correctheid van statistieken. Milieuadviseur Liesje De Schamphelaire: “Hoe kan men onze Belgische afvalstromen of voedselverliesstromen bijvoorbeeld vergelijken met die van andere landen als de invulling van de termen helemaal anders is? Meer nog, als niet eens geweten is dat de invulling anders is? We hoeven hiervoor zelfs niet buiten de grenzen van België te gaan. Wat in Vlaanderen - net zoals in de rest van Europa - bijvoorbeeld een bijproduct is, valt in Wallonië namelijk onder de afvalstoffen. Door de verschillende definities plaatsen we zowel onze sector als ons land, soms in een (te) negatief daglicht.”

Aan die verschillen hangen dikwijls ook verschillende voorwaarden verbonden, wat het volgens de voedingsindustrie moeilijker maakt om bepaalde stromen te gebruiken. “Nochtans kan het circulaire denken pas echt goed werken in de praktijk als we de stromen gemakkelijker over de grenzen heen kunnen uitwisselen. Als we beter kunnen samenwerken dus. Dit is zeker het geval voor een klein land zoals België”, argumenteert De Schamphelaire. FEVIA pleit daarom eens te meer voor harmonisatie: duidelijke, en gelijke definities, over de gewestgrenzen en de landsgrenzen heen, met bijbehorende gelijke voorwaarden. “Dit kan de circulaire economie alleen maar ten goede komen.”

Bron: FEVIA.be

Volg VILT ook via