nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

24.05.2017 Duitse entomologen vinden driekwart minder insecten

Een club van Duitse insectenkenners die op een wetenschappelijke manier insecten meten in een natuurreservaat in Noordwest-Duitsland, heeft in 24 jaar tijd een achteruitgang met 78 procent vastgesteld. De resultaten van hun onderzoek staan in Science. Als redenen voor de achteruitgang denken ze bij Natuurpunt onder meer aan veranderingen in landgebruik en verlies aan leefgebied. "Ook de kwaliteit van de overgebleven leefgebieden staat sterk onder druk. Enerzijds door de massa stikstof die neerdaalt op onze natuur. Anderzijds door de pesticiden die gebruikt worden en waarvan de exacte impact moeilijk te bepalen lijkt. Tel daar nog klimaatverandering bij, en je hebt een dodelijke cocktail."

Veel mensen merken op dat er minder vlinders en bijen zijn. Maar hoeveel minder vlinders en bijen zijn er dan precies? En hoe zit het dan met andere beestjes, zoals vliegen en kevers, die minder aangenaam zijn maar ook een belangrijke rol vervullen in de natuur? Uit tellingen weten natuurbeschermers dat bepaalde soorten afnemen, terwijl andere net in aantal toenemen. Over hoe groot de veranderingen zijn, zijn weinig cijfers beschikbaar. Daarom vestigt Natuurpunt de aandacht op een recente Duitse studie waarover Science bericht.

De 'Krefelder Entomologischen Vereind' maakte voor de studie in het 'Naturschutzgebied Orbroicher Bruch' gebruik van zogenaamde malaisevallen. Dat zijn tentvormige vallen waarbij alle insecten die per toeval in de tent komen, in een pot met een alcoholoplossing terechtkomen. Terwijl men in 1989 in bloemrijke hooilanden nog één tot anderhalve kilo insecten ving, was dat in 2013 nog 300 gram. Een jaar later werd die meting bevestigd. Ook de soortenrijkdom ging achteruit. In één natuurreservaat werden in 1989 niet minder dan 17.291 zweefvliegen gevangen behorende tot 143 soorten. In 2013 waren er dat nog maar 2.737 van 104 soorten. De leden van de Duitse studieclub volgen de insectenpopulatie in meerdere natuurgebieden op zodat de metingen met grote tussenpozen gebeuren, maar wel steeds op dezelfde plaats en met dezelfde val.

Om de ernst van deze vaststelling in de verf te zetten, benadrukt Natuurpunt dat veel insectensoorten bestuivers zijn en op die manier belangrijk voor landbouwgewassen en onmisbaar voor de biodiversiteit. Maar er zijn ook insecten die dood hout opruimen of ons verlossen van minder aangename insecten zoals bladluizen. Ook vormen insecten een belangrijke voedselbron voor andere dieren. "Ook elders in Europa horen we onrustwekkende signalen", zegt Wim Veraghtert van Natuurpunt. "In Groot-Brittannië gebeurt er al lang gestandaardiseerd onderzoek naar insecten. Uit het nachtvlindermeetnet dat daarvan deel uitmaakt, blijkt dat een aantal nachtvlindersoorten die nog steeds (vrij) algemeen zijn, een achteruitgang van meer dan 70 procent kenden. En ook bij ons is er niet veel reden voor optimisme." In Vlaanderen wordt de insectenpopulatie op kleinere schaal opgevolgd, zoals via de officiële meetnetten waarvoor Natuurpunt samenwerkt met de Vlaamse overheid en een beroep doet op vrijwilligers voor het veldwerk.

Bij Natuurpunt vermoeden ze dat het verlies aan leefgebied een grote impact heeft. Er is gewoonweg minder ruimte voor insecten, en in Vlaanderen is die ook nog eens sterk versnipperd en doorsneden door wegen en andere infrastructuur. Ook de kwaliteit van de overgebleven leefgebieden staat onder druk, wat Natuurpunt toeschrijft aan de neerslag van stikstof in de natuur en het gebruik van pesticiden in de landbouw. De entomologen die in Science hun vaststellingen uit de doeken doen, tasten in het duister omtrent de exacte oorzaak. Ook in natuurreservaten met een grote plantendiversiteit troffen ze veel minder insecten aan. Zij uiten dezelfde vermoedens als Natuurpunt, namelijk over veranderingen in landgebruik en het effect van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen genre neonicotinoïden. Echt bewijzen dat pesticiden schuld hebben aan het verdwijnen van insecten, kunnen ze naar eigen zeggen niet.

Bron: Belga / eigen verslaggeving

Volg VILT ook via