nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

14.08.2015 Eerste melkrobot is nu 20 jaar in gebruik in Vlaanderen

Vorig jaar koos één op de drie melkveebedrijven met een nieuwe melkinstallatie voor een robot. In 1995 was dat wel even anders. Luc Van den Bulck uit Herenthout waagde toen als één van de eersten de sprong in het onbekende. Hij investeerde destijds 260.000 gulden – van de euro was nog geen sprake en fabrikant Lely leverde enkel vanuit Nederland – in een hightech melkrobot. “Heel wat collega’s zijn toen komen kijken en konden hun ogen nauwelijks geloven. Achter de schermen had Lely tien jaar gewerkt aan de ontwikkeling van een melkrobot zodat de techniek vanaf dag één erg goed in elkaar stak.” Twintig jaar en enkele software-updates later melkt Luc nog altijd een 70-tal koeien met diezelfde robot. Zelf zou hij niet meer zonder kunnen, al was het maar om niet tweemaal per dag aan melktijden gebonden te zijn. “Er is meer in het leven dan koeien melken”, evalueert Luc zijn investering filosofisch.

Op 15 augustus zal het exact 20 jaar geleden zijn dat Kempenaar Luc Van den Bulck een robot in gebruik nam om zijn koeien te melken. Terwijl een melkrobot nu geen nieuws meer is, was dat toen wel even anders. Luc trok zelf naar Nederland om een melkrobot aan het werk te kunnen zien. Die eerste indruk beviel zodat hij de eerste landgenoot, of toch zeker één van de eersten, werd die koeien zou melken met een robot. Dat een machine daartoe in staat was, vonden andere boeren moeilijk te geloven. Toch kriebelde het bij velen, maar de meesten lieten zich afschrikken door het onbekende en door de omvang van de investering.

Tijden zijn veranderd. Vandaag neemt vrijwel elke melkveehouder een melkrobot in overweging bij nieuwbouw of vernieuwing en worden voor- en nadelen afgewogen en vergeleken met een visgraat-, carrousel-, zij-aan-zij of ander type melkstal. Melkcontrolecentrum (MCC) Vlaanderen keurt elke nieuwe melkinstallatie vooraleer die in gebruik genomen wordt. Uit hun cijfers blijkt dat op 30 à 35 procent van de melkveebedrijven in Vlaanderen geopteerd wordt voor een robotsysteem wanneer een nieuwe melkinstallatie aan de orde is.

De cijfers die de fabrikanten van melkinstallaties rapporteren aan hun sectorfederatie Fedagrim leren dat in 2005 – toen Luc al tien jaar met een robot aan het melken was – slechts acht melkveehouders op 152 opteerden voor een robot. Eind jaren 2000 ging het aantal ‘robotmelkers’ stijl omhoog om de jongste jaren volgens fabrikantencijfers uit te komen op 35 à 40 procent van de nieuwe installaties. Op het totale aantal melkinstallaties dat in gebruik is, ligt het aandeel van robotsystemen veel lager. Navraag bij het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek leert dat er op 449 van de 5.100 melkveebedrijven in Vlaanderen (IKM-cijfers, nvdr.) één of meerdere melkrobots actief zijn. Cijfers uit 2013 voor gans België wijzen uit dat de meeste melkveehouders (38,3%) de klus klaren met een klassieke visgraat melkstal terwijl slechts 6,6 procent beschikt over een melkrobot.

In de eigen provincie Antwerpen, gekend om zijn dynamische melkveehouderij, ziet Luc de melkveestallen met robot als paddenstoelen uit de grond schieten. “Hier in de regio zijn zelfs grote bedrijven die met drie, vier of vijf robots tegelijk melken.” Niet dat een melkrobot zoveel goedkoper werd want anno 2015 moet een landbouwer daar nog altijd zo’n 100.000 euro voor over hebben. Melkrobots zijn het dus niet vergaan zoals gsm’s, die kan je ruim 30 jaar na de eerste mobiele telefoon van Motorola (°1983) voor een prikje kopen.

Voor Luc is de installatie zijn geld waard gebleken. “Mijn ouders hebben nog in een bindstal gemolken, twee uur ’s morgens en twee ’s avonds. Dat is ontzettend zwaar werk. De voornaamste reden om voor een melkrobot te kiezen, was dan ook het gemak dat je er van hebt. Het eerste jaar viel dat wel tegen. Dag en nacht was ik bezig met de koeien naar de robot brengen. De aanpassing, een nieuwe stal en een vreemde robot, was te groot. Gelukkig geraakten alle koeien aan de melkrobot gewend. Denk echter niet dat een ‘robotmelker’ nauwelijks nog in de stal komt. Driemaal daags maak ik mijn rondje om alle koeien gezien te hebben.” Anderzijds is de dagindeling op het melkveebedrijf niet meer zo strikt gebonden aan twee melkbeurten. Daar ervaren zowel Luc als zijn echtgenote Nancy de voordelen van. “Je hebt meer tijd en hoeft niet meer op een uur te kijken.”

Zoals de koeien zich hebben aangepast, veranderde ook Luc een en ander aan de bedrijfsvoering. “In de fokkerij hechtte ik wat meer belang aan de uier zodat de robotarm makkelijker op de spenen van de koeien kon aansluiten. Ik leerde met de data werken die door de melkrobot gegenereerd worden. Zo weet ik nu dat de melksnelheid per koe enorm kan variëren. De ene geeft 20 liter melk in twee minuten terwijl een ander over 15 liter 10 minuten doet. De melkgift kan je per uierkwartier aflezen op de uittreksels die uit de computer rollen.” De 20 jaar oude melkrobot doet in Herenthout nog iedere dag (en nacht) wat hij moet doen. Luc: “Aan 70 koeien heeft de robot de handen vol. Gelukkig werkt hij dankzij enkele updates even snel als een nieuw exemplaar. Als ik 2.300 à 2.500 liter op een dag melk van 70 koeien in 165 melkbeurten, dan weet ik dat boer, robot en koeien goed bezig zijn.”

De Kempische melkveehouder is fabrikant Lely dankbaar voor de technische ondersteuning en de updates die zijn ‘oudje’ regelmatig krijgt. “In de beginjaren waren er wel kinderziektes, maar dat bleef al bij al beperkt.” Lely – een Nederlandse firma die landbouwwerktuigen maakt en tot voor de introductie van de melkrobot geen expertise had in melkinstallaties – werkte tien jaar lang in het grootste geheim aan het op punt stellen van de machine die de naam Lely Astronaut kreeg. Bij zijn marktintroductie was de Lely melkrobot enig in zijn soort. Ondertussen zijn er een handvol firma’s die melkrobots aanbieden.

“Eenmaal heb ik een panne meegemaakt die door softwareperikelen 12 uur duurde”, herinnert Luc zich. “Iedereen kent wel het getoeter van auto’s tijdens een drukke ochtendspits, wel zo stonden mijn koeien hier nerveus in file aan te schuiven voor de robot. Maar in regel is een panne snel verholpen door de technieker die hier op een half uur staat met een oplossing.” De snelheid van interventie was één van de grootste bezorgdheden van melkveehouders die de investering overwogen, naast de prijs natuurlijk.

Als Luc morgen voor de keuze wordt geplaatst, kiest hij opnieuw voor een melkrobot. “Ik wil helemaal niet terug naar het handmatig aankoppelen van de melkstellen in een visgraat melkstal of iets dergelijks. De bouwstijl van mijn stal laat dat overigens ook niet toe zonder een zware verbouwing.” Luc houdt ook van de vrijere werkplanning dankzij de robot, én van het feit dat hij zijn bedrijf met een gerust hart een halve dag kan achterlaten. “In het leven is er immers meer dan werken alleen”, verwijst Luc naar een waarheid als een koe.

De melkrobot kwam op het bedrijf toen Luc 31 jaar was en zoals het er nu uit ziet, gaat hij samen met Luc op pensioen. Zelf één en al tevredenheid raadt hij toch niet iedere collega een robot aan. “De koeien passen zich na enige tijd altijd aan, maar hetzelfde kan niet gezegd worden van de boer. Ik ken leeftijdsgenoten die nooit zullen durven vertrouwen op een robot en de koeien door hun handen willen laten gaan. Bij de jonge generatie ligt dat anders en zij kunnen over het algemeen ook veel beter over weg met de softwaretoepassingen van een melkrobot. En hoe je het ook draait of keert, het blijft natuurlijk een grote investering.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: familie Van den Bulck

Volg VILT ook via