nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

22.02.2019 Eerste vergunningen middelgrote windmolens zijn feit

De eerste vergunningen voor middelgrote windmolens zijn afgeleverd. In de Limburgse gemeenten Nieuwerkerke en Gingelom werden telkens twee vergunningen afgeleverd. Deze windmolens van 15 tot 40 meter hoog en met een maximaal vermogen van 300 kilowatt zullen gebouwd worden door fruittelers die op deze manier hopen te besparen op hun elektriciteitsfactuur. Engie Electrabel heeft momenteel in Vlaanderen 30 dossiers lopen waardoor de kans groot is dat in de nabije toekomst meer middelgrote windmolens zullen opduiken in de buurt van landbouwbedrijven en kmo’s.

Het was toenmalig Vlaams minister van Energie Bart Tommelein die in juni vorig jaar een ondersteuningsmechanisme had uitgewerkt voor kleine en middelgrote windmolens. De steun wordt toegekend via een biedprocedure: de overheid doet een oproep en de meest efficiënte projecten krijgen investeringssteun. Per jaar gaat het om 4,2 miljoen euro steun uit het Energiefonds. “Voor kmo's, landbouwbedrijven, ziekenhuizen,... zijn kleine en middelgrote windmolens een uitstekende manier om zelf hun eigen groene stroom te produceren. Door te werken met een biedprocedure en steun bij de start van het project, willen we hen overtuigen om te investeren in hernieuwbare energie en houden we tegelijkertijd onze financiën perfect onder controle”, klonk het toen.

Voor gemeenten zijn dit soort windmolens nieuw. Ze weten ook niet allemaal hoe ze ermee moeten omgaan. “Wij hebben onze eerste twee vergunningen afgeleverd”, zegt Dries Deferm, CD&V-burgemeester van Nieuwerkerken. “We zijn de eerste in Limburg. Maar we hebben wel gemerkt dat het wetgevend kader ontbreekt.” Daar is de nieuwe minister van Omgeving Koen Van den Heuvel het niet mee eens. “Deze turbines kunnen nu al vlot ingepast worden in het stedelijk en industrieel weefsel”, zegt hij. “Ze kunnen dus in woongebied geplaatst worden, zoals dat ook al gebeurd is.”

De vergunningen in Nieuwerkerke en Gingelom werden aangevraagd door fruittelers. “We betalen elke maand 5.000 euro aan elektriciteit om ons fruit te koelen”, zegt Dirk Douce uit Nieuwerkerken aan Het Nieuwsblad. “De molen kost bijna 200.000 euro, btw niet meegerekend. Dat betekent een terugverdientijd van 6 tot 12 jaar.” In Gingelom kreeg Eric Jadoul een vergunning. “Ik heb al zonnepanelen, maar die volstaan niet. Wij hebben vooral in de winter stroom nodig omdat onze frigo’s dan vol staan met fruit”, motiveert hij zijn keuze voor een middelgrote windturbine.

Beide fruittelers worden begeleid door Engie Electrabel. “We leveren stroom aan 20.000 landbouwbedrijven in België”, zegt woordvoerder Hellen Smeets. “Landbouwers kunnen met een middelgrote windmolen hun elektriciteitsfactuur drukken met 10 tot 30 procent. Als ze ook nog subsidies krijgen, gaat die factuur sneller omlaag.” Engie heeft een partnerschap gesloten met Fairwind, producent van windmolens. “Vandaag hebben we 30 dossiers lopen. Een molen heeft een vermogen van 10 tot 50 kW en kan aan 10 tot 30 gezinnen stroom leveren.”

Niet alle gemeentebesturen zien de windmolens even graag komen. In Sint-Truiden heeft een fruitteler vorige zomer bot gevangen omdat de turbine te dicht bij de tuin van de buren zou komen te staan. “Ik heb nu aan mijn administratie ruimtelijke ordening gevraagd om hiervoor een visie uit te werken”, zegt burgemeester Veerle Heeren (CD&V).

Schepen van Landbouw en Fruitteelt van de gemeente, Hilde Vautmans (Open Vld), vindt de middelgrote windturbines alvast een goede zaak. “Onze boeren hebben veel kosten, zoals voor veevoeder, meststoffen of loonkosten. Eén van de grootste facturen op het einde van de maand is echter de energiefactuur. Vorig jaar zou die gemiddeld met 24 procent zijn toegenomen. Kleine en middelgrote windturbines bieden een oplossing om die factuur te doen dalen én om op een schone en duurzame manier energie te produceren. Ze zijn met hun 40 meter gemiddeld drie keer minder hoog als de grote windturbines en kunnen daardoor gemakkelijker geïntegreerd worden in het landschap.”

Bron: Het Laatste Nieuws/De Standaard

Volg VILT ook via