nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

18.12.2016 EU halveert gezondheidsimpact slechte luchtkwaliteit

Slechte luchtkwaliteit schaadt de volksgezondheid. Het veroorzaakt onder meer longaandoeningen en kanker, en brengt bovendien een enorme maatschappelijke kost met zich mee in de vorm van hogere kosten voor de sociale zekerheid en minder productiviteit op de werkvloer door meer ziektedagen. Daarom heeft Europa werk gemaakt van nieuwe regelgeving om de negatieve impact van vervuilde lucht op de gezondheid tegen 2030 met 50 procent terug te dringen. Zo moeten de fijnstofgehaltes met 49 procent naar beneden, de stikstofoxiden met 63 procent en de ammoniak met 19 procent. Voor dat laatste streefdoel wordt onder meer ook naar de landbouwsector gekeken. 

Er zijn nieuwe Europese richtlijnen op komst omtrent luchtkwaliteit. Via lagere plafonds voor de uitstoot van de vijf belangrijkste vervuilers moet de impact op de volksgezondheid tegen 2030 met 50 procent dalen. De uitstoot van zwaveldioxide moet met 79 procent omlaag, ammoniak met 19 procent, vluchtige organische stoffen met 40 procent, stikstofoxiden met 63 procent en fijnstof met 49 procent. Een betere luchtkwaliteit is volgens de Commissie niet alleen beter voor de volksgezondheid, ook de economische voordelen zijn dankzij gezondere werkkrachten aanzienlijk. In Europa stierven in 2013 naar schatting minstens 450.000 mensen een vroegtijdige dood als gevolg van luchtvervuiling.

Van de lidstaten wordt verwacht dat ze de nieuwe richtlijnen tegen 30 juni 2018 omzetten in nationale wetgeving en tegen begin 2019 een specifiek beleid op poten zetten dat rekening houdt met de verantwoordelijkheid van alle betrokken sectoren en beleidsdomeinen, zoals transport, landbouw, energie en klimaat. De Commissie benadrukt daarbij dat de nodige investeringen niet opwegen tegen de enorme kosten die luchtvervuiling op termijn met zich meebrengt. Daarbij wordt vooral naar kinderen en ouderen gekeken: zij zijn de grootste slachtoffers en krijgen door vuile lucht sneller af te rekenen met astma en ademhalingsmoeilijkheden.

Wat de landbouwsector betreft springen vooral de doelstellingen omtrent ammoniak in het oog. De uiteindelijke doelstelling – een verlaging van 19 procent tegen 2030 – is minder dan de Commissie initieel had voorgesteld. Toch zal de landbouwsector inspanningen moeten leveren om de doelstelling mee mogelijk te maken, zo klinkt het. Van de Commissie mogen de lidstaten alvast een lijst verwachten met mogelijke maatregelen die daarbij kunnen helpen. Die hoeven overigens niet hightech of duur te zijn, aldus nog de Commissie. Vaak zijn eenvoudige wijzigingen in de werkwijze van landbouwers al voldoende voor een aanzielijke verbetering. De uitstoot van ammoniak in de landbouwsector wordt vooral gelinkt aan dierlijke mest en het gebruik van kunstmest. 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via