nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

14.03.2017 EU-parlement wil halvering voedselverlies afdwingen

Het ideaalbeeld van een circulaire economie is weer springlevend nadat er de voorbije twee jaar twijfels waren gerezen over de ambitie van de Europese Commissie op dat vlak. Dat komt door de compromisloze houding van het Europees Parlement. Met een grote meerderheid heeft het de streefcijfers uit een door de Commissie-Juncker afgevoerd wetsvoorstel weer opgevist. Het Parlement gaat met de lidstaten onderhandelen vanuit de overtuiging dat het aandeel recyclage van afval omhoog moet van 44 procent nu naar 70 procent in 2030. Voor voedselverspilling of beter gezegd de voedselverliezen in gans de keten gaan ze een afzonderlijke kwantitatieve doelstelling verdedigen, namelijk 30 procent minder tegen 2030 en een halvering in 2050.

De Europese overtuiging dat we moeten evolueren naar een circulaire economie dreigde stuk te lopen op de grote verschillen in afvalbeleid tussen de lidstaten. In 2014 werd er in Oostenrijk, België, Duitsland, Nederland en Zweden nauwelijks huishoudelijk afval naar stortplaatsen gebracht, terwijl Cyprus, Kroatië, Griekenland, Letland en Malta nog altijd meer dan drie kwart van hun huishoudelijk afval storten. Zo komt het dat in Europa nog steeds een derde van het huishoudelijk afval gestort wordt, en minder dan de helft wordt gerecycleerd of gecomposteerd.

Eind 2014 trok de Commissie-Juncker een oud wetsvoorstel voor een circulaire economie in en beloofde met een nieuw en beter voorstel te komen. Wat in de plaats kwam, kreeg de nodige kritiek omdat de herziening van de afvalwetgeving minder ambitieus leek dan het oorspronkelijke voorstel. Vooral op vlak van recyclage leek de Commissie met minder genoegen te nemen, namelijk 65 procent van het huishoudelijk afval recycleren en maximum 10 procent ervan naar een vuilstort brengen. Het Europees Parlement heeft nu beslist om de ambitieuzere doelstellingen uit het oude wetsvoorstel nieuw leven in te blazen en 70 procent recyclage tegen 2030 als uitgangspunt te gebruiken voor de onderhandelingen met de lidstaten.

Ter vergelijking: in ons land wordt slechts één procent van het huishoudelijk afval gestort. Van de 426 kilo afval die de gemiddelde Belg produceert, wordt 53 procent gerecycleerd of gecomposteerd. Daarmee doen we het een stuk beter dan het EU-gemiddelde van 44 procent recyclage en compostering en 28 procent van het huishoudelijk afval dat naar een vuilstort gaat. Hoewel verbranding een beter alternatief is dan storten, kan dit soms tot minder recyclering leiden. Sommige landen, zoals Denemarken en Finland, verbranden veel huishoudelijk afval omdat ze het gebruiken om energie te produceren. Dat kan gaan veranderen want de nieuwe wetgeving stelt voorop dat gesorteerd afval niet meer verbrand mag worden. Lidstaten zullen zich aan de afvalhiërarchie moeten houden: voorkomen, hergebruiken, recycleren, verbranden en, pas in laatste instantie, storten.

“Vandaag heeft het Parlement met een zeer grote meerderheid laten zien dat het geloofd in de transitie naar een circulaire economie. We hebben besloten om de ambitieuze streefcijfers voor recyclage en stortafval terug te zetten op de percentages die die Europese Commissie oorspronkelijk had voorgesteld in 2014”, aldus Italiaans Europarlementslid en rapporteur Simona Bonafè. “De vraag naar nieuwe grondstoffen in de wereld zou kunnen oplopen met 50 procent in de komende vijftien jaar. Om deze trend te keren, moeten we een circulair ontwikkelingsmodel instellen dat materialen en hun waarde in omloop houdt, de enige manier om economische groei te kunnen verenigen met duurzaamheid.” Het Europees Parlement heeft nu het mandaat om met de Raad (de lidstaten) en de Commissie te onderhandelen over de finale wetteksten.

Specifiek voor verpakkingsmateriaal, zoals papier en karton, plastic, glas, metaal en hout stellen de parlementsleden een streefcijfer van 80 procent recyclage tegen 2030 voor, met voor ieder materiaal tussentijdse doelen voor 2025. Aanvullend op de ambitie om meer te recycleren, willen de parlementsleden het aantal stortplaatsen afbouwen omdat ze een grote impact op het milieu hebben. Hun aandeel in de afvalverwerking zou tegen 2030 moeten dalen naar vijf procent. De parlementsleden zijn bereid om lidstaten die in 2013 nog steeds meer dan 65 procent van hun huishoudelijk afval stortten vijf jaar uitstel te verlenen.

Een derde prioriteit voor de Europese volksvertegenwoordigers is de halvering van voedselverspilling. Naar schatting wordt er in de EU jaarlijks 89 miljoen ton voedsel verspild, dat is 180 kilo per hoofd van de bevolking. De parlementsleden willen nu een streefcijfer van 30 procent minder voedselverspilling in 2030 en 50 procent minder in 2050, ten opzichte van 2014. Ze stellen ook voor marien afval een vergelijkbaar streefcijfer voor. Europarlementslid voor Groen Bart Staes legt uit dat de milieucommissie van het Europees Parlement de oorspronkelijke voorstellen aanscherpte. “De groenen stelden samen met de sociaaldemocraten voor om de doelstellingen voor minder voedselverspilling bindend te maken en ik ben ontzettend blij dat die het gehaald hebben. Je kunt het vandaag niet meer verantwoorden dat zoveel voedsel wordt weggegooid.”

Het Parlement maakt ook duidelijk wat voedselverspilling precies inhoudt. Het omvat de verliezen in het hele productieproces en het soms onvermijdelijke voedselafval hoort hier ook bij. Staes: “Het belangrijkste is dat deze definitie beleidsmakers in staat stelt duidelijke oorzaken te detecteren, hoeveelheden te meten, resultaten te vergelijken en een gezamenlijke strategie te bepalen en dit doorheen de ganse keten.”

Het wetgevingspakket waarover de Europarlementsleden gestemd hebben, viseert het afval van huishoudens en kleine bedrijven. Dat maakt acht procent uit van de totale afvalproductie in de EU. Het wetsvoorstel moet je dus zien als een eerste stap op weg naar een circulaire economie. Voor de volledigheid: de bouwsector produceert het meeste afval en heeft een aandeel van 34 procent. Winning van delfstoffen zorgt voor 30 procent van al het afval terwijl fabrieken voor 10 procent verantwoordelijk kunnen worden gehouden. Aan landbouw, bosbouw en visserij schrijft de onderzoeksdienst van het parlement 1 procent van het afval toe.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via