nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

13.06.2017 EU-voorzitter Malta geeft hoop op bio-compromis niet op

Tijdens de Landbouwraad in Luxemburg hebben een tiental lidstaten hun bezwaren geformuleerd over een nieuwe Europese verordening inzake biolandbouw. EU-voorzitter Malta belooft dat er voor eind juni een nieuw compromisvoorstel op tafel ligt. Europarlementslid Bart Staes (Groen) vindt het een goede zaak dat de onderhandelingen nog een kans krijgen. Eén van zijn grote bezorgdheden is de beschikbaarheid van biologisch zaaigoed. Het officiële Belgische standpunt, vertolkt door federaal landbouwminister Willy Borsus, getuigt van veel minder geloof dat het met wat aanpassingen goed komt met het wetsvoorstel. Voortbouwen op de bestaande reglementering heeft de voorkeur.

Sinds 2014 zijn er gesprekken aan de gang binnen de Raad over het voorstel van de Europese Commissie om de bioverordening te herzien. Hoewel het voorstel van de Commissie, dat neerkomt op een verstrenging van het lastenboek, rekening hield met de 45.000 antwoorden op de openbare raadpleging kan het de lidstaten niet overtuigen. In de Raad leeft sterk de vrees dat één en ander niet werkbaar is in de praktijk.

Tegen de compromistekst die op tafel ligt, is België al meer dan twee jaar gekant. Onze beleidsmakers zijn bijzonder kritisch voor de nieuwe bioverordening, maar de biosector is dat ook. Een groot struikelblok is de poging om een lijn te brengen in de houding van lidstaten ten aanzien van bioproducten die, buiten de wil om van de bioboer, verontreinigd zijn met pesticidenresiduen. De standpunten variëren van een nultolerantie, wat betekent dat een bioboer opdraait voor de fout van zijn gangbare collega-landbouwer, en het hanteren van een drempelwaarde tot coulant zijn en het biolabel om die reden niet ontnemen als er geen eigen fout van de producent in het spel is.

In eigen land vreest men dat een te pragmatische houding ten koste zal gaan van het consumentenvertrouwen. EU-commissaris Phil Hogan probeert het dossier op dit punt te deblokkeren met het voorstel dat de lidstaten hun eigen systemen behouden met variabele drempels voor de toelating van residuen in biovoeding. Over drie jaar zou de Commissie dan een nieuwe poging tot harmonisatie doen. De Belgische delegatie heeft daar geen oren naar en herhaalde in Luxemburg zijn meer dan terughoudende standpunt in dit dossier. “De voorstellen van commissaris Hogan bieden geen enkel antwoord op onze bekommernissen. De tekst gaat van bij het begin van de gesprekken in de verkeerde richting”, preciseert Willy Borsus.

In eigen land vragen overheid en sector zich meer dan ooit af of het wel zinvol is om de onderhandelingen over de bioverordening voort te zetten. “Het zou ongetwijfeld beter zijn zich te concentreren op de aanvullingen die nodig zijn op de reglementering die van kracht is”, argumenteerde Borsus namens de Belgische delegatie. Het Maltees voorzitterschap stelt echter een nieuwe compromistekst in het vooruitzicht voor het einde van de maand. Europarlementslid Bart Staes (Groen) hoopt dat de lidstaten de bioverordening niet in zijn geheel afvoeren. “Als we een paar knelpunten kunnen uitklaren, dan komt het voorstel tegemoet aan de noden van bioboeren en consumenten”, blijft hij overtuigd van de meerwaarde van het wetsvoorstel.

Het regelen van de controles van producenten is één van de heikele punten. Staes vindt het compromis verdedigbaar: jaarlijks vindt een controle plaats op het bedrijf en als drie jaar alles in orde blijkt, verminderen de controles naar tweejaarlijks. Wat de aanwezigheid van pesticidenresiduen betreft, bepleit het Europarlementslid de Belgische aanpak. In plaats van een nultolerantie wordt hier gewerkt met een erg lage grenswaarde waarbij de bioboer moet aantonen dat hem geen schuld treft voor de aangetroffen residuen.

Over het punt biologisch uitgangsmateriaal zegt Staes: "Onze grootste zorg gaat uit naar de beschikbaarheid van biologisch zaaigoed. De Commissie wou alle uitzonderingen hierop ongedaan maken, maar het moet werkbaar blijven voor de sector. Als er geen biologisch zaaigoed beschikbaar is, moet een afwijking mogelijk zijn om gangbaar materiaal te gebruiken. Al ontbreekt het momenteel aan stimuli om meer biologisch teeltmateriaal te voorzien en wil de Commissie graag strenge regels opleggen."

Tot slot zorgt het al dan niet biologisch kunnen telen in serres voor nogal wat onenigheid tussen de lidstaten. Vooral de noordelijke landen vragen om klimatologische redenen een uitzondering op de regel dat bioplanten met hun wortels in de grond groeien. Staes: "Als heel strikte voorwaarden opgelegd worden, moet een uitzondering mogelijk zijn, maar biologische landbouw betekent absolute grondgebondenheid, en daarop moeten niet teveel uitzonderingen worden toegelaten."

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via