nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

03.10.2017 Fipronil-crisis is nog geen afgesloten hoofdstuk

Door de fipronil-crisis die deze zomer uitbrak, zijn er in België nog altijd elf bedrijven die geheel of gedeeltelijk stilliggen. Dat verklaarde federaal minister van Landbouw Denis Ducarme in de Kamercommissie Volksgezondheid. Hierbij ook drie leghennenbedrijven die geen eierproductie hebben, verduidelijkte hij. "Daarnaast mogen vier leghennenbedrijven geen dieren laten slachten, mochten zij dat al wensen. En vier opfokbedrijven moeten aantonen dat ze een conforme productie kunnen starten." Voor bedrijven die alle kippen ruimden om de stallen grondig te kunnen reinigen, is het daarna bang afwachten of dat voldoende was om alle sporen van fipronil uit te wissen. Anders kan het probleem weer opduiken bij de nieuwe kippen.

Ducarme wees in het federaal parlement op het belang van een grondige reiniging van de stallen die met fipronil besmet geraakten. De hennen ruimen en vervangen door andere kippen, volstaat niet om de besmetting weg te nemen. Nog om een andere reden is de fipronil-crsis niet voorbij. Het Voedselagentschap blijft testen uitvoeren, ook op bedrijven die al een controle ondergingen. Tot op heden is er meer dan 2.500 keer gecontroleerd, vooral op het uit de winkelrekken halen van eieren en eiproducten.

De federale landbouwminister waarschuwde de parlementairen ook dat dergelijke voedselcrisissen in de toekomst nog zullen voorkomen. "Laat ons niet naïef zijn. We moeten alles in het werk stellen opdat het controlesysteem zo efficiënt mogelijk is, zodat het effect op de volksgezondheid zo gering mogelijk is". Tijdens de fipronil-crisis was de volksgezondheid en de diergezondheid op elk moment "onder controle", alsnog de minister.

De autocontroles door bedrijven en controles door het FAVV noemde Ducarme alvast "efficiënt" en "geruststellend". "We zijn één van de weinige en misschien het enige land in Europa waar de hele eierketen is getest: primaire productie, eierverwerking en distributie. Andere landen hebben hun job niet gedaan zoals wij die gedaan hebben. Ze beperken zich bijvoorbeeld tot het testen van 'verdachte' bedrijven." Al gaf de minister, na kritiek van enkele parlementsleden, mee dat er nog lessen zullen getrokken worden uit de crisis, op Belgisch én op Europees niveau. Ook de pluimveehouders kunnen er volgens Ducarme uit leren, door meer op hun hoede te zijn voor producten die gepromoot worden vanwege hun miraculeuze werking.

Via het Europese waarschuwingssysteem RASFF lopen uit Italië nog meldingen binnen van eieren en eiproducten die fipronil bevatten. Het betreft stalen die begin september genomen zijn. Over recente analyseresultaten werd op 28 en 29 september en 2 oktober gecommuniceerd via RASFF. De verboden stof werd aangetroffen in hoeveelheden die variëren van 0,067 tot 0,14 mg per kilo ei. Uiteraard hoort er geen insecticide in de eitjes te zitten, maar de gemeten waarden zijn geen reden tot grote zorgen omtrent de volksgezondheid. Een melding via het consumentenportaal van RASFF gebeurde daarom niet. Eerder zijn in Italië wel al eieren van de markt gehaald die fipronil-waarden van 0,82 tot 1,4 mg per kilo lieten optekenen. De Europese grenswaarde is vastgelegd op 0,72 mg per kilo.

Voor een leek is het moeilijk te begrijpen dat fipronil een insecticide is dat legaal gebruikt kan/kon worden als zaaizaadbehandeling van groenten, terwijl datzelfde insecticide een voedselschandaal veroorzaakt wanneer het ingezet wordt om kippenstallen te reinigen en ontsmetten. Eieren gecontamineerd met fipronil werden vernietigd, en zelfs de mest uit die kippenstallen moet verbrand worden omdat het in de categorie van gevaarlijke afvalstoffen belandt.

Minister Ducarme verduidelijkt dat er in België zes gewasbeschermingsmiddelen op basis van fipronil een erkenning hadden. Het laatste was ‘Mundial’ van de firma BASF, een zaaizaadbehandeling voor uien, sjalotten en prei. Sinds 1 juni 2016 mag het niet meer op de markt gebracht worden, en het gebruik ervan doofde uit op 1 juni 2017. Fipronil was één van de neonicotinoïden die in verband gebracht werd met bijensterfte zodat er de voorbije jaren al veel minder gebruik van werd gemaakt. Alleen als zaaizaadbehandeling van ajuinen, sjalotten en prei in openluchtteelt en ter bescherming van zaaigoed dat opgekweekt wordt in serres was het in de EU nog toegestaan.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via