nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

11.03.2019 Flankerend beleid oranje en rode veehouders start traag

Via de website Natura 2000 kan je het ammoniakemissiebeleid opvolgen dat Vlaanderen uitrolde om de Europese natuurdoelstellingen te behalen. Voor de veebedrijven die in de knel zitten door hun stalemissie kwam er een flankerend beleid dat toevertrouwd werd aan de Vlaamse Landmaatschappij. Volksvertegenwoordiger Wilfried Vandaele (N-VA) informeerde zich vrij recent rechtstreeks bij de minister. Hij vernam dat er tot dusver 4,88 miljoen euro ging naar het verwerven van boerderijgebouwen en gronden van veehouders die moeten wijken. De eerste aanvraag liep snel (2015) binnen, maar een vliegende start maakte het flankerend beleid niet met maar 21 aanvragen tot dusver. Vijf daarvan dateren van de voorbije twee maanden. Voorlopig zijn er alleen nog maar uitbetalingen gebeurd aan veebedrijven die code rood kregen.

Om de Europese natuurdoelstellingen te kunnen behalen, moet de Vlaamse economie een aantal offers brengen. De impact voor de landbouwsector is het meest besproken omdat de ontwikkelingsruimte van veebedrijven in de buurt van waardevolle natuur sterk ingeperkt of hen zelfs volledig ontnomen werd. De landbouworganisaties stemden toch in met de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) omdat anders de vergunningsverlening aan alle veebedrijven in het gedrang zou komen. “De programmatische aanpak moet net garanderen dat er ook in de toekomst vergunningen verleend kunnen worden zonder dat in de speciale beschermingszones een betekenisvolle aantasting van habitats plaatsgrijpt”, weet volksvertegenwoordiger Wilfried Vandaele (N-VA) die zich bij de minister informeerde over de stand van zaken.

Op de website Natura 2000 kan je nu de eerste monitoringrapporten terugvinden voor het flankerend beleid bij de PAS, en bijvoorbeeld ook voor het herstelbeheer in natuurgebieden waar teveel stikstof in de bodem zit. De Vlaamse Milieumaatschappij monitort de emissie-inspanningen, het Agentschap voor Natuur & Bos doet hetzelfde met het herstelbeheer. Aan de Vlaamse Landmaatschappij is het flankerend beleid toevertrouwd. Dat werd in 2015 eerst opengesteld voor veebedrijven met een impact van meer dan 50 procent op de stikstofneerslag in een nabijgelegen natuurgebied, de zogenaamde ‘rode bedrijven’. Zulke bedrijven kunnen niet opnieuw vergund worden. Twee jaar later volgde ook een herstructureringsprogramma voor de ‘oranje’ bedrijven met een impactscore tussen 5 en 50 procent. Die bedrijven mogen in de toekomst zeker niet meer emissies gaan uitstoten.

De flankerende maatregelen die de Vlaamse overheid aanbiedt, zijn voor beide categorieën dezelfde: bedrijfsverplaatsing, bedrijfsreconversie, bedrijfsbeëindiging of koopplicht. In dat laatste geval verzoekt een veehouder de Vlaamse overheid om tot onteigening over te gaan. Geen van de vier maatregelen is een gemakkelijke beslissing voor de bedrijfsleider zodat hij een beroep kan doen op een studiebureau om te bepalen wat de meest interessante optie is. Voor deze bedrijfsbegeleiding betaalt de Vlaamse Landmaatschappij vergoedingen uit. Hoe groot de vergoeding is, hangt af van het soort begeleiding en het type bedrijf. Aan het oriënterend bedrijfsadvies wordt 5.000 (rood bedrijf) dan wel 10.000 euro (oranje bedrijf) uitgegeven. De zoektocht naar een geschikte locatie voor een bedrijfsverplaatsing vraagt zoveel tijd en energie dat er 22.500 tot 25.000 euro voor begeleiding door een erkend adviesbureau uitgetrokken wordt.

Als de landbouwer en het studiebureau van zijn keuze beslist hebben welke maatregel het meest interessant is, dienen ze een aanvraag in bij de landcommissie. Zo’n commissie is er in elke provincie en VLM neemt overal het secretariaat waar. De veehouder in kwestie krijgt de kans om te vertellen met welke problemen hij geconfronteerd wordt, en waarom hij een aanvraag deed. Hij kan de secretaris tijdens het verdere verloop van het proces steeds contacteren in verband met zijn dossier. Aanvragen kunnen op elk moment tijdens de procedure worden ingetrokken. Vergoedingen worden uitbetaald door de landcommissie, via VLM in zijn rol als secretariaat. Indien er gronden of boerderijen aangekocht moeten worden, gebeurt dat rechtstreeks door VLM. In geval van koopplicht zit de procedure en dus ook de uitbetaling volledig bij deze organisatie.

De laatste keer dat de impact van de veehouderij op de ‘vermesting’ van natuurgebied geraamd werd, hadden 46 landbouwbedrijven een impactscore van 50 procent of meer en 498 landbouwbedrijven een impactscore tussen 5 en 50 procent. Slechts een kleine minderheid van de veehouders deed al een beroep op het flankerend beleid. Enkele tientallen veehouders schakelden al wel een adviesbureau in om de impactscore van hun bedrijf te berekenen. Tot eind september vorig jaar waren er 31 zulke aanvragen binnengekomen en vergoed ter waarde van 400 euro per begunstigde. Er zijn eveneens 12 vergoedingen uitbetaald voor het opmaken van een oriënterend bedrijfsadvies en drie voor de begeleiding van een landbouwer bij het aanvragen van een bedrijfsverplaatsing, bedrijfsreconversie of bedrijfsbeëindiging.

Komt het effectief tot een ingrijpende bijsturing van de bedrijfsvoering (reconversie), een verplaatsing of een beëindiging van de bedrijfszetel, dan verzacht de Vlaamse overheid het financiële leed. Tot op heden zijn er bij de Vlaamse Landmaatschappij 21 dossiers van 17 verschillende bedrijven behandeld of in behandeling. Vijf daarvan werden in januari en februari van dit jaaar ingediend.

Het was toenmalig minister Joke Schauvliege die op vraag van N-VA’er Wilfried Vandaele begin dit jaar een overzicht gaf van de kostprijs van dat flankerend beleid. “In de periode van de start in 2015 tot 10 december 2018 zijn volgende uitgaven gedaan voor het flankerend beleid: 148.000 euro voor vergoedingen voor begeleiding door erkende adviesdiensten; 8,03 miljoen euro voor herstructureringsmaatregelen waarvan 4,88 miljoen euro voor de verwerving of beëindiging van het landbouwgebruik van gebouwen en gronden. Het resterende bedrag van 3,15 miljoen euro omvat de overige vergoedingen die aangeboden werden in het kader van de maatregelen bedrijfsverplaatsing, bedrijfsreconversie en bedrijfsbeëindiging.”

Vorig jaar kwamen de eerste boerderijen in eigendom van VLM. Wat daarmee moet gebeuren, bekijkt de overheid nog. Het flankerend beleid was in 2015 een totaal nieuwe opdracht voor de Vlaamse Landmaatschappij. Daar kruipt behoorlijk veel tijd in. “Hoeveel precies is moeilijk te zeggen omdat onze medewerkers daar niet voltijds op werken”, vertelt woordvoerder Leen Van den Bergh. “Wat we wel kunnen zeggen, is dat er vier secretarissen zijn voor de vijf landcommissies. Voor de PAS-dossiers worden zij bijgestaan door landbouweconomen, één per provincie, en door drie schatters die de aankoopprijzen en vergoedingen berekenen. Gezien de complexe materie wordt er ook steun geboden door de juridische en administratieve diensten van VLM. Daarnaast onderhouden we contacten met experten van bijvoorbeeld de landbouw- en milieuadministratie en de afdeling vastgoedtransacties van de Vlaamse Belastingdienst.”

Van den Bergh benadrukt nog dat de Vlaamse Landmaatschappij geen beslissingen neemt, “dat doet de landcommissie”. “Wij brengen als secretaris wel steeds de bezorgdheden van de landbouwers over naar de landcommissie.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via