nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

03.09.2019 Fors overschot op Vlaams-Britse agrohandelsbalans

Hoe schadelijk een bruuske Brexit zou zijn voor de economie blijkt nog maar eens, deze keer uit het agrohandelsrapport van het Departement Landbouw en Visserij. Van de Vlaamse export van agrovoedingsproducten gaat 82 procent naar de andere EU-landen. Het Verenigd Koninkrijk is de vierde grootste afnemer. Alleen Frankrijk, Nederland en Duitsland zijn nog belangrijker. Gekeken naar het handelsoverschot stijgt het Verenigd Koninkrijk van plaats vier naar twee, en komt het vlak na Duitsland. Voor onder meer zuivel, cacaoproducten, landbouwmaterieel en aardappelbereidingen is het een belangrijke afzetmarkt.

Het jaarlijkse agrohandelsrapport van het Departement Landbouw en Visserij baseert zich op gegevens van de Nationale Bank van België en Eurostat. In tegenstelling tot vorige jaren wordt deze keer ingezoomd op de Vlaamse en niet de Belgische agrohandelscijfers. Het Vlaamse aandeel in de Belgische in- en uitvoer van agrovoedingsproducten bedraagt respectievelijk 84 en 85 procent. Door de havens van Antwerpen en Zeebrugge is onze regio ook belangrijk voor doorvoer, bijvoorbeeld van bananen uit Latijns-Amerika naar de rest van Europa.

In de zoektocht naar nieuwe afzetmarkten voor bijvoorbeeld fruit, zuivel en vlees wordt meer ingezet op overzeese afzetmarkten. Daardoor lijkt het alsof grote volumes van bijvoorbeeld peren en varkensvlees verre landen als China als bestemming hebben. Het tegendeel is waar, want de belangrijkste klanten van de Vlaamse agrovoedingsindustrie bevinden zich nog altijd binnen een straal van enkele honderden kilometers rond Brussel. In een nek-aan-nek-race klopt Frankrijk Nederland als belangrijkste afzetmarkt. Onze zuiderburen zijn goed voor 7,4 miljard euro, onze noorderburen voor 7,3 miljard euro.

Frankrijk neemt meer vers vlees, cacaoproducten, banketbakkerswerk, aardappelbereidingen, bier en meststoffen af dan Nederland. Duitsland (5,5 miljard euro) en het Verenigd Koninkrijk (3,3 miljard euro) prijken op de derde en vierde plaats, wat wijst op het belang van de buurlanden voor de agrohandel. In de top 10 staan nog vier EU-lidstaten: Italië (1,2 miljard euro), Spanje (1,1 miljard euro), Polen (1,1 miljard euro) en Luxemburg (719 miljoen euro). De twee eerste niet-Europese landen zijn de Verenigde Staten (915 miljoen euro) en China (585 miljoen euro). Onze grootste exportproducten voor deze twee landen zijn respectievelijk bier en vlas.

Omgekeerd exporteert Nederland voor bijna 9 miljard euro aan agrohandelsproducten naar Vlaanderen, en is het veruit onze belangrijkste leverancier. Zuivelproducten zijn de voornaamste productgroep, gevolgd door oliën, cacaoproducten en veevoeders. Frankrijk (5,5 miljard euro) en Duitsland (3,1 miljard euro) staan op de tweede en derde plaats. Uit Frankrijk importeert Vlaanderen vooral granen (tarwe, gerst en maïs), zuivelproducten en dranken (water en wijn), en uit Duitsland vooral zuivel- en cacaoproducten.

Binnen de EU gelden Italië (1,1 miljard euro), het Verenigd Koninkrijk (1,1 miljard euro), Spanje (939 miljoen euro) en Polen (605 miljoen euro) ook als bevoorrechte leveranciers. In de top tien staan drie niet-Europese landen: Brazilië (902 miljoen euro), de Verenigde Staten (777 miljoen euro) en Ivoorkust (446 miljoen euro). Hun grootste specialiteiten zijn respectievelijk fruitsappen, landbouwmaterieel en cacao.

Het grootste handelsoverschot realiseert Vlaanderen met Duitsland (+2,4 miljard euro), gevolgd door het Verenigd Koninkrijk (+2,2 miljard euro), Frankrijk (+1,9 miljard euro) en Luxemburg (+645 miljoen euro). Met Nederland (-1,6 miljard euro) en Brazilië (-691 miljoen euro) is er daarentegen een stevig handelstekort.

Meer info: Departement Landbouw en Visserij

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: PotatoEurope.be

Volg VILT ook via