nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

14.12.2015 Fruittelers lokken wilde bestuivers naar hun plantages

Tijdens een symposium over functionele agrobiodiversiteit in Leuven werden twee projecten uit de doeken gedaan die landbouwers leerden hoe ze de biodiversiteit nuttig kunnen inschakelen in hun bedrijfsvoering. Het ene richtte zich tot witlooftelers in het Dijleland, het andere tot fruittelers in het Hageland. Die laatste groep heeft het belang van wilde bestuivers beter leren inschatten. De honingbij is immers een heel belangrijke maar zeker niet de enige voor fruitplantages waardevolle bestuiver. Het leuke aan dit project is dat het wellicht een vervolg krijgt, waarbij niet alleen landbouwers zullen werken aan een kleurrijker landschap dat meer bestuivers aantrekt maar ook burgers en openbare besturen hun steentje kunnen bijdragen, en dit over de grenzen heen van vier Vlaamse en Nederlandse provincies.

In het kader van een LEADER-project werd de ‘ecosysteemdienst bestuiving’ voor fruittelers uit het Hageland heel concreet gemaakt. “Samen met fruittelers hebben we nagedacht over maatregelen om de agrobiodiversiteit in en rond de plantages te verhogen”, vertelt Raf Stassen, coördinator van het Regionaal Landschap Zuid-Hageland. In appel- en perenboomgaarden werd werk gemaakt van meer nestgelegenheid voor wilde bestuivers, andere dan honingbijen dus, en een groter voedselaanbod.

De projectpartners, Regionaal Landschap Zuid-Hageland en de collega’s van Noord-Hageland op kop, constateerden een grote openheid bij de telers tegenover functionele agrobiodiversiteit. Er werden bijenhotels in elkaar geknutseld om wilde bijen aan te trekken. Daarvoor worden bamboestengels gebruikt, met 150 samen bieden de stengels nestgelegenheid voor een 900-tal bijen. Van de bijenhotels werden 720 exemplaren verdeeld over 30 fruittelers. Gemiddeld werden er vier per hectare fruit geplaatst. Onder meer metselbijen voelen zich thuis in zo’n ‘hotel’ en hebben een actieradius tot 300 meter ver van hun nest.

Aan het schrale voedselaanbod werd wat gedaan door bloemenzaden te verdelen onder 18 deelnemende fruittelers. Samen zaaiden ze 320 are aan bloemenstroken tussen de bomenrijen en in de hoeken van fruitpercelen. Zo’n maatregel is vrij eenvoudig in te passen in de bedrijfsvoering, net zoals het gefaseerd maaien van de grasstrook tussen de bomenrijen. Waarom dat belangrijk is, maakt Raf Stassen andermaal duidelijk: “De insecten die appel en peer bestuiven, hebben baat bij een permanent voedselaanbod.” Een laatste maatregel was het aanplanten van gemengde hagen want van een diverse haag die bestaat uit 12 tot 15 soorten gaat een grotere aantrekkingskracht uit voor bijen.

Van een aantal fruitpercelen waar zulke maatregelen toegepast werden, volgde vorig jaar een omgevingsanalyse die de aanwezigheid van bestuivers blootlegde. De gescreende nestkasten bij tien fruittelers kenden een gemiddelde bezettingsgraad van 3,4 procent. Het verhogen van de biodiversiteit in de fruitplantages resulteerde al snel in grote getalen wilde bestuivers, voornamelijk metselbijen. Op het einde van het seizoen 2015 steeg de bezettingsgraad van de bijenhotels naar 20 procent bij alle 30 deelnemende fruittelers.

Over de bestuivingsgraad van het fruit vertelt dat niets zodat met de medewerking van het Proefcentrum Fruitteelt in Kerkom (Sint-Truiden) onderzocht werd welk stuifmeel de bijen met zich mee dragen. Alle wilde bijen vlogen met stuifmeel van appel en peer rond. In de boomgaarden was het een gezoem van jewelste want behalve honingbijen en hommels waren ook metselbijen talrijk vertegenwoordigd.

Aan dit project werkten behalve de twee Regionale Landschappen en het Proefcentrum Fruitteelt ook de provincie Vlaams-Brabant en de sectorvakgroep Fruit van Boerenbond mee. Mogelijk komt er een vervolg. Als er financiering vanuit het Interreg-programma volgt, dan wordt het zelfs een niveau hoger getild. Niet één maar vier provincies, behalve Vlaams-Brabant dan ook Limburg en de Nederlandse provincies Zuid-Limburg en Zeeland. De maatregelen op bedrijfsniveau zullen uitgebreid worden, bijvoorbeeld met het oog op het aantrekken van meer hommels en zandbijen. Ook het aantal deelnemende fruitbedrijven zou stijgen van 30 naar 120.

Totaal nieuw zijn de maatregelen op gebiedsniveau: ook burgers en openbare besturen krijgen in het vervolgproject de kans om wilde bestuivers te plezieren. Een extra inspanning komt er ook van het Proefcentrum Fruitteelt. In de waarschuwingsdienst voor telers zal aandacht besteed worden aan de bij. Als telers te horen krijgen dat er tegen deze of gene plaag of ziekte best gespoten wordt, dan zullen ze het ook vernemen als er bijen uitvliegen en ze voorzichtig moeten zijn met bepaalde chemische middelen die schadelijk zijn voor de diertjes.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Regionaal Landschap Noord-Hageland

Volg VILT ook via