nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

29.10.2019 Gaan grootschaligheid en dierenwelzijn samen?

Niemand blijft onbewogen bij videobeelden van zielige dieren in volgepropte stallen en vrachtwagens. Maar evengoed zijn boerderijbezoekers gecharmeerd als ze zien hoe landbouwers hun staldieren in de watten leggen. Zitten mistoestanden ingebakken in onze intensieve veehouderij? Veldverkenners onderzocht de stelling ‘Grootschalige veehouderij en dierenwelzijn gaan niet samen’.

Voor we het over dierenwelzijn in de landbouw hebben, een fundamentele vraag: hebben we als mens het recht om dieren te kweken voor slacht? Sommige activisten vinden van niet. Dan valt er verder weinig te argumenteren. Maar voor wie weinig problemen heeft met slachtdieren: wat is het verschil tussen dieren houden op grote en op kleine schaal? Daarbij laten we de hobbykwekers die maar een paar dieren houden buiten beschouwing. Die groep is klein, zeer divers en er bestaan maar weinig gegevens over. Wat wel onderzocht is, is of er een welzijnsverschil bestaat tussen dieren die op een kleinschalige dan wel op een grootschalige boerderij leven.

“We vinden geen verband tussen de schaalgrootte van een landbouwbedrijf en hoe het op het vlak dierenwelzijn scoort”, dat meldde EFSA, de Europese Voedselveiligheidsautoriteit, in een rapport. “De cruciale factor voor dierenwelzijn blijkt het management van de boer.” Als een landbouwer goed georganiseerd is en zijn stal goed managet, is dat het best voor de dieren. Negatieve scores op het vlak van dierenwelzijn vind je vooral waar veehouders niet goed in hun vel zitten. Dat komt zowel voor op grote als op kleine bedrijven.

Een tweede belangrijke factor blijkt de cultus van kostenverlaging. Als een boer te hard focust op het economische en zijn dieren instrumentaliseert, dan lijdt het dierenwelzijn daaronder. Concreet: als een veehouder onder druk van de markt op pakweg strooisel of personeel bespaart, dan heeft dat een impact. De factoren waar wetenschappers bij dit soort onderzoek naar kijken zijn: is een dier vrij van pijn, kwetsuren en ziektes; is het vrij van honger, dorst en ander ongemak; kan het natuurlijk gedrag vertonen; en geeft het geen angst of stresssignalen.

Ook de Vlaamse Raad voor Dierenwelzijn hanteert die factoren als welzijnskader. In de Raad zetelen afgevaardigden van dierenrechten- en landbouworganisaties, hobbykwekers en onderzoeksinstellingen. Ze volgen nieuwe inzichten over stalsystemen of andere technieken op en formuleren daar beleidsadviezen over. Ethicus Dirk Lips is sinds 2014 voorzitter van de Raad. “Zolang er vleesconsumptie blijft, vind ik het beter om dat vlees in de Europese Unie of in België te produceren dan in andere landen”, reageert hij. “Op het vlak van welzijnsregels zit België bij de Europese middenmoot. Boeren zijn trouwens zelden bang voor striktere normen, ze hebben vooral schrik voor kostprijsverhogingen zonder return.”

Benieuwd naar nog meer feiten en fabels over landbouw en voeding? Lees er alles over in het laatste Veldverkennersboekje.

Bron: Veldverkenners

Volg VILT ook via