nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

09.06.2017 GAIA en kweekvleesproducent over de toekomst van vlees

Op het symposium van de Belgische associatie van vleeswetenschappen en -technologie BAMST in Merelbeke werd een eerder verrassende spreker aangekondigd: Michel Vandenbosch van dierenrechtenorganisatie GAIA. Hij sprak er over de toekomst van vlees, áls die toekomst al bestaat. “De maatschappij acht het leven van dieren steeds waardevoller. Hierdoor groeit de kritiek op het doden ervan. Binnen dit en twee decennia zal een kanteling plaatsvinden, die trein stop je niet meer”, klonk het. Hij brak een lans voor in-vitrovlees, dat volgens hem binnen dit en tien jaar op de markt zal komen. Een andere spreker, Peter Verstrate van het bedrijf Mosameat, bevestigt dit.

Dat Michel Vandenbosch als voorzitter van GAIA wordt uitgenodigd om te spreken voor een zaal vol mensen uit de vleessector, is opmerkelijk. Of niet? GAIA bestaat intussen 25 jaar en in die kwarteeuw is er veel veranderd. In de sector maar ook in de manier waarop GAIA tewerkgaat. “Een paar jaar geleden kon ik me niet vertonen op een veemarkt, nu zou dat wel kunnen. Mensen die me vroeger verguisden, komen me nu soms bedanken om de verandering die we teweeg hebben gebracht. En in plaats van het conflict zoeken we nu zelf de dialoog op”, klinkt het. 

Vandenbosch is nochtans niet milder geworden. Zijn visie op de toekomst van vlees is duidelijk: die is er niet, of toch niet in de vorm die we vandaag kennen. “Dierenleed beroert steeds meer mensen. Dat is geen trend die zal overwaaien, integendeel. Mensen zitten vandaag nog in een tweestrijd: ze lusten graag vlees, maar voelen zich er steeds minder goed bij. Niet alleen omwille van dierenwelzijn, maar ook omwille van de klimaatverandering, de impact op het milieu en hun eigen gezondheid. Binnen dit en twee decennia verwacht ik op dat vlak een kantelmoment.”

Zelfs in landen als China merkt hij een mentaliteitsverandering. Onlangs werd daar nog een dieronvriendelijk festival verboden (hondenvleesfestival), ondanks zijn lange geschiendenis. “Het is een kwestie van tijd tot vlees ook in andere delen van de wereld onder vuur zal komen te liggen”, stelt hij. Het zal daarom volgens Vandenbosch een andere functie krijgen, meer een nicheproduct worden. “De focus zal verschuiven naar kwaliteit in plaats van kwantiteit. Minder maar beter vlees, met aandacht voor dierenwelzijn en de ecologische voetafdruk.”

Ondernemers die dit afdoen als van voorbijgaande aard, dreigen volgens hem de boot te missen. “Investeer in dierenwelzijn, zodat je tegen de maatschappij kan zeggen: ‘we doden ze wel, maar ze hebben tenminste niet afgezien’. Dat zal je in dank worden afgenomen.”

Ondanks deze oproep merkt Vandenbosch op dat diervriendelijk vlees in feite niet bestaat (“het resultaat blijft dat je ze doodt”). De echte toekomst ligt volgens hem dan ook bij diervrije alternatieven. Meer bepaald bij in-vitrovlees. “Dat vormt een oplossing voor de klimaatproblematiek én voor de ethische kwestie rond dierenleed.” Hij acht het bovendien mogelijk dat kweekvlees binnen dit en een decennium geproduceerd zal kunnen worden op betaalbare manier. Een vermoeden dat bevestigd wordt door een andere spreker op het BAMST-symposium, de Nederlander Peter Verstrate van kweekvleesbedrijf Mosameat. 

Samen met Mark Post werkt Verstrate aan een blauwdruk voor productie op voldoende grote doch bescheiden schaal. “We hebben gepeild naar de consumentenacceptatie in Nederland en die is volgens ons voldoende hoog om met de technologie door te gaan”, klinkt het. “Dertig tot 50 procent van de mensen wil kweekvlees wel eens proberen. Slechts 10 tot 15 procent zegt op voorhand al ‘geen denken aan’. De groep early adaptors lijkt ons groot genoeg. Onderzoek uit Amerika bevestigt dit overigens.”

Voor Mosameat in-vitrovlees op de markt kan brengen, zijn er op drie vlakken echter nog enkele obstakels weg te werken. Zo staat het product nog niet helemaal op punt. “Vlees is meer dan alleen spiervezels. Het bevat bijvoorbeeld ook vet en andere essentiële componenten die de smaak, textuur, kleur, enzovoort bepalen. Daarenboven werken we nog met serum van kalveren, dit proberen we te vervangen door een diervrij product.” Een tweede punt is het productieproces, dat verder verbeterd en opgeschaald moet worden, zodat de productie betaalbaar wordt. En een derde is de wetgeving. “In Europa bijvoorbeeld moeten we kweekvlees erkend krijgen als Novel Food.”

Om deze uitdagingen aan te pakken geeft Mosameat zichzelf nog 4 tot 5 jaar. “Zo’n 2 jaar voor het product op punt staat en parallel daarmee 3 tot 4 jaar voor ook het proces geoptimaliseerd is. Daarna is onze blauwdruk klaar en kunnen we starten met de bouw van een bescheiden fabriek. Binnen 5 jaar moet het ten slotte haalbaar zijn om kweekvlees op de markt te brengen”, klinkt het.

Voorlopig beperkt het assortiment zich noodgedwongen tot hamburgers, aangezien de opgekweekte vezels (nog) niet lang genoeg zijn voor het samenstellen van grotere stukken vlees. Maar ook dat is slechts een kwestie van tijd. “We werken eraan”, stelt Verstrate.

Ondanks de ongetwijfeld wat moeilijke boodschap voor een publiek van vleesproducenten en -onderzoekers, blijven geroezemoes en lastige vragen achterwege. Of toch: “Als we stoppen met het houden van koeien en varkens voor vlees, zullen ze dan niet verdwijnen?”. Volgens Vandenbosch niet. “Mensen willen een band met dieren, ze willen ze kunnen zien. Er zouden waarschijnlijk recreatieve boerderijen ontstaan die daarop inspelen.” 

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: GAIA

Volg VILT ook via